De “heete cortse”!

In de jaren 1632- 1633 stierven in Maastricht tengevolge van de “heete cortse” en de pest tussen  de resp. drie duizend en  veertienduizend burgers, waaronder vele vrouwen, kinderen en soldaten. In 1634 waren de prijzen van levensmiddelen zo gestegen dat ze voor de arme burgers niet meer te betalen waren. In het midden van januari 1635 begon het zo streng te vriezen dat de Maas zelfs onder de brug dicht vroor, en de mensen van de ene kant naar de andere kant konden lopen. Op de derde februari begon het ijs door al het sneeuwwater snel te breken. De brug kreeg het hard te verduren, en de mensen vreesden dat ze “omverre gedreven” zou worden, want “sij daverde”!! Door de kracht van het ijs werden wel twee schipmolens in de Maas naar de kant gedreven. Twee dagen later stond het Maaswater een voet onder de top van de stadsmuur.

In april 1640 dacht men dat de wereld verging. Een aardbeving in de nacht van vier april zorgde er voor dat de mensen  in grote “benautheidt” hun huizen verlieten en als dollen door de straten gingen rennen. De grote schrik verdween echter, toen er na een paar nabevingen niets meer gebeurde. Exact twee maanden later, ontstond er een reusachtig noodweer dat om tien uur in de voormiddag begon en tot het middaguur zou duren. De burgers “meynden te sterven”! Uit Dinant hoorde men korte tijd later dat er veertien huizen “door ’t water dat van ’t gebrechte aff quam” waren weggespoeld. Dertien mensen verdronken bij deze ramp, en men kon niet eens meer zien waar de huizen hadden gestaan.

Ramp te Hoei

In juni 1641 liep de rivier de Hoyaul bij Hoei over, zodat alle huizen van de kooplieden onder water kwamen te staan, en veel van hun goederen onbruikbaar werden. Zelfs het stadhuis was “meer dan halff wech gedreven met alle pampieren ende processen”, hetgeen menigeen blij maakte, maar bij anderen voor droefenis zorgde. Het water kwam met zo een onverwachte kracht, dat velen het leven lieten. De winter van 1645 bleef in Maastricht en omstreken geheel sneeuwvrij. In juni 1645 lag er een groot onweer met hagelbuien van Borgharen tot aan Bilsen, Aldenbiessen tot in de Kempen.

De vruchten op de velden lagen erbij alsof ze met “een capmes gehackt waren”. Huizen en schuren waren door de stormwind tientallen meters verplaatst en vele bomen waren “uijtter aerde geslagen”. Op sommige plekken zou de opgewaaide hagel zes voet dik gelegen hebben. Brrrrr!!!

Advertenties