Vrijmetselaarsloges in Maastricht

Gevangen en toch opgenomen in een loge

In Maastricht werd de eerste vrijmetselaarsloge opgericht in het jaar 1750 onder de naam “La Constance”. De initiatiefnemer hiervan was een zekere Adolf von Schweinitz, een officier  uit het stadsgarnizoen. Hij had een avontuurlijk verleden en was tijdens de oorlog van Holland met Frankrijk ( 1746-1748) in Franse krijgsgevangenschap geraakt. Tijdens zijn gevangenschap in Dyon werd hij in een loge opgenomen. Toen hij na het sluiten van de vrede kon terugkeren naar Maastricht, richtte hij er een loge op. “La Constance”deed het goed en ontving een constitutie brief van loge “Het Groot Oosten” in Den Haag. Haar aanzien werd steeds groter, waardoor ze elf jaar later tot Provinciale Loge verheven werd. De loge bezat geen eigen verenigingslokaal, en hield haar vergaderingen in logement “de Windmolen” in de Grote Staat. Toen de Italiaanse charlatan Cagliostro er een keer logeerde bezocht hij de loge. Zijn in dit logement gehouden occulte vertoningen deden de Maastrichtenaren geloven dat hij een familielid van “zijn helsche majesteit den duivel” was. Na verloop van tijd zocht de loge voor zijn vergaderingen een onderkomen in het Comédiegebouw. De heren van “La Constance” gingen voortvarend te werk, en openden op een maart 1763 een tweede loge, “La Persévérance”! De tweede loge zou niet hetzelfde succes en aanzien als de moederloge kennen, en hield er in 1793 mee op. Zij ging op in “La Constance” die inmiddels niet meer als provinciale loge te boek stond, maar ressorteerde onder de loge het Groot Oosten van Parijs. Het échec van “La Persévérance” schijnt niet veel indruk gemaakte te hebben op de heren die een geheel nieuwe loge wilden beginnen, want zij startten op negen december 1806 de loge “La Parfaite Union”!

Proost op beide heren

De heren hielden van feestelijke maaltijden en hadden de gewoonte om het eerste drankje aan het staatshoofd te wijden. De Maastrichtse loges brachten echter een kleine variant aan in de zin dat ze hun eerste brandewijn opdroegen aan zowel de Heren van de Staten-Generaal als aan de Prins-Bisschop van Luik die immers beiden heer en meester over de stad Maastricht waren. Vele leden van de loges vervulden tijdens de Franse overheersing functies in het stadsbestuur of in het garnizoen. Toen de Fransen uiteindelijk hun machtspositie moesten opgeven, had dat ook grote gevolgen voor de loges. Ze verdwenen eveneens. Hetzelfde gold voor het door de Fransen opgerichte “Kapittel van Rozenkruisers”. Toch kwam er een kleine opleving. In januari  1843 werd “La Persévérance” na een halve eeuw heropgericht door een aantal garnizoensofficieren, die als vergaderplek voor het Comédiegebouw kozen, maar in december 1845 een lokaal huurden in de Kleine Looijerstraat. Tien jaar later zouden ze uitwijken naar een pand in het Statenstraatje. Dat de loges zich ook met liefdadigheid bezig hielden blijkt uit een initiatief van de heer Membrede, oud-burgemeester van Maastricht, die zich in 1804 het lot aantrok van een gezin op St.Pieter waarvan de woning door een omlaag gekomen rotsblok uit “la montagne de St-Pierre” volledig vernietigd was. Een gift uit de logekas en een tijdens de bijeenkomst gehouden collecte zouden 40 gulden en 16 stuivers opbrengen om de slachtoffers bij te staan.

caglisotro cel Rocca_di_San_Leo

De cel in Fort San Leo te San Leo, waarin Cagliostro zijn laatste dagen doorbracht na door de Inquisitie gevangen genomen te zijn. Werd hij er vermoord???

Bron: o.a. Gerard Dielemans Vrijmetselaarsloges in Maastricht

Advertenties