In het stadsarchief van Roermond bevindt zich een boekwerkje waarin de door schout en schepenen uitgesproken vonnissen uit de jaren 1427 tot 1577 zijn opgetekend. Het boekje stelt ons in staat om niet alleen het beleid van justitie nader te bezien, maar verstrekt ons ook een inkijkje in het toenmalige maatschappelijke leven. De opgelegde straffen variëren van “bannissement” (verbanning), verplichte bedevaarten, aan de schandsteen komen, aan de kaak gesteld worden, geseling, het afsnijden van oren, het afkappen van vingers en handen, en het aanbrengen van een brandmerk op de wang, zodat iedereen voor altijd kon zien wat iemand op zijn geweten had. Een verbanning kon voor een bepaalde tijd opgelegd worden, maar kon ook voor altijd zijn. Als iemand het waagde terug te komen voordat de periode verstreken was, werd dat door de overheid als meinedig gezien, en kon hij of zij alsnog zwaar gestraft worden. Dat overkwam een zekere Katrijn Kabbes  in het jaar 1479. Katrijn was tegen alle door haar “heilgen gesworen” afspraken terug naar de stad gekomen. De rechtbank werd daarvan op de hoogte gesteld en besloot “haere twee rechte vingeren af te houwen, dair sy den eydt gesworen hefft”!

In het geval van kwaadsprekerij wachtte de boosdoener een andere procedure. De schuldig  bevonden persoon moest blootshoofds en in een linnen kleed met een of twee waskaarsen in de hand naar het altaar van zijn eigen kerk gaan en de kaarsen daar voor het altaar offeren. Lemme Daniels die de gemeenteraad ervan beschuldigd had duizend gulden uit de belastingopbrengst ontvreemd te hebben, en voor deze lasterpraat veroordeeld werd tot herroeping van zijn uitspraken, moest deze vernederende gang ondergaan. Het opleggen van bedevaarten kwam vaak voor, vooral als dit het beledigen van overheden, hooggeplaatste personen of ouders betrof. Bedevaarten hadden vaak plaatsen zoals Rekem, Keulen, Trier, Galicië, Brandenburg of Rome als doel, bestemmingen waar in alle gevallen een heilige vereerd werd. Een op bedevaart gestuurd iemand moest altijd een schriftelijk of levend bewijs mee naar huis nemen om aan te tonen dat hij de bedevaart voltooid had.

Iemand die wegens schelden of kleine diefstallen veroordeeld werd, kreeg te maken met de schandsteen. Deze bestond uit twee zware stenen die door een ketting verbonden waren, en om de nek van de beschuldigde gehangen werden. Een zekere Hein Pastors moest in het jaar 1546 deze steen dragen omdat hij korenaren op het veld had gestolen en zich met zijn vrouw in slecht gezelschap bevonden zou hebben.

Het aan de kaak staan was een veel voorkomende straf, die op de markt werd uitgevoerd. De schuldige werd met een halsband aan een paal vastgemaakt en moest daar aan aantal uren blijven staan. Deze straf werd veelal opgelegd in geval van onderlinge ruzies en overspel.  Geseling beschouwde de overheid als een lichte straf die in veel gevallen een zwaarder vervolg kreeg.

Het afsnijden van oren gebeurde meestal in het geval van diefstal. Neese Jenkens werd vanwege diefstal in handen gegeven van de scherprechter, die haar zou geselen om vervolgens haar beide oren af te snijden. Het afkappen van vingers overkwam mensen die een eed geschonden hadden. Een hand werd afgekapt als iemand bij vechtpartijen gebruik had gemaakt van een wapen of mes. Brandmerking op de wang gebeurde bij mensen die valsheid in geschrifte hadden gepleegd, of die valse munten hadden uitgegeven.

In het jaar 1518 werd een zekere Katrin Wylmkens uit Roermond voor vier jaar uit de stad verbannen omdat ze van “touverijen” beschuldigd werd. Bij elke opgelegde straf hoorde een z.g. “oervede”, een onder eed bevestigde belofte, dat men geen wraak zou nemen op de magistraat die iemand veroordeeld had. Deze belofte hield eveneens in dat  veroordeelde personen niets mochten vertellen over wat ze in de gevangenis gehoord of gezien hadden. In het jaar 1728 nog, werd Herman de Köning voor het Hof van Gelre in Roermond, tot de dood veroordeeld wegens laster en valsmunterij. Vijftig jaar later zouden in Staats Limburg nog steeds angstaanjagende en onmenselijke straffen worden opgelegd door een volledig  het spoor bijster zijnde  gereformeerde Staatse overheid .

Advertenties