Jacob Herrewig ( circa.1710-1775)

Herrewig was afkomstig uit het tegenwoordig Duitse gebied en was gehuwd met Elisabeth Scheers. Op het ogenblijk van zijn arrestatie was hij 65 jaar oud, en al 28 jaar woonachtig in de Houthemerberg te Houthem. Hij kwam aan zijn geld door als linnenwever en bedelaar uit te gaan werken. Ogenschijnlijk deed hij nog meer om de kost te verdienen, want de dochter van de roverhoofdman Bosch uit de Heek bij Klimmen beschuldigde hem in haar verhoren ervan lid te zijn van de bende van nachtdieven en plunderaars. Zo noemde Gertruijd Bosch op 21 juli 1775 een grote hoeveelheid namen van mensen die volgens haar tot de bende behoorden en vaker over de vloer kwamen in de herberg van haar vader om daar nieuwe overvallen te bespreken. Daaronder bevond zich volgens haar ook een zekere “Jacob Hereweg woont meede op den Houtemerberg, eenen Hoogduitser gaet beedelen”!

Zo beweerde ze dat Jacob had meegedaan aan de overval op de kluizenaars in Walem en aan de brute inbraak met veel geweld op boer Frissen en zijn gezin in Aerensgenhout. Deze informatie was voor de rechtbank meer dan voldoende bewijs op Herrewig op te pakken, hetgeen op 11 augustus 1775 dan ook gebeurde. Hij werd vervolgens op 21,22 augustus en vijf september aan de tortuur onderworpen om hem een bekentenis te ontlokken. De Valkenburgse “huischirurgijn” Corriaux had er bijna een maand voor nodig om de arme Herrewig een klein beetje op te lappen. Het resultaat van het ongemeen harde justitieoptreden. Corriaux rekende 16 gulden en 37 stuivers voor zijn werk.Wat de man bekend heeft is niet meer bewaard gebleven. Herrewig is overigens op 29 november 1775 aan de gevolgen van zijn mishandelingen in zijn gevangeniscel overleden, maar daarna alsnog als blijk van zijn schandelijk leven aan de galg gehangen. Veel bezit had hij niet. Er kwam iets meer dan 31 gulden binnen bij de rechtbank, een bedrag dat gehaald werd uit de opbrengst van de verkoop van zijn meubelen en beesten. Onroerend goed bezat hij niet. Het opgehaalde geld dekte niet eens de nota van de beul, die voor zijn “werk” het fikse bedrag van 55 gulden declareerde!!

Johan Louis ( “de Wilde”)

Wilde Jan was rond 1713 geboren in Maastricht, maar woonde in Rothem waar hij het beroep van wolspinner uitoefende. Hij kon noch lezen noch schrijven, maar viel daarmee niet op. Wie kon dat wel in die tijd? Die kwalificaties waren enkel van toepassing op de geestelijke, politieke en bestuurlijke elite. Jan was gehuwd met Maria Dampen en werd op 17 januari 1775 gearresteerd. Uit het overzicht van “scherpe examens” blijkt dat hij pas meer dan een jaar later, op 30 januari 1776 door de scherprechter onder handen werd genomen. Waarschijnlijk heeft men hem langer vastgehouden in de hoop meer beschuldigingen te krijgen van andere gedetineerden.  Voor zijn werk op 30 januari vroeg de beul overigens het standaardbedrag van 55 gulden. Uiteindelijk besloot de rechtbank Jan te geselen, waarna hij verbannen werd uit het Land van Valkenburg en omgeving. Dat gebeurde op 10 mei 1776. Jan kon zijn plunjezak pakken en oprotten naar een andere regio. Aan vast goed bezat hij niets. De verkoop van zijn meubilair leverde de rechtbank een bedrag van 35 gulden op. Genoeg om de schout en de schepenen een kan brandewijn met een lekkere maaltijd te bezorgen.

meerssener-bende-bokkerijders-in-het-land-v-valkenburg

  • Wordt vervolgd door deel 6
Advertenties