Onheil afkopen?

Uit documenten blijkt dat sommige mensen er inderdaad in slaagden hun ongeluk tegen betaling af te kopen.  Dat gebeurde in een aantal gevallen ook in Simpelveld, waar Fischer met zijn zootje ongeregeld op negentien april 1748 uit het niets zou opduiken. Een huisvrouw kon de soldaten nog net buiten haar deur houden door hun negen schellingen te betalen. Een ander iemand wist het spaarzame vee dat hij nog bezat te behouden door twaalf schellingen te overhandigen aan Fischer’s rovende soldaten. Een lokale boer, Willem Bohn, moest in opdracht van deze Fransen met zijn kar naar Aken gaan om er voor hun haver te halen. Dat soort zaken alleen al waren voor deze arme mensen een grote belasting. Het eigen werk op land en boerderij bleef hierdoor liggen waardoor ze  steeds meer verarmden. Op de terugweg wachtte Bohn een hoogst onaangename verrassing. Hij werd bij Vaals staande gehouden door een aantal van Fischer’s kornuiten. Ze haalden de twee paarden voor zijn kar weg en dreigden er mee aan de haal te gaan.

Maar ocharm, de lafaards stelden zich “goedhartig” op! De boer kon zijn paarden terugkopen voor vier gulden in contanten. Er bleef de arme man geen andere mogelijkheid over! Hij betaalde het bedrag met tranen in zijn ogen. Op hetzelfde ogenblik ging een van Fischer’s  snoodaarden er echter met het derde paard tussen uit. Het was een tijd van volmaakte rechteloosheid, waarin zoals gebruikelijk de gewone burger het gelag van de oorlogvoering betaalde. Het “feestje” van Fischer en consorten zou deze gemeente 640 gulden kosten. Het dorpsbestuur werd ook nog verplicht om haver, stro, brood en bier te verstrekken aan de nietsontziende rovers. Daarnaast moesten ze andere door Fischer opgelegde rantsoenen afkopen en hun eigen in beslag genomen dieren vrijkopen. Niet alleen Fischer en zijn manschappen, maar ook de in het Limburgse land aanwezige Kroatische huurlingen maakten met hun misdadig gedrag het leven van de burgers tot een ware hel. Daar kon de pastoor van de gemeente Vaals heel wat over vertellen. Hij had immers een aantal dagen Kroaten als ingekwartierde “gasten” in zijn pastorie gehad, en dat was te zien.

Lekker schransen op Rolduc

Na deze intermezzo’s “bezocht” Fischer het bij Voerendaal gelegen kasteel Cortenbach om daar aan zijn volgende klus te beginnen. Hij spoedde zich vervolgens naar het oostelijker gelegen Rolduc, waar hij in opdracht van de Fransen moest helpen bij de verplaatsing van het hooimagazijn van de abdij van Rolduc naar Valkenburg. Toen hij in de buurt van het klooster was gearriveerd, stuurde hij uit pure intimidatie een soldaat vooruit om zijn “vriendelijke groeten” aan de abt over te brengen. De schurk liet de abt tevens weten dat hij en zijn mannen zichzelf uitnodigden voor een rijke maaltijd. Tot grote schrik van de monniken dook hij korte tijd later met een vijftigtal jagers voor de abdijpoorten op. De mannen lieten zich alle door de monniken op tafel gezette lekkernijen goed smaken. Hun dorst moet groot geweest zijn, want ze dronken 2 tonnen bier en 52 potten wijn leeg. Zijn “ronde van Limburg” was nog niet ten einde, want hij ging ook nog “even langs” bij kasteel Wijnandsraede en kasteel Hoensbroek. Op die plekken, maar ook in het dorp Gulpen, perste hij de bezitters van de kastelen zoveel mogelijk geld en goederen af. Lokale bewoners van Gulpen, maar ook de bewoners van kasteel Neubourg, werden aan het begin van de maand mei gedwongen nog heel wat extra goederen aan zijn troepen te leveren. De veestapel van kasteel Neubourg werd hierbij vrijwel volledig geplunderd.

Een paar maanden later waren de soldaten van Fischer tot ieders grote schrik weer terug op hun favoriete plek, het dorpje Olne bij Luik. Hier hadden de vrijbuiters eerder “goede” ervaringen opgedaan. Het dorp betaalde nu 850 gulden voor het onderbrengen van honderd soldaten en vijftig paarden. Nog diezelfde dag keken inwoners van het dorp hun ogen uit, toen er ook nog twee eskadrons, een compagnie voetsoldaten en de officieren van Fischer’s troepen binnentrokken. Op de vijftiende mei was het helemaal raak. Het dorpje zat propvol met bij burgers ondergebrachte troepen en kon slechts met een extra afkoopsom van 4.250 gulden bewerkstelligen dat ze zouden vertrekken. Op de negentiende mei verlieten twee compagnieën jagers het dorp, honderd dukaten rijker en een reeks dreigementen achterlatend. De totale schuld voor het dorp bedroeg 66.000 gulden, hetgeen betekende dat het dorp voor vele jaren armlastig zou zijn. In september vernam de Oostenrijkse overheid dat Fischer’s mannen naar Namen waren gegaan. Voor bewoners van het platteland waren deze marodeurs een regelrechte ramp. Fischer was al in september 1747 luitenant-kolonel geworden. Dit was zogezegd een cadeau van de Fransen voor zijn bijdrage aan het de verovering van de stad Bergen op Zoom. Aan het begin van de Zevenjarige Oorlog telde zijn contingent vijfhonderd soldaten. Een jaar later al werd dit uitgebreid tot tweeduizend en hield hij zich hoofdzakelijk in oorlogsgebieden op. Controle was daar vrijwel afwezig, en dus hadden hij en zijn rovers vrij spel.

 

Advertenties