Fransen haasten zich niet

Foullon was als oorlogscommissaris verbonden aan het Franse leger en maakte deel uit van de administratieve organisatie van maarschalk Löwendal. Na de oorlog slaagde hij er in om hoger op te komen in de Franse koninklijke hiërarchie. Zijn persoonlijk einde op deze planeet zou echter zeer macaber worden. Foullon speelde zowel bij de inname van Maastricht op 10 mei 1748, als bij de uiteindelijke overgave van de stad na het vredesakkoord van Aken in oktober 1748 een belangrijke rol. Pas in januari 1749 wist men in Maastricht wanneer de Fransen nu eindelijk zouden weggaan uit de stad. De Franse gouverneur de Courten zou dan ook pas op drie februari 1749 Maastricht met zijn troepen verlaten. In het buitengebied van Maastricht was de terugtrekking van de Fransen echter al in augustus 1748 begonnen.

De Fransen zouden nog voor de nodige surprises gaan zorgen. In december 1748 gaven ze het Maastrichtse stadsbestuur opdracht om voor drie maanden voedsel ten behoeve van hun leger te zorgen. Die order was bijna niet op te brengen voor de door de oorlog zwaar beproefde stad. Met veel kunst en vliegwerk moest er echter toch aan dit bevel voldaan worden. Nu kwam de sluwe gezagsdrager Foullon om de hoek kijken. Hij paste een door vele partijen beproefd dwangmiddel toe! Bij weigering of obstructie van het bevel, aldus Foullon, zouden zijn garnizoenssoldaten bij de stadsbestuurders ingekwartierd worden. Dit dreigement bereikte zijn doel. De stadsbestuurders gingen “opeens” hun best doen om de door de Fransen “gevraagde” levensmiddelen bij elkaar te schrapen. De mogelijke inkwartieringen in hun eigen woningen had de lokale Maastrichtse politici razendsnel van positie doen veranderen. Inkwartieringen vonden toch alleen maar bij gewone burgers plaats!!

De Fransen, die de oorlog weliswaar verloren hadden, probeerden hun huid dus zo duur mogelijk te verkopen, en dwongen  het stadsbestuur om de door hun gestolen voorraden die her en der nog aanwezig waren, voor veel geld terug te kopen. Ook de terugtocht van de Fransen op de steden Leuven en Namen zou tot veel onaangenaamheden leiden. De creatieve Franse geesten bepaalden dat bewoners van het omliggende platteland en inwoners van de stad  allerlei hand- en spandiensten moesten verrichten ten behoeve van hun terugkeer naar het zoete Frankrijk.Vele burgers moesten dan ook hun karren en paarden inzetten om de aftocht van de  Franse “halfgoden” te faciliteren.

Foullon waant zich God in Frankrijk

Terug naar de persoon van Foullon! Hij had het zogezegd na zijn terugkeer in Frankrijk in 1749 gebracht tot de hoogste ambtenaar van financiën aan het hof van koning Louis de 15e. Foullon was echter ongemeen impopulair geworden aan beide kanten van het politieke spectrum. Verraad, intrigeren, graaien, het waren allemaal woorden die naadloos bij dit figuur pasten. Hij haalde zich de woede van het volk op de hals met zijn uitspraak dat mensen maar gras moesten eten als ze geen brood konden betalen. De Franse burgers zouden Foullon’s diep beledigende uitspraak zeker niet meer vergeten.

Foullon was een ronduit grote schurk die in een voor die tijd immense rijkdom leefde. Hij had in het geheim gelden uit de koninklijke staatskas gestolen en het systeem van de voedselverdeling onder het volk gemanipuleerd. Hij had daarbij slechts een doel gehad. Hij wilde er zelf beter van te worden. Na de revolutie van veertien juli 1789 raakte hij in paniek en vluchtte naar het landgoed van een vriend in Viry-Chatillon, dicht bij Parijs gelegen. Hij deed er alles aan om uit beeld te verdwijnen en orkestreerde daartoe zelfs zijn eigen begrafenis. Korte tijd later werd hij “helaas” door een knecht van zijn vriend herkend. De man verried hem aan de opstandelingen die Foullon naar Parijs brachten. Met een krans van hooi om zijn nek, een duidelijke verwijzing naar zijn eerdere belediging van het volk, werd hij naar het Hotel de Ville gesleept. Onderweg moest hij de grofste verwensingen van het langs de straten geposteerde gepeupel aanhoren. Samen met zijn schoonzoon werd hij naar het Place de Grève gebracht. De revolutionairen probeerden hem aan een lantaarnpaal op te hangen, maar dat mislukte drie keer achter elkaar. Toen werd er voor alle zekerheid maar voor de guillotine gekozen. De dol gedraaide menigte prikte zijn hoofd op een piek, stopte  hooi (!!) in zijn mond, en paradeerde hiermee door de Parijse straten. Vreselijk en onmenselijk, maar een volbloed graaier had zijn verdiende loon ontvangen!

joseph-franois-foullon-de-dou-stuck-on-a-pike-and-paraded-D3P5T4

Foullon tijdens zijn laatste rondtocht in Parijs

Advertenties