Gruwelijke taferelen

Het jaar 1579 is in de Maastrichtse geschiedenis tot een grote zwarte bladzijde geworden. Het beleg van de stad, begonnen op acht maart onder aanvoering van graaf Alexander Farnese, zou meer dan drie en een halve maand duren. Na de inname van de stad gaven de Spanjaarden, geprikkeld door het verzet van de burgers en de garnizoenssoldaten, zich over aan driedaagse vreselijke moordpartij die ongeveer 1000 mannen, vrouwen en kinderen het leven zou kosten. De eerdere getallen van 4000 of meer werden door de protestanten uit de Republiek der Nederlanden uit propaganda overwegingen sterk overdreven.  Hoewel Farnese, later bekend als de hertog van Parma, hierna wel  op strenge wijze zijn soldaten een dergelijk optreden verbood , was het grote kwaad al geschied.De Spanjaarden zouden overigens tot aan het jaar 1632 de stad bezetten. De burgers die de slachting overleefd hadden, werden door de Spanjaarden tot “buit” verklaard.

Vooral de Duitse en Waalse huurtroepen in Spaanse dienst hebben zich toen op gruwelijke wijze misdragen. Met name vrouwelijke inwoners werden op walgelijke wijze achtervolgd, verkracht en vermoord, en daarna uit hun huizen naar beneden op straat geworpen. De Walen maakten gebruik van de grote ellende en chaos om de plaats in te nemen van de vermoorde Maastrichtse burgers en zich blijvend in de stad  te vestigen. De ingezetenen die tot buit verklaard waren, moesten zo gezegd letterlijk hun eigen leven terug kopen. Overigens werd het bedrag dat daarvoor stond door de Spanjaarden op sluwe wijze gekoppeld aan de positie die ze in het maatschappelijk leven innamen.

Broedertwist in Nedercanne

Uit een van de bewaard gebleven gichtregisters van het dorp Nedercanne ( nu Belgisch Limburg) blijkt hoe een en ander in zijn werk ging. Een zekere Servaes Caltenborch uit dit dorp had voor zijn broer Anthonis in 1579 een “rantsoengelt” van 100 “pistolette croenen” betaald. Dit was de afkoopsom die hij aan de Spanjaard betaalde om zijn broer weer een vrij leven te bezorgen. Toen zijn broer het door Servaes voorgeschoten bedrag niet kon terug betalen, raakten de twee ernstig gebrouilleerd. Hun ruzie zou duren tot aan de dood van Anthonis in 1607.

Servaes gaf niet op, en vorderde onmiddellijk het geld terug van de kinderen en erfgenamen van Anthonis. Het betrof hierbij de dochters Margareta en Catharina. De eerste was de weduwe van Andries van Stockhem, en de laatstgenoemde was op dat moment gehuwd met Balthasar van Elsrack en woonde in Hasselt. De zaak zou zich jaren lang voortslepen. Uiteindelijk werd er in 1614 een overeenkomst bereikt voor de rechtbank van Nedercanne. De daar verschenen Margareta droeg er mede namens haar zus een half bunder akkerland dat gelegen was aan de Susserweg over aan haar oom Servaes. De waarde van het land werd geschat op 185 gulden Brabantse koers, en zou dienen als afkoopsom voor de uitstaande schuld  inclusief de opgebouwde rente. De zaak was nu uit de wereld, en wellicht hebben ze weer in “pais en vree” met elkaar kunnen omgaan.

Maastricht 1581 Guiccardini 23x32gecorrWR_ad2e9fa6ce8137c4f5014c1cd9a2c393

Maastricht in de Spaanse tijd; een kaart uit 1581 van Guiccardini.

Advertenties