Hulpverleners op het slagveld??

Deze veldslag tussen Frankrijk enerzijds, en Oostenrijk, Engeland en de Staten van Holland anderzijds speelde zich af in de directe nabijheid van Maastricht. De Fransen wilden de stad persé in handen krijgen. Er zouden bij de daar gevoerde meedogenloze gevechten vele duizenden doden en gewonden vallen. Het is moeilijk aan te geven hoe de “medische zorg” voor de soldaten op en buiten het slagveld exact is verlopen. Een gewone soldaat telde in die tijd eigenlijk niet mee, was letterlijk kannonnenvoer, maar over de verzorging van officieren weten we uit bewaard gebleven documenten vaak meer. Soldaten in hogere rangen waren meestal geletterd en bezaten vanwege hun functie een bepaalde status. In deze tijd waren er twee soorten medische zorgverleners werkzaam. Aan de ene kant kende men de academisch geschoolde artsen, die medicijnen mochten voorschrijven en diagnoses konden stellen. Deze artsen waren niet in actieve dienst in een leger. Het mes hanteerden ze  enkel tijdens de anatomische lessen voor hun studenten. Daarnaast waren er nog chirurgijnen actief. Dat waren de mannen die het medische werk in de praktijk uitvoerden. In de Middeleeuwen oefenden deze mensen vaker het beroep van kapper of adviseur van een vroedvrouw uit. Chirurgijnen in het Oostenrijkse leger uit het midden van de 18e eeuw hadden in de meeste gevallen niet meer niveau dan de gemiddelde barbier van een aantal eeuwen daarvoor. Er waren nog al wat rondtrekkende chirurgijns die als kwakzalvers op kermissen hun “kunsten” vertoonden,en veel geld vroegen voor allerlei twijfelachtige behandelingen. Rond het jaar 1750 kenden de meeste legers echter een eigen medische dienst die met de oorlogvoerende soldaten meetrok. Elk regiment had zijn eigen chirurgijn die in de praktijk geholpen werd door een vrouw die de zieke soldaten diende te verzorgen. Sommige legers bezaten toen al z.g. mobiele veldhospitalen. In Frankrijk werden deze veldhospitalen “ambulances” genoemd die tijdens gevechten een plek hadden in de achterhoede  van een leger. Vele daar werkzame chirurgijnen konden echter niet beantwoorden aan de toenmalige standaarden. Hun aanzien was zeer laag en ze kregen in vele gevallen slechts een tijdelijke aanstelling voor zo lang de veldtocht zou duren. Het Franse leger kende overigens een uitgebreide corruptie op het gebied van de gezondheidszorg in het leger. Directeuren van de toenmalige veldhospitalen stonden algemeen bekend om hun walgelijke zelfverrijking. Geldsommen die bedoeld waren voor medische zorg en allerlei andere middelen verdwenen in de diepe zakken van de vele afzetters. Op papier hadden de Fransen weliswaar een solide organisatie, in de praktijk was de verzorging echter meelijwekkend ondanks de strenge straffen op overtredingen. De schattingen over de verliezen aan beide kanten bij de Slag van Lafelt lopen uiteen. De enorme chaos op het slagveld maakte een juiste raming bijna onmogelijk.Vele dood gewaande soldaten doken een tijdje later zo maar weer op of stierven elders in een hospitaal. Van enige registratie was normaal gesproken geen sprake. De meeste soldaten lieten niet alleen het leven ten gevolge van de man tot man gevechten,  maar ook door de gebrekkige hygiënische omstandigheden.lafelt

Visioen of realiteit?

Na de beëindiging van de strijd op twee juli 1747 moet het slagveld een aanblik gegeven hebben die elk voorstellingsvermogen te boven ging. Willem Mengels was samen met zijn halfbroer Lambertus Mengels ooggetuige van de acopalytische horrorscenes. Volgens Mengels moeten er een kleine 5000 doden op het slagveld achtergebleven zijn. Voordat de Fransen de controle over het gebied terug kregen, was daar een soort “einde der tijden scenario” ontstaan, dat elke menselijke verbeelding tartte. Willem beschrijft hoe boeren uit de omgeving naar het slagveld trokken gingen om zoveel mogelijk buit van dode en levende soldaten te roven. Soldaten die al gesneuveld waren, werden door deze lijkenpikkers van hun kleren en alle nog bruikbare zaken beroofd.Achter het gehucht Montenaken (Vroenhoven) ontdekten de twee broers uit Kanne een dragonder die er uitzag alsof hij pas een paar ogenblikken eerder van zijn paard gevallen was. Ze dachten dat de soldaat dood was, maar toen ze dichter bij kwamen zagen ze dat  de man nog bewoog. De arme dragonder werd korte tijd later door op die plek gearriveerde boeren van zijn kleding ontdaan zonder dat men zich op enigerlei wijze over zijn welzijn bekommerde. Vele soldaten  bleken nog in leven te zijn, maar zouden door hun zware verwondingen uiteindelijk in eenzaamheid creperen. De mannen riepen wanhopig “assistez-moi”, of “je suis un bon Chretien”, in de hoop dat er iemand voor hun zou zorgen! Vele door de bewoners verlaten huizen in de directe  omgeving van het slagveld lagen vol gewonden die jammerlijk om bijstand riepen. Maar er was niemand om hen zelfs maar een slok water te geven, want de meeste burgers waren gevlucht voor het oorlogsgeweld. Vele tot nu toe wel rustig gebleven boeren die  zelf ook zwaar getroffen waren door de strijd vergaten tenslotte hun nog resterende scrupules en aarzelden niet langer om de velden af te stropen om te zien of er iets van hun gading te vinden was. Een grote hoeveelheid van de op het slagveld achtergebleven wapens die in het bezit van Engelse soldaten waren geweest, bleken in handen van naar Lafelt getogen Maastrichtse burgers terecht gekomen te zijn. Deze brutale rovers hadden de wapens in Maastricht aan gewetenloze helers verkocht. Uiteindelijk zou een groot deel van de omgekomen soldaten op het slagveld in grote massagraven begraven worden. Er was geen andere mogelijkheid vanwege de massale aantallen.

Advertenties