Jan Nelissen

Over de persoon van  Nelissen is helaas niet zoveel informatie bewaard gebleven. We weten dat hij soldaat is geweest, en dat hij had de  magistrale bijnaam “Proostjan” bezat!  Of hij deze te danken had aan zijn bezoekjes aan de herberg van Leendert Heuts aan de Hussenberg, is pure speculatie. Zijn tijd als soldaat bracht hij als huurling door in een Schots regiment. Jan wordt meerdere keren als medeplichtige genoemd door gevangen zittende bendeleden, maar tot een proces tegen hem is het niet gekomen!

Marten Nijsten ( 1730-1804)

Nijsten was afkomstig uit Beek en woonde op de Snijdersberg. Hij was in 1754 gehuwd met  de vijf jaar oudere Maria Pijpers  met wie hij dochter Ida kreeg. Marten wordt op 22 juni 1774 door de rechtbank te Geulle opgeroepen zich te melden omdat ze hem ervan verdenken lid van de beruchte bende van gauwdieven te zijn. Marten had eieren voor zijn geld gekozen en was kort daarvoor samen met een aantal andere inwoners uit het dorp op de vlucht geslagen. Deze mannen waren er niet zonder reden tussen uit gegaan! Ze moeten ongetwijfeld door bepaalde personen van de tegen hun bestaande verdenkingen op de hoogte zijn gesteld. Marten, die een paar stukken land bezat, werd bij afwezigheid op 15 november 1774 verbannen uit het Geulse en Staatse territorium. Na verloop van tijd keerde hij weer terug naar zijn woonplaats. Hij kreeg echter niet meer te maken met justitie. Dat gebeurde mede door de nieuwe minder strenge overheidsregels op het terrein van de vervolgingen van z.g nacht- en gauwdieven.

Pieter Pieters

Pieters, die de bijnaam “Het Leemkuiken” droeg, was in 1761 getrouwd met Elisabeth Poggeners . In het protocol aangaande het verhoor onder folter van Dirk Herseler van elf juni 1773 kunnen we het volgende over hem lezen naar aanleiding van zijn deelname aan de overval op boer Walraeven aan de Maesbandt: “’t Leemkuijken van Geul, wonende tot Geul aen de berg, sijnde soldaet geweest ende getrouwt met een hoog Duijtse vrouw”. Een dag later vertelde Herseler zijn rechters dat “het Leimkucken van Geul”  niet alleen twee jaar eerder deelnam aan een overval in Obbigt, maar ook aan een diefstal in het ver weg gelegen Rijk van Aken. Ook Pieters deelname aan een diefstal te Roebroeck wordt door Herseler tijdens zijn verhoor “eervol”vermeld. Toen Dirk zes weken later een “pakhuis vol namen” noemde, zat daar ook weer “ t Leemkuyke” bij. Ook Pieters woonde op de Hussenberg en was daar eigenaar van een huis en een hof ter waarde van 160 gulden. Pieters had eveneens als soldaat gediend alvorens hij Poggeners huwde. De rechtbank wist na de eerste verhoren van Herseler genoeg en besloot hem op 20 juni 1773 te arresteren. Zijn vonnis werd op vier oktober 1773 uitgesproken. De rechtbank achtte hem schuldig aan een inbraak “begaen ten huijse van een Jode tot Elsloo”. Volgens de rechtbank was Pieters door een raam waarvan de ruit verwijderd was naar binnen geklommen, en had hij uit een kast honderd rijksdaalders weggepakt. Hij had de kast met een sleutel die hij van de vrouw van de Jood had afgepakt kunnen open maken. Dat Pieters heel diep in het bendewezen verstrikt was, moge blijken uit de grote hoeveelheid delicten waarvan hij beschuldigd werd.

Wordt vervolgd door deel vijf

Advertenties