Lekker bubbelen

De Prins bezocht in het jaar 1751 om gezondheidsredenen gedurende  een periode van zes weken de heilzame baden in het toenmalige kuuroord Aken. Hij zou op vier oktober 1751 de stad verlaten en Maastricht gaan voor een tussenstop. De vantevoren  ingelichte Maastrichtse magistratuur vertrok op de ochtend van zijn aankomst met elf koetsen naar de Wijckerpoort om de Prins te begroeten. Het was een eigenlijk een grote optocht geworden van overheidsdienaren en soldaten. Het stadsbestuur  werd begeleid door een groot aantal  hellebaardiers en hun trawanten ( soldaten) die allen snaphaenen ( geweren) droegen. In de koetsen zaten onder meer de raadsleden, de gerechtsboden, en de commissarissen van de Luikse  en Brabantse overheid.  Ze werden begeleid door knechten die allen oranje kokarden aan  hun hoed droegen. De militaire toppers , zoals de stadscommandeur in de persoon van generaal Nivel, en de magistraat Baron Aylva waren eveneens present. De prins reed om ongeveer half twaalf in een koets met zes paarden de entree van de Wijckerpoort binnen. De gouverneur hield daar een plechtige welkomstrede, waarna  het gezelschap onder luid gejuich van het samengestroomde volk de stad in trok. De infanterie stond van de Wijckerpoort tot aan het Hof in de  huidige Bouillonstraat in een lange haag opgesteld, om de opdringerige massa tegen te houden. De Prins kon vanaf het balkon van het Hof het defilé van het stadsgarnizoen bekijken. In zijn toespraak beloofde hij dat hij alles zou doen om de welvaart van de stad Maastricht te verbeteren. De volgende dag gebruikte hij in het gezelschap van vele lokale notabelen het middagmaal op het stadhuis.  Het gebouw was ter ere van de Prins met oranje linten versierd en vanaf  het balkon strooide een orkestje vrolijke muziek over het plein uit.  Aan de binnenkant was het stadhuis met kaarsen verlicht, terwijl  een uit 24 soldaten bestaande wacht  garant stond voor de  noodzakelijke veiligheid. De wachtsoldaten werden om alert te blijven overigens  voortdurend afgewisseld door verse manschappen.  De mannen ontvingen in totaal 15 pattacons ( rijksdaalders)  aan drinkgeld. De prins kwam om drie uur in de namiddag bij het stadhuis aan, waarna hij door bedienden op plechtig wijze naar de prinsenkamer geleid werd. Hij nam plaats in een apart voor hem gereserveerde zetel en kreeg de hertog van Wolfenbüttel, generaal Trips, landcommandeur Lindeman van de Duitse Orde, en de Prins van Stolberg als naaste tafelgenoten. Er nog meer adellijke figuren present, zoals de Prins van Lichtenstein, baron de Turin, en de Prins van Baden Durlach. Naast de prachtig versierde hoofdtafel voor de Prins, waren er nog twee andere tafels voor andere genodigden gedekt. Een tafel  voor  in totaal vierenveertig personen bevond zich in de burgemeesterskamer en een tafel voor zestien personen stond in de audiëntiekamer. Alle leden van de magistraat en de geïnviteerde  hoge militairen namen  plaats in de laatstgenoemde kamer. Er stonden buffetten opgesteld in alle  hoeken van deze kamers, en de bij  de tafels geposteerde bodes gaven de gewenste spijzen en dranken aan de knechten (obers)  door.

Elitaire genoegens

De Prins werd bediend door twee apart voor hem gereserveerde pages. De luxe maaltijd bestond uit drie gangen en een exquisite dessert, en kostte in totaal 500 gulden. In die tijd was dat een waar kapitaal. Tijdens het eten werd er door de genodigden menige  toast uitgebracht op de gezondheid van de Prins. Alvorens het dessert werd opgediend, namen de pages het bovenste tafellaken weg. Hieronder bleek een zich een schoon laken te bevinden, waarop een nieuw zilveren bestek werd gelegd. Na afloop werd er  een concert gegeven door “uitgelezen muzikanten”, waarvoor  440 gulden uit de stadskas gehaald moest worden. Het diner duurde van drie tot zeven uur in de avond. De Prins bezichtigde na de maaltijd de bibliotheek van het stadhuis, waarna hij zijn zijn privé-verblijf opzocht. Toen  de Prins vertrok waren alle huizen op de markt ter ere van hem verlicht. Er was heel wat afgedronken tijdens deze overvloedige maaltijd. Volgens de stadsrekening waren er vijftig flessen bourgogne, vijfentwintig flessen champagne, en nog tientallen flessen rode en witte wijn door de dorstige  elitaire keelgaten gegoten. De prins verliet Maastricht op  de achtste oktober voor een bezoek aan de stad  Luik. Hij wilde daar de prins- bisschop opzoeken waarmee hij een innige vriendschapsband onderhield. De Prins kreeg nog een passend afscheidscadeau van het stadsbestuur. Het bleek om een grote zending Rijnwijn te gaan, die door een commando soldaten uit het stadsgarnizoen naar het prinselijk paleis in Den Haag zou worden gebracht. Aan het cadeau hing overigens een “luxe” prijskaartje van 3100 gulden vast!! De Prins zou om half een in de middag  onder het bulderen van 90 kanonschoten in Luik aankomen. Om half zes in de avond vertrok hij weer naar Den Haag, waar hij op tien oktober eindelijk in zijn luie stoel kon plaats nemen.

willem de 4e [potrretr

Willem op zijn zondags

Advertenties