Wanorde en ellende

De abdij die op het platteland lag, had ten tijde van oorlogen veel te lijden van nietsontziende en gewelddadige soldaten. Vooral het jaar 1488 was erg zwaar. Nadat de heer van Arenberg, Willem de la Marck ,in dat jaar in opdracht van de prins-bisschop van Luik Jan van Hoorn in Maastricht onthoofd was, trokken de op wraak beluste Arenbergers plunderend en brandschattend door de streek, waarbij de abdij niet gespaard werd. De abdij kreeg ook  in de jaren 1568 (Alva) en 1594 (Prins Maurits)  te maken met schade, geweld, afgedwongen inkwartieringen, verkrachtingen en moord. Vooral het jaar 1636 zou dramatisch worden. De op buit uit zijnde benden van Jan van Weert hielden er toen vreselijk huis. Ze stalden hun paarden in de kerk, beroofden deze van alle beelden en versieringen, plunderden de kloostergebouwen en staken ze in brand! De nonnen  vluchtten in tijden van gevaar meestal naar Luik of Maastricht. In de laatstgenoemde stad bezaten net als vele andere kloosters in de omgeving een groot gebouw in de Brusselsestraat, waar ze konden verblijven. Het gebouw droef de naam “refugie van Munsterbilsen”. Het werd aan het begin van de achttiende eeuw aan de gouverneur van de stad, graaf Tilly, verkocht, en werd ook wel de Hof van Tilly genoemd. Toen Lodewijk de 14e in 1672 de oorlog aan de Zeven Provinciën verklaarde besloten de dekanis, gravin van Berlo, en een aantal andere kloosterzusters uit te wijken naar Luik. Volgens eigen zeggen gebeurde dat uit angst voor de Fransen. Er was echter een andere reden! De oorzaak van hun vertrek lag in een meningsverschil tussen deze zusters en abdis Isabellla Henrietta, gravin van Lijnden-Reckheim.

Strijd om de macht

De vertrekkers wilden hun eventuele terugkeer als wisselgeld gebruiken om te bereiken dat hun eisen t.a.v. de door hun gewenste veranderingen  ingewilligd zouden worden. De met een zevental kloosterzusters in Munsterbilsen achtergebleven abdis zocht de steun van haar machtige familie en kreeg zelfs een “salva-guardia” van de koning, die de abdij en haar bewoners zou vrijwaren van inkwartieringen en betalingen van oorlogscontributies. Isabella l stelde haar in Luik verblijvende collega’s hiervan op de hoogte, maar gaf hun ook opdracht terug te keren. Het gebeurde niet. De zusters in Luik zochten de hulp van de pauselijke nuntius te Keulen en kregen toestemming  in kapittel te mogen vergaderen om op die manier wettige besluiten ten aanzien van het klooster de kunnen nemen. Hij stelde zelfs een ruimte beschikbaar in het huis van de Groot-Deken van de Kathedraal. Abdis Isabella werd hiervan door sympathisanten op de hoogte gesteld en protesteerde hevig bij de nuntius en de Paus. Toen ze de opstandige nonnen van hun uitkering uit prebenden beroofde, was het gauw gedaan met de weerspannigheid. De zusters moesten uit pure nood terug keren naar Munsterbilsen. Dat betekende niet dat de rust terug gekeerd was in de abdij.  Integendeel! De kloostertucht verdween en onderlinge ruzies waren aan de orde van de dag. De abdis riep de hulp in van de voornoemde nuntius, en slaagde er in om met gebruik  van haar diplomatieke kwaliteiten de andere leden te overreden de gezichtspunten van de nuntius te accepteren. Deze zette  een aantal zienswijzen op papier die een einde moesten maken aan de verdeeldheid in de abdij. Zijn visie betrof voornamelijk een reductie van de  overheersende rol van de abdis. Hieruit voortkomend zouden de overige zusters meer invloed krijgen op het algemene beheer. De abdij kwam nu in rustiger vaarwater terecht en bleef dat tot aan de komst van de Fransen in 1794.

abdij-unsterbilsen

Abdij Munsterbilsen, leuk optrekje met bordes, wandelroutes in de tuin en slotgracht

Advertenties