Pest te Marseilles

De informatie van de kroniekschrijver wordt plotseling internationaal. Zo weet onze man te vertellen dat de pest te Marseille “een groote ravagie” heeft aangericht met 80.000 doden in de stad alleen al!! Het wordt nog interessanter, want volgens de zelfde persoon zou op 26 april 1721 de stad Tauris in Perzië door een aardbeving verwoest zijn. In december 1726 was er weer eens “groot waeter “in Maastricht. Dertien jaar later zou de winter zeer vroeg invallen en zou ook zeer koud worden. De wintergerst en het winterzaad bevroren en gingen kapot, en het vee had gebrek aan stro. Vele schapen, koeien en ossen haalden het einde van de winter niet. Het vlees werd zeer schaars en duur. Als voorbeeld geldt de prijs van een kalf. Voorheen had men het dier voor zes à zeven stuivers kunnen kopen, nu moest men zeven gulden op tafel leggen. Het hoge water van december 1740 maakte de situatie er niet beter op.

Op 18 december 1755 vond er een grote aardbeving plaats die de stad en de verre omgeving trof. De muren van vele huizen scheurden uit elkaar en schoorstenen vielen naar beneden. Het bleef maar rommelen in de ondergrond van de Limburgse regio, want in juli 1762 was er weer een sterke aardbeving die de mensen de straat op joeg. Twee jaar later vielen er in juni hagelstenen ter grootte van hoendereieren en werden alle gewassen op het land plat geslagen. In 1776 lag de Maas van 7 januari tot 5 februari dicht met ijs. Het omhoog gestuwde ijs brak als eerste bij de brug en beschadigde deze op meerdere plaatsen. Een dag later brak het ijs in de rivier zelf. Een ernstige ziekte brak uit in augustus van het jaar 1781. Het was “den rooden loop” die 1600 slachtoffers zou maken.

Limmel en Borgharen overspoeld

Deze besmettelijke ziekte zou pas in de maand november aan haar terugtocht beginnen. Eind december 1783 was de Maas weer vol met ijs. Op 2 januari begon het echter te dooien, en brak het ijs tussen Luik en de stad Maastricht. Het ijs had zich voor de stad tegen de brug omhoog gestuwd, omdat een groot schip door een ongeluk dwars tegen de brug was komen te liggen. Het ijswater liep ten gevolge hiervan door de dorpen Limmel en Borgharen, om pas bij het dorp Itteren weer de loop van de rivier te gaan volgen. Twee weken later werd iedereen verrast door een nieuwe zeer strenge vorstaanval, waardoor niemand meer gebruik kon maken van de doorgaande wegen.

Brandstof was niet meer te krijgen en als men wel wat kon bemachtigen was het extreem duur. De overheid hield de poorten van de stad dicht tot de 21ste januari. Twee dagen later werd de Jeker zo hoog door het vele smeltwater dat dit de St.Pieterspoort binnen liep tot aan de Fransche Kerk. De burgers in de stad hadden nog een meevaller bij alle ellende. De St.Pietersstraat was tot een grote “viskom”geworden waarin zich een menigte heerlijke vissen bevonden. De volgende week stond er dus steevast vis op het schrale menu. Door het hoge water werd de Maasbrug aan vijf pilaren beschadigd. De kosten werden beraamd op 8000 tot 10.00 gulden. Wie zou dat gaan betalen??

Advertenties