Mooi en onschuldig

Liften is natuurlijk nooit zonder gevaar geweest, alhoewel er eind jaren zestig van de 20ste eeuw op elke hoek van de snelweg jongeren stonden te liften. Maar dat waren andere tijden. In 1719 wilde een onschuldig meisje van 25 jaar oud uit Antwerpen naar Maastricht gaan om daar werk te zoeken. Op zich was dat al heel wat in die dagen. Deze Antwerpse schone, Petronella Daert geheten, had het “geluk” een lift te kunnen krijgen bij een voerman uit Maastricht die op Antwerpen reed. Hij stond daar bekend onder de naam Joseph de Voerman. Dat kwam goed uit, de trip kostte haar op deze wijze niets. Ze nam plaats op de koets met  kar, en de reis kon beginnen. Toen ze te Maastricht aankwamen, bracht de voerman naar herberg “De Tinnen Pot” op de Brusselse Straat. Het lieve naïeve ding had geen idee waar ze terecht gekomen was. De herberg had al lange tijd geen goede naam en was eigenlijk een bordeel voor de soldaten van het stadsgarnizoen. De voerman liet haar daar achter en deed alsof hij een onderkomen voor haar ging zoeken. Toen de kerel terugkwam maakte hij haar duidelijk dat hij haar persé onder vier ogen wilde spreken. Het meisje liet zich mee naar de bovenverdieping lokken. Vreemd genoeg ging de waardin ook mee naar boven. Deze begon even later voor de ogen van het meisje “vrolijk te stoeien” met de voerman. Dit was als opwarmertje voor Petronella bedoeld! De twee enthousiastelingen lieten duidelijk blijken dat het meisje mee moest doen aan de “ménage a trois”. De voerman wist met het nodige geweld en met de hulp van de waardin het meisje tot medewerking te dwingen. Toen ze hun doel bereikt dachten te hebben, werden ze plotseling in hun liefdevol werk gestoord door een man die de kamer binnen kwam en zo de pret verstoorde.

Waardin geeft niet op

Petronella Daert nam de gelegenheid te baat en kneep er tussen uit. Ze slaagde er in een onderkomen te vinden  in een herberg die de naam “De Hof van Vriesland” droeg. Plotseling doken daar een tijdje later geheel onverwacht de voerman en de waardin op. De twee  hadden op slinkse wijze vernomen waar het meisje logeerde. In hun gezelschap bevond zich nu ook nog een zekere vrouw die de naam Magdalon droeg. Dat was de echtgenote van biertapper Coen Eeckels. Deze laatstgenoemde baatte een aan de Maas gelegen bier- en brandewijntapperij uit. De voerman en de waardin deden alsof er niets was gebeurd. Ze probeerden wel aan de weet te komen wat het meisje voor de kost deed. Petronella vertelde hun dat ze eigenlijk van beroep spinster was. Daarop beloofde de waardin haar een spinrad te bezorgen, maar alleen als ze een paar dagen bij haar in dienst zou komen. Uiteindelijk belandden de drie weer in herberg “De Tinnen Pot”. Ze dronken er vrolijk een paar potten bier met een toevallige bezoeker. De waardin stond plotseling op en nodigde iedereen die haar “lief had”, mee naar boven te komen. Petronella volgde haar verzoek gedwee op. Boven gekomen kreeg ze opdracht het bed op een kamer op te maken. Vervolgens stampte de waardin een paar keer met de hakken op de vloer. Het meisje reageerde verbaasd, en vroeg waarom de waardin dit deed. Ze antwoordde dat ze dat wel zou begrijpen als ze een paar dagen bij haar aan het werk was. Al vlug meldde zich een van de bezoekers op de bovenverdieping. Wat toen gebeurde, staat uitgebreid in de procesakten beschreven. Petronella, zo vertelde het gerecht, werd door deze man met hulp van de waardin op ernstige wijze verkracht.

Meisje wordt onder druk gezet

Het meisje was door de waardin en de bezoekers dronken gevoerd. Nadat de daad verricht was, kreeg ze een rijksdaalder van de klant. Het verdrietige kind ging naar de schout en vertelde daar haar verhaal. Men besloot de daders op te sporen. Zowel de waardin als haar echtgenoot, maar ook de voerman werden opgepakt. Ze werden opgesloten in de gevangenis van de Sint Pieterspoort. De man die haar had verkracht, bleek een soldaat uit het garnizoen te zijn, een zekere Bartholomeus Claessen. Hij werd voor de krijgsraad gebracht en zal waarschijnlijk streng gestraft zijn. Petronella werd op bevel van het gerecht door een vroedvrouw onderzocht. Deze laatste bevestigde na haar onderzoek het verhaal van het meisje. Het meisje mocht de stad echter niet verlaten. Ze kreeg plotseling bezoek van enkele kennissen van de waardin. Deze zetten haar onder druk en probeerden haar over te halen om niet te getuigen tegen de voerman en de waardin. Een schepen uit de gemeenteraad van Maastricht en een bekende van de daders wilde haar wel helpen. Hij zou ervoor zorgen dat ze naar het Belgische Beverst kon vluchten, waar de plaatselijke pastoor die een neef van de waardin was, een geschikt onderkomen voor haar zoeken. Uiteindelijk stemde het meisje hierin toe. Om het niet te laten opvallen, werd ze als appelvrouwtje verkleed de Boschpoort uit gesmokkeld. Korte tijd later vernam het stadsbestuur dat ze niet meer in Maastricht aanwezig was. Schout, Galliot dreigde boos iedereen die maar iets met de zaak te maken had op te pakken. Bekend is dat het meisje inderdaad in Beverst is aangekomen. Het is niet bekend welke straffen de bij deze zaak betrokken personen uiteindelijk gekregen hebben.

 

Advertenties