De Spaanse successieoorlog en zijn gevolgen

Op 19 november 1700 hoorde men dat de koning van Spanje op een november overleden was. De hertog van Anjou werd bij testament tot zijn opvolger benoemd. Die actie zou nog tot heel veel problemen gaan leiden. Op 7 februari 1701 vielen Franse troepen de Spaanse Nederlanden binnen. Maastricht werd daarbij omsingeld. Op 21 november erkenden de Staten-Generaal de Hertog van Anjou als de nieuwe koning van Spanje. Dat was een puur diplomatieke zet. Op deze wijze hoopte Holland dat de Franse koning zijn troepen uit de Spaanse Nederlanden zou terug roepen, en dat de door de Fransen gevangen genomen Staatse soldaten vrijgelaten zouden worden. In de zomer van 1701 werd het fort op de St.Pietersberg “getimmerd” oftewel gebouwd. De Prins-Bisschop van Luik protesteerde hier heftig tegen, aangezien de bouw van het verdedigingswerk op zijn grondgebied gebeurde. Hij was trouwens in het geheel niet op de hoogte gesteld van de plannen van het Maastrichtse stadsbestuur. Maastricht zette haar plan evenwel door en zou de bouw van de versterking op zeer voortvarende wijze voltooien. Op 23 augustus 1701 ontplofte het kruitmagazijn aan de Jekerstraat. De ramp kende waarschijnlijk zijn oorzaak in zeer onvoorzichtig handelen van de soldaten die met de zorg voor het kruitmagazijn belast waren. Op 24 september was de koning van Engeland op de Mokerheide aangekomen om daar zijn troepen te monsteren. Er waren ook enige regimenten uit het Maastrichtse stadsgarnizoen naar toe gegaan om bij de plechtigheden aanwezig te kunnen zijn en ze zo extra cachet te geven.

Complot tegen de stad ontdekt

Het stadsbestuur ontdekte op 26 september 1701 een complot van burgers en militairen dat ten doel had om de stad aan te Fransen uit te leveren. Dat het om een grote samenzwering ging, bleek uit het feit dat meer dan tweehonderdvijftig soldaten van het garnizoen deel uitmaakten van de samenzwering. De deelnemers aan het complot waren van plan om de wacht aan de Tongersepoort te vermoorden, de woning van de stadscommandant in brand te steken, en om in de daarop volgende chaos de kanonnen voor de verdediging van de stad te saboteren. Gelukkig werd het voornemen op tijd ontdekt. Voor een aantal samenzweerders zou het verhaal niet goed aflopen. De Fransen hadden het grootste deel van hun troepen in de omgeving van Luik liggen, hetgeen hun voortreffelijk in staat stelde om de vesting Maastricht perfect in de gaten te houden. In november veroverden de Fransen de citadel van Luik en alle overige wachtposten in de buurt van dit bouwsel. Enige domheren (geestelijken) van het Luikse kapittel voelden zich nu niet meer veilig in de stad. Ze wisten korte tijd later een veilig heenkomen in de stad Maastricht te vinden die immers deels eigendom van de prins-bisschop van Luik was. De geestelijken zouden hier niet lang vertoeven, maar reisden ijlings door naar Keulen om zich bij de Keulse keurvorst te beklagen over de slechte behandeling van de deken van Luik. De laatstgenoemde was door de Fransen gevangen genomen en naar de stad Namen vervoerd. Op zeven december werden twee mannen die bij het eerder vermelde complot betrokken waren, levend geradbraakt en gevierendeeld. Daarna werden hun lichaamsdelen buiten de, Boschpoort, St.Pieterspoort, en Tongersepoort voor iedereen zichtbaar op raderen ten toon gesteld. De overheid liet hun hoofden  buiten de Wijckerpoort op staken plaatsen. Deze acties van de stadsbestuur waren bedoeld om de bevolking angst en ontzag in te boezemen!!

Maastricht,_Tongersepoort_en_omgeving_(Josua_de_Graeve,_1670)

Tongersepoort in 1670 op een prent van Josua de Graeve

Advertenties