Wederdopers of anabaptisten vormden binnen de Reformatie  een stroming die ervan uitging dat alleen volwassen personen konden worden gedoopt, vandaar de naam wederdopers. Kinderen die al gedoopt waren, dienden in hun visie dan ook opnieuw gedoopt te worden. Wederdopers hebben in de 16e en 17e eeuw in de ambten Born en Millen, die beiden onder het Land van Gulik vielen, een grote rol gespeeld. De wederdopers clans verbleven voornamelijk in de plaatsen Susteren en Hoengen. De Limburgse kapelaan-historicus Habets uit de 19e eeuw heeft in de Publications deel 15 een artikel gewijd aan de anabaptisten in Maastricht.

In de jaren 1535 en 1558 werden aanhangers van de wederdopers in Sittard opgepakt en op de burcht van de heerlijkheid  Millen in de gevangenis gegooid. Rond het midden van de 16e eeuw treffen we in het Duitse Gladbach personen aan die oorspronkelijk tot de groep wederdopers uit Sittard behoorden. Waarschijnlijk zijn ze uit deze streek weggetrokken vanwege de rond die tijd aan de gang zijnde vervolgingen. In het jaar 1529 werd in het in Rijnland-Palts gelegen Speyer ( ned: Spiers), een keizerlijk besluit openbaar gemaakt waarin zonder enige vorm van proces de doodstraf werd afgekondigd tegen wederdopers.

Aanhangers van deze sekte treffen we in de 17e eeuw nog steeds aan in Sittard. Op vijf november 1656 gaf Johan Willem van Benticnk, de ambtman van Born en Millen, aan de schepenen van Sittard opdracht om een aantal inwoners uit die stad te ondervragen over reeds uit Sittard vertrokken wederdopers. De ambtman, de schout en de rentmeester van Born wilden persé van deze mensen weten wanneer deze wederdopers uit het rechtsgebied van Sittard verdwenen waren, en wat er met hun bezit was gebeurd.

Uit de verhoren komen een paar namen naar voren van wederdopers die naar elders waren vertrokken. Giesbert Cornelis, koopman en linnenhandelaar, was twee jaar eerder met zijn gezin naar Maastricht verhuisd. Hij zou er enige tijd blijven, maar kon later met toestemming van van Bentinck naar Sittard terugkeren. Johan von Havert, linnenwever van beroep, was eveneens twee jaar daarvoor rond kerstmis naar de stad Goch in het Land van Kleef getrokken. Hij zou er op het tijdstip van het onderzoek nog steeds wonen. Dan komen we nog Johan Salden tegen, die de brandewijnwaard genoemd werd. Hij was samen met von Havert vertrokken, maar ging naar het dichtbij gelegen Nieuwstadt dat tot het Land van Gelre behoorde. Hij kwam niet veel later ziek terug naar Sittard waar hij ook zou overlijden. Zijn vrouw verhuisde daarna naar Goch, waar haar kennis von Havert naar toe was gegaan.

Wederdopers geloofden dat zij de ware Israëlieten waren, de nieuwe uitverkorenen, die de volwassenendoop moesten ondergaan, zoals ook Christus als volwassene was gedoopt! Dat was een gevaarlijke uitgangspunt, want in bijna heel Europa werden wederdopers op zeer brute wijze vervolgd en gedood.

Millen_cw

De waterburcht van Millen

Advertenties