In een gichtregister*  van het adellijk huis en laathof “de Peerboom” in Voerendaal treffen we een tweetal stukken aan die betrekking hebben op deze periode. De gemeente Voerendaal bezat toen meerdere laathoven, zoals de Huizen Cortenbach, Cunrade, Haeren, en Puth. Huize de Peerboom beschikte over een vrij uitgebreide laatkaart die veelal te vinden was in het Cunderveld en in Ubachsberg. Huize de Peerboom dat eens in bezit was van een familie die zich van den Peerboom noemde en zich in de buurt van Huis Cortenbach bevond, is helaas in de jaren zeventig van de 19e eeuw gesloopt. De Negenjarige oorlog die eindigde met het Verdrag van Rijswijck, werd gevoerd door het Frankrijk van Lodewijk de 14e tegen Duitsland, Holland, Spanje en Engeland. Lodewijk wilde opnieuw de Zuidelijke Nederlanden en het Rijnland in bezit krijgen. De strijd werd hoofdzakelijk in het huidige Belgisch Limburgse gebied gevoerd en slechts sporadisch in Zuid-Limburg. Maastricht zou deze keer gespaard blijven van vijandelijkheden, maar onze provincie zou nog lange tijd last hebben van troepen die na het gesloten vredesverdrag in deze streek bleven rondhangen.

George Frederic Prince de Waldeck en zijn oproep van 5 februari 1689

In het eerste stuk treffen we een oproep aan van de Waldeck, die o.a. graaf van Wittem, maarschalk in het leger van de Staten van Holland en gouverneur van Maastricht was. De Waldeck roept zeer nadrukkelijk alle inwoners van de stadjes, dorpen, gehuchten en alleenstaande huizen in zijn gebied op om de overheid te informeren over het Hollandse gebied binnen dringende vijandelijke soldaten. Het maakt voor hem niet uit of ze te voet zijn of te paard. De Waldeck wil er alles van weten, bij voorkeur hun aantal en de route die ze genomen hebben. In zijn op vele plekken opgehangen plakkaat belooft hij de inwoners van zijn gebied die hun burgerplicht doen te belonen, maar zegt ook dat hij de ongehoorzamen met alle hardheid van de wet zal bestraffen, om er dreigend aan toe te voegen dat hij desnoods hun huizen in brand zou laten steken. De Waldeck liet zijn bevel door zijn ambtenaar Flodroff ondertekenen met “En l’absence du prince”, de prins van Oranje dus!!

Burgerwachten

Toen de overheid in gaten kreeg dat de Fransen het  Land van Overmaze op dezelfde wijze zouden kunnen ruïneren als gebeurd was met de streek van Malmedy, werd de bevolking bevolen om burgerwachten te vormen. Deze zouden wacht moeten lopen en alle mogelijke informatie omtrent een naderende  vijand met de naburige dorpen moeten communiceren. De wachten moesten bij waarneming van de vijand de kerkklokken luiden en op hoog gelegen plekken vuren ontsteken, zodat de in het Land van Overmaas gelegen garnizoenen zo snel mogelijk het garnizoen van Maastricht konden alarmeren. In Heerlen moest er dag en nacht wacht gehouden worden in de kerktoren en de inwoners van Ubachsberg en Klimmen werd bevolen op gelijke wijze wacht te houden op de berg van Ubachsberg om daar een eventueel alarm vanuit de Heerlense kerktoren te kunnen opvangen. Dit signaal moest direct doorgeseind worden naar de wachten op de kerktorens van Vaals en Vijlen, die dit weer verder moesten communiceren met het garnizoen van Vaalsbroek en de ruiterwacht op de Gulpenerberg. Vandaar zou het teken van alarm  doorgegeven worden aan het garnizoen op Huis Nieuwburgh ( kasteel Neubourg te Gulpen), die op hun beurt  de uitkijk op de kerktoren van Margraten in kennis moesten stellen, “de welcke het ontfangen signaal wederom sullen doorgeven aen de wacht tot Cadier dat vandaer aan de jurisdictie van St.Servaes ende Houtem bestelt sal moeten worden”! Vandaar uit moest het garnizoen van Maastricht op de hoogte gesteld worden, “soo by signaal van vuur, luyden der klocken als afsenders van expressen(*ijlbodes) ”. De Bank van Gulpen werd verordonneerd om vanaf Reymerstock en ter Linden het garnizoen van St.Pietersvoeren,  Bombay en Dalem, alsmede de regio Olne, Bernau, Mesch, Eijsden, Oost en Maastricht op de hoogte te houden. Dezelfde tactiek zou vice versa door wachten moeten worden toegepast op Heerlen. Een voor toen  vernuftige en zeer begrijpelijke tactiek, die ervoor zorgde dat mogelijke indringers zo snel mogelijk gesignaleerd konden worden

De lokale overheden kregen bevel hun burgers op het hart drukken dat niemand zich aan een wacht mocht onttrekken. Zou een burger in gebreke blijven, dan wachtte hem een boete van vijf goudgulden, en werd hij verantwoordelijk gesteld voor alle onheil dat uit zijn plichtsverzuim zou voortvloeien.

“Gedaen binnen Maestricht den 9 October 1689 ( was get.) G.Bn van Raade.

*Nu RHCL Maastricht archief Landen van Overmaze- Bron E.Slanghen

Georg_Friedrich_von_Waldeck

De oude houwdegen met zijn pasfoto

Advertenties