Het vonnis tegen “t Leemkuyken” op vier oktober 1773

Het op kasteel  Geulle uitgesproken vonnis zou het einde van Pieters zeer snel naderbij brengen! Naast zijn eerdere bekentenis betreffende een inbraak in Elsloo, bekende hij nu dat hij ongeveer zes jaar geleden ingebroken had in het huis van Arnold Masen en er twee vaten koren, een stuk leer en een schoenmakerstang gestolen had. Hij was volgens eigen zeggen in het huis geraakt door een gat in de muur te maken. Dat kon in die tijd zonder grote problemen, want veel muren waren uit leem opgetrokken. Hij bekende ook “plightigh te zijn geweest aen een diefstal bij Boerjan of Jan Bours tot Geul”! Pieters had een deur in een stal benut om binnen te komen en had toen een stuk spek, twee schinken, enige hemden en acht schellingen aan geld meegenomen. Het zorgde er in elk geval voor dat het gezin Pieters een paar weken lang iets op hun brood kon doen! Twee jaar geleden had hij met een gaffel de voordeur van de woning van Reijnier Jansen uit Geulle open gebroken en er een schink, en twee “Cahotten Oortjens”geroofd. De rechtbank wachtte op het ogenblik dat hij iets over de beruchte eed ging vertellen. Ze werd op haar wenken bediend. Pieters vertelde dat hij “sigh verbonden heeft met een Sogenaemden Eed, die hij gedaen in seekere Capelle bij Schaadsberg in een Bosken gelegen. Alwaer hij beklaaghde nae alvorens God afgesworen, en den Duijvel toegesworen te hebben, sigh heeft versworen om met de verdere Complicen te steelen, moorden en Branden en geene van sijne Complicen te ontdecken, en in de handen van Justitie geraekende alle Tourmenten uijt te staen, en ingevalle door de pijne genoodsaakt wiert sijne Euveldaden neffens de Complicen te moeten noemen, alsdan ter plaatse van Executie alles werderom te herroepen”.

Nog meer delicten

“Verders heeft hij Beclaaghde bekent schuldigh te wesen aen de geweldigen Diefstal en Huijsbraak gepleeght ten huijse van Martinus Schröders aen de Hand over omtrent Elf Jaeren geleeden alwaer hij beklaaghde omtrent een Scheutweghs van het Huijs op Schiltwaght gestaan heeft.
Al mede heeft hij beklaaghde bekent hantdaedigh geweest te sijn aen den Diefstal over omtrent drije Jaeren geschiet bij den Pastor tot Heugem in het Gulickerland. Alwaer denselven op Schiltwaght gestaen heeft, en nae den begaenen Diefstal hem een Kleijn packje gegeven is, waerin eenige hemden, een een paar Koussen”.

Ook de inbraak drie jaar eerder bij de Juffrouwen Steijntjens in Haevert kwam voorbij. Pieters vertelde de schepenen dat hij in eerste instantie met anderen  het huis van de dames was binnen gegaan, maar dat hij buiten aan een weide op wacht was gaan staan, toen hij gemerkt had dat zijn medegezellen sterk genoeg waren om het karwei zonder hem te klaren. Hij was eveneens als schildwacht opgetreden  tijdens een inbraak  “bij een tapper” (herberg) aan de kerk in Schinnen. Vervolgens bekende Pieter dat hij omtrent elf jaar geleden had meegedaan aan de overval op het Panhuys in Wijnandsraede. Hij zou aanwezig zijn geweest bij de nooit gepleegde overval op het Nieuwhuijs bij á Campo achter Schimmert!!! Pieter had eveneens “geassisteert” bij een diefstal in een huis vlak bij Heerlen aan de weg die vanuit Valkenburg naar Heerlen leidde en bij de overval te Obbigt. Hij bekende en passant een paar jaar geleden  bij een huis in Hoensbroek een koe gestolen te hebben. Als laatste wapenfeit zou een enkel door de bende geplande overval uit zijn mond rollen. Pieter zou als schildwacht hebben gefunctioneerd bij een overval die, zo verwoordde hij het zelf, tot niets geleid had in een plaats met de naam Roerdorp, een dorp vier uur achter Sittard gelegen. Wellicht bedoelde Pieters daarmee de plaats Roermond! Maar zo vertelde hij, er was die nacht “daar niets te doen”!

De slotconclusie van de rechtbank

De rechtbank van Geulle, behorend tot het Land van Valkenburg, Staatse partage, veroordeelde het Leemkuiken tot ophanging aan de galg. De kosten van zijn rechtszaak zouden uit zijn geconfisceerde goederen worden betaald. Het vonnis zou op acht oktober na het luiden van de klokken in het openbaar aan het volk worden kenbaar gemaakt, en onmiddellijk ten uitvoer worden gebracht op de grens van Geulle en Elsloo! Daar gingen ze weer!!

Advertenties