Wie het breed heeft laat het breed hangen

Op St. Servaasdag 1502 lag de sneeuw meer dan drie voet hoog in de stad. Alsof dat nog niet genoeg ellende betekende, zou het vervolgens tot de 12e juni gaan vriezen. Het moet een verschrikkelijk jaar geweest zijn, want de regen die op de eerste juli begon hield extreem lang aan en zorgde voor een grote sterfte onder de dieren. De jaren 1504 en 1505 zouden naast een paar aardbevingen ook voor een akelige ziekte zorgen die inwoners een erge hoest bezorgde waaraan ze dood gingen. Op Maria Magdalena dag 1505 werd de brug bij de Coolpoort weggeslagen door het sterk gestegen water van de Jeker. De winter van 1512 was “gezegend” met veel sneeuw en was ook extreem vochtig waardoor de stad weer met een aanval van de pest te maken kreeg.

Volgens de kroniekschrijver “starff bij nae de geheele stadt” in het jaar 1531 aan de pest. 1523 bleek een ongeluksjaar voor de wijnliefhebbers te worden. Tengevolge van strenge vorst waren alle wijngaarden “bedorven” en moesten “tegens d’ander jaer” nieuwe wijnstokken geplant worden. Het jaar 1538 werd gekenmerkt door een besmettelijke ziekte die mensen zware buikloop bezorgde. Het was net alsof ze de pest hadden. Een paar later bleek de wijn plotseling goedkoop te zijn geworden. Een pot wijn van het eigen huismerk kostte een stuiver. De Maastrichtse VIP’s kochten echter gezien hun ruime beurs Franse wijn, die vier stuivers de pot kostte. Die goedkope wijn kon hun de pot op!!

In 1552 waaiden zelfs de bomen uit de aarde tengevolge van een “grooten wint”, zeven jaar later viel er letterlijk “hagelslach”, zodat vele mensen en dieren omkwamen. Er was in 1566 sprake van een nieuw record. De Maas vroor in dat jaar “tot drie keren toe”!! De Maastrichtse overheid kocht overigens veel koren op in de buiten de stad liggende gebieden, waardoor de prijs van een brood voor de mensen enigszins betaalbaar bleef. In hetzelfde jaar zou het Land van Luik door de graaf van Alva “verdestrueert” worden en brak zowel in Luik als Maastricht weer eens de pest uit “tengevolgen” van de belabberde hygiënische toestanden.

Kerken hebben “natte voeten”!

In 1571 kregen alle kerken binnen Luik “natte voeten”door het extreem hoge Maaswater. Acht jaar later dook de pest weer op, en alle vruchten op de velden gingen kapot omdat niemand ze meer kon verzorgen. Een zware donderstorm zorgde er in 1592 voor dat de kerk van Thienen helemaal afbrandde. Gelukkig bleven de nabijgelegen huizen schadevrij. Een vat rogge kostte in deze dure tijd veertien gulden!

In een oud doopboek van de parochie Heerlen uit 1606 valt het volgende te lezen: “Anno 1606 op Pawsz Maendach naemiddag umbrint twee uhren is alsoe einen groiten windt und uenweder gewest dat Herlen kirchtorn aef fiel, dat gewolft entweij und gantz te baudem, hauser ende baum all te nieder, in summa alsulch unweder und tempest wasser dat men anders niet en meinden die gantze welt sol vergangen hebben”!!

Kerktoren, zijschepen, huizen en bomen legden het loodje en iedereen dacht een enkeltje hiernamaals te ontvangen. Het moet wat geweest zijn in de toch al beroerde omstandigheden waarin de gewone burger moest overleven. Adel en kerk hadden het zoals nu de huidige elite heel wat makkelijker.

Advertenties