Het rechtsgebied van Geulle, oftewel de Bank Geulle, was juridisch gezien onderdeel van het Land van Valkenburg en in handen van de Staatse overheid. De rechtbank in dit gebied bestond uit vijf schepenen, schout van den Heuvel, en secretaris Casaux. Als een inwoner van het gebied in aanraking kwam met het gerecht, werd hij naar het Oude Stadhuis in Maastricht gebracht, een gebouw dat tegelijkertijd  als gevangenis diende. Eventuele vonnissen werden binnen de Heerlijkheid Geulle zelf voltrokken. Dat gebeurde altijd bij de Hussenberg op de grens met de Bank Elsloo. Veroordeelden werden terechtgesteld door scherprechter Hamel uit Maastricht, en tijdens hun laatste aardse minuten bijgestaan door Minderbroeders, die eveneens uit Maastricht afkomstig waren.

Marten van Aubel ( Moorveld-Geulle)

We komen Marten tegen als een van de terechtgestelden uit de bank Geulle  in een “Lijste  van Complicen van de Bende van Dieven bij Nagt” van 23 oktober  1773, die zich op dat ogenblik bij de rechtbank van Valkenburg bevindt. Van Aubel was overigens al op acht oktober door ophanging om het leven gekomen. Het vonnis tegen de op dat moment dertigjarige man werd op vier oktober 1773 uitgesproken. Vier dagen later zou deze uitspraak voor de brug bij het kasteel van Geulle “aldaer aen den Dorpwegh” voor iedereen herhaald worden, waarna de stoet zich zou begeven naar de limieten van de Heerlijkheid Geulle.  Daar  “op den Bergh is de sententie immediaet  worden ten uijtvoer gebrogt ten overstaan van den Heer Crimineelen Officier en gereghte deeser Heerlijkheijd”! Volgens de rechtbank was van Aubel schuldig bevonden nadat hij zijn bekentenis  “buiten pijn en banden van ijzer” gedaan had, en aldus geassocieerd kon worden met de grote bende booswichten  en nachtdieven die zich aan violente diefstallen hadden schuldig gemaakt. Marten had bekend dat hij tijdens de overval op het Panhuys in Wijnandsraede in een wei had gepost om te zien of er iemand aankwam. Hij had zijn aandeel in de buit, een paar lakens en een kamizool, voor vier schillingen verkocht. Volgens eigen zeggen had hij ook deelgenomen aan inbraken in de plaatsen Obbicht en Haavert. Ook daar had hij als als schildwacht gefunctioneerd. Van Aubel vertelde de rechters eveneens dat hij aanwezig was geweest bij een diefstal in een oud kasteeltje op een berg achter Kundert (Ubachsberg)! In de ogen van justitie waren dit enorme feiten en euveldaden die niet getolereerd mochten worden, maar als afschrikking voor anderen bestraft moesten worden “met den Koorde dat er de doodt na volght”!! Van Aubel’s “dode lichaam” moest overigens in ketenen geklonken aan de galg blijven hangen. Oh ja, hij moest ook nog voor de kosten van de rechtszaak opdraaien!

Joannes Hermans

Joannes, die de bijnaam “het Schotsmanneke”droeg, was in het jaar 1761 met Maria Gijsen getrouwd. Ze kregen in in de jaren zestig van de 18e eeuw twee dochters, Ida en Catharina. In een Citatiebrief (oproep), die op 26 juni met het luiden van de kerkklokken werd opgehangen,  werd Hermans opgeroepen zich uiterlijk zes juli persoonlijk bij de Geulse rechtbank te melden. De rechters verdachten hem ervan lid te zijn van de “ fameuse Bende Gauwdieven”, en wilden antwoord hebben op een aantal prangende vragen! Het zou de eerste oproep zijn, maar niet de laatste. Deze werd gedaan op 21 augustus 1774. Joannes bleef ook toen wijselijk weg! De officier van justitie startte een zaak tegen het “Schotsmanneke” hetgeen uitmondde in een vonnis op 9 november 1774. De rechters waren ervan overtuigd dat de “beklaaghden en fugitiven” schuldig was aan “verscheijde Huijsbraeken, Diefstallen en andere Euveldaeden”! Het gerecht stelde zich op het standpunt dat Joannes schuldig was omdat hij zich niet had gemeld. Hermans werd na advies van een onpartijdig rechtsgeleerde voor altijd verbannen uit de drie Landen van Overmaaze en het gebied van de Generaliteitslanden die ook deel uit maakten van de Staatse Partage. Indien hij op het grondgebied van deze jurisdicties zou worden gearresteerd, zou hij “nae bevindinge van saeken worden gestraft”!

Leonardus Heuts

Leendert Heuts stond in Geulle bekend als “iemand van buiten”. De omstreeks 1718 geboren Schinveldenaar was in 1748 gehuwd met Maria Luijten. Hun gezin zou uitgebreid worden met drie dochters en twee zonen. Het jongste kind, zoon Hermanus, werd in 1763 geboren. Leendert had zich in eerste instantie in Geulle als molenaar gevestigd. Zijn molen bevond zich aan de voet van de Snijdersberg. Een tijd later ging hij echter in Geulle het beroep van herbergier uitoefenen in herberg “t Scheerhuis”. De herberg lag op de top van de Hussenberg, precies op een kruispunt aan de doorlopende weg van Moorveld naar de Dennenberg te Bunde. Leendert was voor die tijd een man in zeer goede doen. Hij was eigenaar van dertien percelen land die een waarde van 2000 gulden vertegenwoordigden, maar in het geheim ook een van de voormannen van de bende nachtdieven. Hij bezat de gave om ogenschijnlijk op een heel gemakkelijke manier  potentiële leden voor de bende aan te werven. Dat zijn beroep van herbergier hem hierbij geholpen moet hebben, is evident! Tijdens een verhoor van bendelid Dirk Herseler in het Landshuis te Valkenburg op elf juni 1773 verklaarde deze dat “den hospes uijt de scheer tot Geul” deel genomen zou hebben aan een overval te Wurm ( Ubach over Worms). Een dag later biechtte Dirk op dat deze “hospes”, bedoeld was Leendert Heuts, de waard uit de herberg in Geulle, ook meegedaan aan de overval te Haavert, en de diefstal bij de pastoor van Heugen. Het was nog niet alles. Herseler beschuldigde Heuts er eveneens van dat hij twee jaar eerder had geassisteerd bij een diefstal in het huis van een zekere Louis. Dirk was er niet helemaal van zeker van of het hierbij ook daadwerkelijk om de overvallen persoon ging. Het kon volgens hem ook het aangrenzende huis geweest zijn! Heuts was zelfs meegegaan naar Aken waar hij met de bende van Herseler tussen de Pont- en Zankelpoort een diefstal begaan had. De door Herseler veroorzaakte ellende voor Heuts bleef maar doorgaan! Bij de bij Matthijs Benders op Roebroek gepleegde diefstal zou Heuts volgens hem ook weer present zijn geweest. Het zag er slecht uit voor Leendert. Dit Curriculum Vitae was voldoende om aan de galg te geraken!!

Toen Lins Schouteten hem op zestien juli 1773 tijdens  een “scherp verhoor” betichtte van deelname aan de overval op de boerderij “van Walraeven aen de Maesbandt” viel het doek voor Heuts. Schouteten omschreef Heuts bij de rechters als, “Leendert woonende in de Scheer onder Geul, getrouwt met Marie en hebbende vier kinderen, sijnde mede bij de drie voornoemde diefstallen geweest ( Haevert, Wijnandsraede, en Aen de Handt), en hebbende een oog”!! De rechtbank te Geulle vaardigde op acht januari 1774 een arrestatiebevel uit tegen Leendert Heuts. Hij zou de op zeventiende januari in de val lopen!

Wordt vervolgd door deel 2

Advertenties