Belgens vertrekt

Advocaat Dionisius Belgens beschrijft zijn lotgevallen in een “staet ende specificatie vande costen ende deboursementen over sijne reijse van Maestricht naer ’s Gravenhaghe”. Belgens had bij zijn vertrek op 19 januari 1645 een deal gesloten met een voerman die hem voor vijf en een halve pattacon met zijn kar naar den Bosch zou brengen. Hij bereikte het dorp Winterslag in de avonduren, waar hij voor een bedrag van twee en een halve schelling bier, kaas, eieren kreeg voorgezet. De volgende dag nam hij zijn middagmaal in Achelen om daarna naar Valkenswaard door te reizen. Van daar in zijn herberg verblijvende voerlui hoorde hij dat er op de hei rondom de stad soldaten actief zouden zijn. Hij besloot daarom de herberg niet meer te verlaten. Pas in de vroege ochtenduren vertrokken de voerman en Belgens naar Eindhoven, waar ze samen een hapje aten. De eerste tegenslag zou al snel komen. Ze hadden om een uur in de middag Eindhoven nog maar nauwelijks verlaten of hun kar werd staande gehouden door op roof uit zijnde soldaten te paard. Belgens werd op brute wijze geslagen en moest hun een pattacon geven om verdere mishandeling te voorkomen. Het gebeuren was niet vreemd. De 80-jarige liep weliswaar op zijn eind, maar vele soldaten kregen geen soldij meer en trokken plunderend en rovend rond. Het incident veroorzaakte een fiks oponthoud waardoor ze die avond niet verder kwamen dan Boxtel. Hij zou pas de volgende dag, op 22 januari, Den Bosch bereiken.

Daar wachtte Dionisius een onaangename verrassing, Door de sterke ijsgang konden de reiskarren niet over de dijken heen komen en moest hij noodgedwongen vijf dagen lang in zijn Bossche herberg blijven. Eindelijk kon hij op de 27ste met een schip mee naar Gorcum.  Aangezien dit het eerste schip was dat na de ijsgang zou uitvaren, moest hij “dobbel recht”, de dubbele vaarprijs betalen. Hij maakte nog meer extra kosten. Hij betaalde de dienstboden van de herberg twee schellingen, vier aan de voerman die zijn bagage naar het schip bracht, en de jongen die in Gorcum zijn spullen uit het schip naar de herberg aldaar bracht drie schellingen. De vaart naar Gorcum was niet zonder problemen verlopen. Belgens schrijft dat “wij bijnaest waeren vergaen om den grooten ijsganck en de storm”! Hij besloot vanwege het slechte weer met een binnenschip dat de dienstmeid uit de herberg van Gorcum voor hem geregeld had naar Vianen te gaan.

Een zware storm

In Vianen slaagde hij er in om een “marckschip op de Hage” te vinden. Hij moest er wel een uur op wachten, maar dat kwam goed uit. Hij dook een herberg binnen om zich goed te laten opdrogen en om “ eenen pot biers te laten tappen”. Er kwam toch nog een kink in de kabel. Uiteindelijk kon het marktschip vanwege de zware storm niet uitvaren waardoor Dionisius ervoor koos met een binnenschip naar Utrecht uit te wijken. Hij zocht een onderkomen aan die kant van de stad waar de schepen die op Leiden voeren aangemeerd lagen. De schuit naar Leiden voer de volgende namiddag tot aan de stad Woerden waar hij een tol moest betalen. Belgens bleef in Bodegraven overnachten en nam  de volgende ochtend een schuit naar Den Haag. Het duurde overigens opnieuw een uur alvorens het schip afvoer. Hij snelde weer een herberg binnen om zich bij het vuur te laten opdrogen, want hij was “duer nat”.

In Den Haag gekomen zocht hij zo snel mogelijk het huis van Monsieur Lambert Rietraet op. Dat was geen onbekende voor Belgens. Rietraet was na de overgang van Maastricht naar de Staten van Holland Rentmeester der Domeinen geworden en had daarbij zijn katholieke religie ingeruild voor de protestantse godsdienst, een niet ongebruikelijke procedure als je toen wat wilde bereiken!! Rietraet was gehuwd met Marya Belgens, waarschijnlijk een zus of nicht van Dionisius. Overigens was hij als rentmeester der domeinen min of meer verplicht ook een woning in Den Haag te bezitten. Hij zou later nog schepen en burgemeester te Maastricht worden. Zijn dochters huwden allebei partners uit de toenmalige elite. Zo trouwde Anna Maria met Moyses Pain et Vin, die vaandrig was in de compagnie Van kapitein Alowa. De familie Pain et Vin zou in de 17e eeuw Huize Severen in bezit krijgen, alsmede de Heihof rond 1720. Beide hoven waren gelegen in de gemeente Amby.

Bron: G.D. Franquinet

dalempoort-1603-aquarelgrorcum

Dalempoort Gorkum in de 17e eeuw

Advertenties