Mobiele monniken

Vele berichten zullen door monniken die van klooster naar klooster reisden zijn overgebracht, maar ook door bodes die in opdracht van hun heer op reis moesten. Onder deze mensen was de mobiliteit groter dan onder de “normale”burgers.

In het jaar 1047 dreef de brug in Luik door het hoge water weg. De brug over de Maas werd daarna uit voorzorg tien voet hoger gemaakt. In 1052 waren alle vruchten met pitten besmet geraakt, zoals “keersen, peerskens, abricosen, en pruijmen. Vele mensen werden na het eten van dit fruit ernstig ziek en stierven. Op een mei 1111 dachten de inwoners van Luik een stem uit de “lochte” te horen. De “stem”ging vergezeld van een donderstorm die de wereld leek te laten vergaan. Daarboven op kreeg men nog te maken met een aardbeving waardoor huizen en muren scheurden, en er zulk een stank ontstond dat mensen water over de straten moesten gieten om de stank te verdrijven.

In de maand daarop regende het zo ongenadig hard dat vele huizen met mannen, vrouwen en kinderen erin wegdreven. De dag erna trof een hevige bliksem de St.Lambrechtskerk in Luik waarbij drie kerkgangers tijdens hun devoot gebed gedood werden. In 1174 stond er zulk een “vehementen” wind  dat vele kastelen en huizen omver geblazen werden en mensen letterlijk op straat omvielen. In 1198 was er een grote droogte gevolgd door hongersnood. De Luikse geestelijkheid organiseerde een processie om God te smeken dat deze rampspoed voorbij zou gaan.

Ongekende sneeuwmassa’s

In het jaar 1204 sneeuwde het zo lang, dat de sneeuw vijftien voet hoog kwam te liggen. 32 jaar later dreven 309 huizen in Hoei weg door de kracht van het hoge Maaswater. In het jaar 1257 kon men met bootjes over de Luikse markt varen en een jaar later, werden vele dieren in de weiden gedood door enorme hagelstenen. Zelfs de vogels in de lucht werden dodelijk getroffen. In het eerste decennium van de 14e eeuw was er sprake van grote droogte, bevroor de Maas met alle zijrivieren regelmatig, en kon er maanden lang geen meel aangevoerd worden, zodat de inwoners grote honger leden. In het jaar 1308 werden er in Dinant 24 huizen door het water weggespoeld, en verdronken vijftien mensen, elf koeien en vier paarden.

Twee jaar later bereikte het Maaswater te Luik de derde trap van de perroen*, zodat een deel van de brug wegdreef. In 1315 regende het bijna het hele jaar. Met als gevolg een misoogst en alsof dat nog niet genoeg was, waren er ook nog stormen en aardbevingen. In het jaar 1361 vroor het 15 weken aan een stuk. Twee jaar later sloeg een ander noodlot, de pest, toe in Luik. De 1000 mensen die al besmet waren, konden niet meer gered worden. Later in het jaar begon het met Allerheiligen te winteren, iets dat zou voortduren tot in maart, zodat “den wijngaert ende nootelaren bedorven waren”, en omgekapt moesten worden. In 1374 steeg het Maaswater zo sterk, dat het het altaar in de Luikse Predikherenkerk bereikte.

Perroen: Hardstenen zuil en een symbool voor vrijheid, autonomie en gerechtigheid.

 

 

Advertenties