Boete doen in het openbaar

In de middeleeuwen behoorden strafbedevaarten naar heilige plaatsen of naar kerken die door de relikwieën die ze bezaten alom bekend waren tot de gebruikelijke straffen. Ook openbare boetedoeningen in de eigen kerk waren heel gewoon. Langzamerhand werden de verplichte bedevaart als straf vervangen door een afkoopsom. Boetedoening in de publieke ruimte bleef echter tot in de 17e eeuw in zwang, maar werd geleidelijk vervangen door gevangenis- of lijfstraffen. Toch waren er nog plattelandsrechtbanken die de eerdere gebruiken nog langere tijd bleven toepassen.

Zo blijkt uit de “Gerichtsprotocollen 1708-1770” van het Noord-Limburgse Swolgen dat een inwoner van het gebied die van “overspel en onkuiselijk leven” beschuldigd werd, veroordeeld werd om op drie achtereenvolgende donderdagen met een wit laken over zijn kleren naar de kapel van St.Willibrord in de gemeente Geysteren (Wanssum) op bedevaart te gaan. Deze kapel lag aan de rand van een toentertijd bosrijke gebied. Uit een zaak die de heer van de Heerlijkheid Swolgen tegen een zekere Geurt Allers heeft aangespannen blijkt dat Allers zijn echtgenote slecht behandeld heeft en dat hij vervolgens met een “lichtverdighe persoon” het gebied van Swolgen heeft verlaten. De zaak komt op dertig mei 1713 voor. De gerechtsbode van het gebied heeft onderzoek gedaan en daaruit blijkt dat geurt ongeveer een jaar lang “onkuiselijk” geleefd heeft met deze vrouw.

Dit is volgens het geldende Landrecht in hoge mate strafbaar. Allers had echter niets te makken en zou daarom gestraft worden “aen den lijve ofte vel”. Het zou echter enigszins anders verlopen. De rechtbank had de zaak grondig onderzocht  en veroordeelde de aangeklaagde, die overigens niet verschenen was, om drie donderdagen achter elkaar naar Geysteren te trekken om daar met een wit laken over zijn kledij boete te doen. Hij werd verplicht om van elke boetedoening een bewijs mee te nemen dat hem door een priester van de kerk verstrekt was. Allers werd ook nog veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten en de hierover verschuldigde belasting. De rechtbank maakt hem duidelijk dat hij de hoogste straf zou krijgen als hij nog een keer een dergelijke vergrijp zou plegen.

Buiten de deur eten was gevaarlijk

Dat zou volgens het geldende Gelderse Landrecht betekenen dat een gehuwd man die iets met een ongehuwde vrouw begon bij de eerste keer een boete zou krijgen van honderd gulden. Zou hij zijn hartstocht nog een keer niet de baas kunnen, dan kreeg hij tweehonderd gulden boete, met daaraan gekoppeld een “wereldlijke”straf , of een tijdlang gevangenis op water en brood. Dat waren bedragen die een gemiddeld burger nooit zou kunnen opbrengen. In de periode dat deze rechtszaak plaatshad was Justinus Franciscus Fleming de heer van de Heerlijkheid Swolgen. Hij woonde in het huis “De Gun”en zou in 1726 overlijden. Hij ligt met zijn echtgenote begraven in de kerk van Swolgen.

De Willibrord kapel zou omstreeks 1500 zijn gebouwd en zijn toegewijd aan Willibrord, die in 687 uit Ierland naar Nederland was gekomen om vanuit Utrecht het geloof te verkondigen. Hij zou Geysteren als rustplaats benut hebben. De oudste vermelding van de bij de kapel aanwezige waterput dateert uit het jaar 1325. De zich naast de put bevindende grenspaal uit 1551 markeerde de grens tussen het Land van Cuyk en het Land van Kessel.

geystern kapel 1891

Info: W.Hermans: Maasgouw nr.26,  26 juni 1879

Advertenties