Leonard Heuts

Het harde vonnis

“Sententie teghens Leendert Heuts, oud omtrent de Ses en Vijfftigh Jaeren geboortigh van Schinvelt gedetineerde en Beklaeghde”, aldus begon de verwoording van het vonnis tegen Leendert Heuts. De rechtbank was in ruime mate overtuigd van zijn schuld. De aangeklaagde inwoner van Geulle had zijn rechters verteld dat hij zich ruim 22 jaar geleden door een eed op de duivel bij de bende nachtdieven had aangesloten. Volgens eigen zeggen had hij die eed afgelegd in een kapel bij Sittard, genaamd “St.Profaäs kapelle”! Heuts had er met zijn medegezellen bier gedronken op de gezondheid van zijn nieuwe meester de duivel, waarna hem de hierna volgende eed uit een boek voorgelezen werd.

“Dat sij God en alle sijne Heijligen afswoeren, den Duijvel toeswoeren en sigh overgaven tot alle quaad hetzij van Steelen, Rooven etc. Dat sij hunne Complicen moesten verschoonen, en geene van deselve beklappen. En dat sij tot Justitie komende alles moesten herroepen wat sij bekent hadden. Waer nae hij, en de verdere Complicen aldaer tegenwoordigh, wederom Dronken soo als te voren gedaen hadden, en ook een Stuck Weck aten in Duijvelsnaam”.

De daden van Heuts

Heuts bekende daarna dat hij deelgenomen had aan de diefstal aan de “Maasbant bij Walraven”. Hij had er op wacht moeten staan met eens stok en had gezien had hoe zijn complicen de boerderij waren binnen gegaan. Hij was ook bij de diefstal bij “seekeren Juffrouwen tot Havert” geweest, en had daar op een vijftiental passen van de voordeur op de uitkijk gestaan. Heuts kon zich  overigens de naam van de vrouw niet meer herinneren. Leendert die in de gaten had dat hij geen enkele kans meer maakte om aan de wraak van justitie te ontsnappen, lepelde de ene na de andere misdaad op. “De overval op de pastoor van Grevenbieght” , waarbij de bendeleden alle goederen en waardepapieren gestolen hadden, en waarvan hij naderhand had gehoord dat de pastoor “vermoort of verstikt” is geworden.De beruchte overval op het Panhuys in Wijnandsraede passeerde ook weer de revue. Leendert vertelde hoe hij in de gelagkamer van het Panhuys  een kan bier had gedronken, en had gehoord hoe “den Hospes en sijne Vrouw, welke sigh in de aghterkamer geretireert hadden, aldaer deerlijk mishandelt sijn geworden, soo als hij uijt derselver jammeren en Tieren  heeft konnen afneemen”. Toen er bij een zekere “Gerrit aghter de Kerk” in het dorp Beek ingebroken werd op een nacht in mei 1773 was Heuts ook weer van de partij geweest, en had hij als schildwacht op het kerkhof gestaan. De inbraak in herberg “aen de Handt” bij Pannesheide in het Land van Aken kwam ook aan de orde. Heuts had er gewapend met een stok moeten kijken of er ongenood volk aankwam, en was er uiteindelijk met zijn kompanen tussen uit moeten gaan toen de klokken van de kerk als teken van alarm geluid werden.

De secretaris van de rechtbank noteerde dat Heuts eindelijk bekend had deelgenomen te hebben aan een diefstal in herberg “In gen Franck” in de buurt van Heerlen. Een “menighte” gezellen uit andere plaatsen had rond middernacht met veel geweld de poort van de herberg open gebroken , zich toegang tot het huis verschaft, en was na gedane zaken vertrokken met wel “dreije a vier Packen met goederen en effecten”. Alles overziend, konden de schepenen niet anders dan concluderen dat de aangeklaagde naar de executieplek gebracht moest worden om daar door de scherprechter  “met de koorde” gestraft te worden. Het dode lichaam zou in ketenen geklonken aan de galg moeten blijven hangen!! Het vonnis werd op 23 maart 1773 zoals gebruikelijk in het openbaar op de weg voor het kasteel van Geulle bekend gemaakt, waarna de nieuwe “klant” van de beul regelrecht naar de plek van terechtstelling werd vervoerd.

Prent van Philippe van Gulpen:  Het kasteel te Geulle in de oorspronkelijke staat. Links het in 1847 afgebroken kasteel uit de 17e eeuw, rechts de nu nog bestaande voorburcht, die functioneerde als een vooruitgeschoven verdediging van het kasteel.

Ph_van_Gulpen,_Kasteel_Geulle

Advertenties