Een schoenmaker die niet bij zijn leest bleef

Pieter Vlecken uit Waterval moet voor de meeste Geullenaren in die tijd een onbekende zijn geweest. Toch was hij wel degelijk inwoner van het tot de Heerlijkheid Geulle behorende rechtsgebied, aangezien ook alle  inwoners van Bunde en Ulestraten burgers van deze jurisdictie waren. Pieter oefende het schoenmakersvak uit en had een klantenkring in de wijde omgeving. Een plus zogezegd als je uit was op nieuwtjes en tips. Hij moet dan ook inwoners uit dit dorp persoonlijk gekend hebben, aangezien een tiental tot de bende van nachtdieven behorende figuren uit Geulle zelf kwamen. Pieter werd op 21 juni 1774 door de gevangen zittende Lins Schouteten genoemd als een van de mannen die lid van de bende van gauwdieven zou zijn. Lins was niet helemaal zeker van zijn zaak, want hij noemde hem “Pieter Vlekken of Johannes Vlekken van Meerssen, oud ontrent 33 of 34 Jaaren, ligt van postuur en buijne Haaren ongekruld. Weet niet te seggen of getrouwt is”. Toen Schouteten een dag later tijdens zijn scherp verhoor in bijzonderheden trad, vertelde hij de rechtbank dat Vlecken negen jaar eerder had meegedaan aan de overval op de kluizenaar op de Schaalsberg bij Valkenburg. Hij wist zich nog te herinneren dat Vlecken een “blauw camisool” gedragen zou hebben en dat zijn broer Christiaan ook tot de overvallers behoord zou hebben!!

Pieter die in het gehucht Walem dat vlak bij de Kluis lag geboren was, werd op drie maart 1775 gearresteerd. Het gerecht confronteerde hem zeer snel met de mensen die hem beschuldigd hadden van medeplichtigheid. Vlecken heeft waarschijnlijk ingezien dat er voor hem geen ontsnappen meer mogelijk was, want hij bekende korte tijd later “dat hij beklaaghde behoort heeft tot een fameuse Bende Gauwdieven en Booswighten. Onder dewelke hij heeft bekent al over lange jaeren geleeden, gekomen en verkeert te hebben, en sigh aen verscheijdene Diefstallenen Huijsbraaken schuldigh gemaakt,ten welke hij sigh door eenen soogenaemden Eed of Duijvels verbond, welke hij in seekere
Capelle op den Schaatsbergh geleegen, met opsteekinge van sijne vingeren gedaen, verbonden en gesworen heeft, om met anderen Complicen te gaen steelen en Rooven. Alwaer hij God afgesworen heeft en den Duijvel toegesworen heeft, en daertoe in gemelde Capelle een stuk broot in Duijvelsnaem gegeeten heeft gehad, onder belofte van niemant sijner Complicen te sullen beklappen”.

Als eerste “wandaad” biechtte hij de al zeer lang geleden gepleegde overval “aen de Maesbandt” op, waar hij als schildwacht op de uitkijk had gestaan en waarvoor hij drie schellingen gekregen zou hebben. Hij was nog zeer goed op de hoogte over de overval op boer Schroeders in het Land van Heyden, want hij verstrekte de rechtbank allerlei details. Volgens Vlecken was hij met zijn complicen vanuit het huis van een van de bendeleden via Klimmen, Ubachsberg, Simpelveld en Bochholtz bij de boerderij van Schroeders geraakt,hetgeen een behoorlijke tocht te voet moet zijn geweest!! Hij had er een half uur gestaan toen plotseling de kerkklok was gaan luiden. De mannen wisten dat dit een teken van alarm was, en gingen er vandoor. Vlecken vertelde dat hij voor zijn medewerking ditmaal twee schellingen had gekregen.

Een overval te Raar

Anthoon of Theunis Heijnens, zoals Vlecken hem noemde, was boer in het gehucht Raar bij Meerssen. Voor Vlecken, die bij de overval op deze boer aanwezig was, was dit een thuiswedstrijd. Hij hoefde maar de bij Waterval op het zuiden gelegen helling op te lopen om vlak bij de bij het huis van de boer aanwezige “poel” tussen tien en elf uur in de avond zijn enthousiaste “clubleden” aan te treffen. Vlecken moest er gewapend met een stok op de uitkijk staan en kreeg als beloning drie schellingen. Hij bekende voorts dat hij nog “bij een paar minder diefstallen en andere euveldaden” geassisteerd had  “uijt welke alle hij sijn aendeel genoten, en in de gestolene goederen mede geparticipeert heeft gehad, en daerom ook wel te weeten, dat hij sigh des doods weerdigh gemaakt heeft”.

Pieter sprak eigenlijk al zijn eigen doodvonnis uit en de rechtbank zal er zeker “akkoord mee zijn gegaan”. De schepenen van de Heerlijkheid Ulestraten,  zouden hem  dan ook nadat ze extra informatie hadden ingewonnen bij de Valkenburgse rechtbank en eveneens  advies hadden gekregen van onpartijdige rechtsgeleerden, op de eerste mei 1775 veroordelen tot de galg. Het vonnis werd twee dagen later op de Camperse heide binnen het gebied van Ulestraten ten uitvoer gebracht.

kaart ulestraten

Oude kaart van Ulestraten

Advertenties