Haarie tegen Bèr: Les francais sont ici!!

Maastricht werd op de dertigste juni 1673 door de Fransen ingenomen, hetgeen een periode van zware lasten voor de stad zou inluiden. Er waren nog geen aparte soldatenonderkomens, barakken of kazernes voorhanden, zodat de soldaten van het Franse garnizoen bij burgers ondergebracht moesten worden. Dat zou tot spanningen en overlast leiden en was voor de meeste gewone burgers onbetaalbaar. Zoals gebruikelijk hadden notabelen geen last van inkwartiering en drukte deze last op de schouders van de zwakkeren. Het Maastrichtse stadsbestuur had zich al vanaf het begin van de bezetting bij de Fransen sterk gemaakt voor aparte soldatenonderkomens, maar deze hadden daar geen oren naar. Er zou zich echter een gelegenheid gaan voordoen waarbij het bestuur haar denkbeelden aan de allerhoogste baas van De Fransen zou kunnen voorleggen. Toen twee jaar later het Franse leger in de buurt van Lanaye ( Ternaaien) vertoefde, en Lodewijk die plaats tot zijn hoofdkwartier had gemaakt, besloot het stadsbestuur het ijzer te smeden toen het heet was. Een Franse gezant liet het stadsbestuur weten dat de koning voornemens was om op de 14e juni de stadswallen aan een inspectie te onderwerpen. Dat klonk als muziek in de oren van de Maastrichtse regenten.

De er toe doende Maastrichtse bestuurders trokken allen in de ochtend van de 14e juni in schitterende ambtskledij de St.Pieterspoort uit om er de “goddelijke” Fransoos op te vangen. Lodewijk bleek een vroege vogel te zijn, want hij arriveerde al om negen uur bij de stadspoort, waarna alle Maastrichtse VIP’s zich als door de bliksem getroffen op de knieën wierpen om “de buitenaardse godheid” te eren. Hoogschout de Montagne was uitgekozen om de koning aan te spreken. Hij begon zijn toespraak met een compliment! Nog nooit, aldus de man, was de hemel zo helder geweest als vandaag in de nabijheid van “Votre Majesté”. Na deze stroopsmeerderij bracht hij het verzoek naar voren om de kazernes te laten bouwen voor de soldaten van het garnizoen om zo het leven van de burgers te verlichten.

Louis Quatorze doet wat hij wil

De koning antwoordde dat hij reeds door zijn vertrouweling graaf d’Estrades op de hoogte was gebracht over dit heikele punt, maar dat hem er primair alles aan gelegen was om eerst de veiligheid van de stad in een “état de sureté” te brengen. Voorwaar een wijs inzicht! De Hoogschout riposteerde dat het bestuur Zijne Koninklijke Majesteit smeekte om toch aandacht te hebben voor de bouw van de kazernes. Alle burgers zouden voor zo een goede koning immers onder alle omstandigheden hun lijf, goederen, bloed en leven opofferen.

De koning, wellicht getroffen door deze loffelijke woorden en gesterkt in zijn koninklijk machtsgevoel, gaf hierna zij paard de sporen en reed langs de wallen naar de Tongersepoort. De leden van het gemeentebestuur riepen hem nog snel een enthousiast “Vive le Roi” achterna, waarop Zijne Hoogheid zijn hoed afnam en ermee zwaaide. De Fransen zouden daarna wel  verschillende nieuwe buitenwerken maken, maar over kazernes hoorde niemand voorlopig iets. “Rien est changé”!

Die zouden er pas later komen. In 1685 zou Lodewijk via een verordening bepalen dat zijn soldaten in aparte kazernes ondergebracht moesten worden, maar toen waren er geen Franse soldaten meer in Maastricht

Advertenties