Geulle en zijn “Bokkenrijders” in de 18e eeuw deel drie

Pieter Keijzer (1733-1773)

Keijzer woonde op de Hussenberg en moet uiteraard zijn buurman Leendert Heuts goed gekend hebben.  Deze herbergier ontving dagelijks allerlei  volk in zijn kroeg en recruteerde daaruit verschillende leden voor zijn bende. Pieter werd evenals Heuts “verlinkt” door  Dirk Herseler. Dirk betitelde  tijdens zijn bekentenis in het Landshuis van Valkenburg van elf juni 1773 Keijzer als lid van de bende van nachtdieven en knevelaars. Herseler beschreef hem als volgt: “den keijser meede woonende aldaer wiens suster getrouwt geweest is met eenen Glasemaker thans Doodt”. Met Glasemaker bedoelde hij een Geleens bendelid dat al terechtgesteld was. Dirk beschuldigde Pieter van deelname aan de overval op boer “Walraeven aen de Maesbandt”. Een dag later, het verhoor startte al om zeven uur in de ochtend, noemde hij Pieter, “den Keijser  van Geul” als een van degenen die na de overval  in Haavert een pak met buit uit het huis van Juffr.Steintjens hadden gedragen. Keijzer was volgens hem in 1771 ook handdadig geweest bij overvallen te Obbigt  en Mathijs Benders die “op Roebroeck” woonde . Keijzer werd op vijftien juni 1773 gearresteerd, en zou vier dagen later aan zijn eerste scherp examen onderworpen worden.

Als de ons bekende Lins Schouteten op 16 en 19 juli 1773 door het Valkenburgse gerecht tijdens een foltersessie verhoord wordt, doet hij een voor Keijzer zeer nadelige duit in het zakje. Hij beschuldigde Pieter ( den Keijser, dreye uijt den Husschenberg onder Geul, waarvan eenen sig noemt den kayser) van deelname aan de overvallen bij Martinus Schroeders, Ritzen in Wijnandsraede, juffrouw Steijntjens teHaevert en Walraeven aan de Maesbandt! Op de negentiende vertelde hij dat “der keijser van Geul” een tiental jaren geleden  deelnam aan een inbraak in de kapel van St.Linnerts Berg. Als Dirk Herseler een week later in het Landshuis te Valkenburg  “een afspraak heeft met de beul”, geeft hij tijdens het door de grote martelpijnen opgewekte delirium vele tientallen namen van mogelijk bij misdaden betrokken personen weg aan de rechtbank, waaronder die van de “Keyser uyt Geul”. Op 23 oktober 1773 komt Piter Keijser voor in een ”Lijste van Complicen van de Dieven bij Nagt”, als zijnde “geexecuteert tot Geul”!!  Dat gebeurde op acht oktober, vier dagen nadat het vonnis tegen deze man was uitgesproken.

Servaes Luyten ( 1717-1773)

Anton Blok geeft in afwijking van het jaartal in de aanhef overigens aan dat Servaes omstreeks 1710 in Geulle geboren zou zijn! Luyten trouwde met een zekere Cornelia Jansen, (datum onbekend). Ook hij woonde op de Hussenberg, en dat bevestigt de uitspraak van Schouteten, als hij spreekt over drie bendeleden van de Hussenberg. Lyuten woonde er in een huis met een hof, “de Kruysboom”geheten. Het huis vertegenwoordigde een waarde van driehonderd gulden. Verder bezat hij een paar stukken akkerland, en een weide die aan het land van bendelid Leendert Heuts grensde. Het echtpaar Luyten-Jansen had vier kinderen. Ook hij wordt door Lins Schouteten genoemd als bendelid “Vaes Luyten”, die meegegaan zou zijn op roof naar het Land van ter Heyden, Wijnandsraede, en Haevert. Dirk Herseler gaf hem op 23 juli 1773 de genadeslag toen hij de rechtbank meedeelde dat Vaes voor of na de overval “aen de Maesbandt” samen met andere Geullenaren en mannen die hij niet kende de eed op de duivel had afgelegd in de “St.Lennerts capelle op de Spekhuyser heyde”. Toen de gezellen bij de kapel waren aangekomen, hadden ze gezien dat de deur al open stond. Ze waren op handen en voeten naar binnen gekropen en hadden binnen de eed gezworen. Deze hield in dat ze bende trouw zouden blijven, gehoorzaam zouden zijn aan de overste, zouden gaan stelen en roven, niemand zouden verraden, en al hun afgelegde bekentenissen zouden herroepen op de executieplek! Servaes werd eveneens op 15 juni opgepakt en op dezelfde dag als Pieter Keijzer opgehangen. Het gerecht was sterker gebleken dan alle gezworen duivelse beloftes.

Wordt vervolgd door deel vier!

Advertenties