Gosewijn Meeuwissen ( circa. 1740-1775)

Gosewijn (Goswin) was een van de vier broers Meeuwissen die met de Valkenburgse justitie in aanraking zou komen. Hij werd omstreeks het jaar 1740 in Strabeek bij Houthem geboren, was niet gehuwd en werkte als dagloner. Een “beroep”, waarbij je maar moest afwachten of je ergens voor een of een paar dagen aan de bak kon. Hij was zoals de meeste niet tot de elite behorende burgers ongeletterd en leefde van de hand in de tand! Gosewijn werd op 9 maart 1775 door de Valkenburgse gerechtsbode met behulp van een paar schutten thuis opgehaald en naar het Landshuis gebracht, om er in een donkere en vochtige door ongedierte vergeven cel te verdwijnen. Hij wordt al op 16 en 17 maart aan een scherp examen (tortuur door de beul) onderworpen.

Het is donderdag een juni 1775 als Geertruid Bosch tijdens een verhoorsessie in de namiddag de rechters nog een aantal personen noemt die “Complicen der Bende sijn”! Een van deze mannen is volgens haar “Goossen Mewissen uit de Banke Houtem”. Ze noemt dan ook nog zijn broers Steven uit Strabeek en Wouter uit Broekhem. Een ondervraging met resultaat, want Gosewijn wordt op 8 juli en op 14 en 15 september opnieuw met de assistentie van de beul aan een onmenselijk verhoor onderworpen. Bosch had hem ervan beticht deelgenomen te hebben aan de vele jaren eerder gepleegde overval op de boerderij van Frissen in Aerensgenhout.

De rekening van de “dokter”

De bij de verhoren aanwezige chirurgijn die er op moest letten dat de aangeklaagde tijdens de “verhoren”niet zou bezwijken”diende voor zijn “eervolle” karwei allerlei nota’s in. De nota die Gosewijn betreft geef ons een inkijkje in wat er nou exact gedeclareerd werd. Uit de rekening blijkt dat deze dokter er bijna vier weken voor nodig had om Gosewijn enigszins te laten herstellen van het misdadige justitiebeleid. Chirurgijn Thomas Corriaux bezocht hem daartoe in de periode vanaf 8 juli tot 4 augustus  twee maal per dag, om “denselven te laten  cureren van de gevolgen van de tortuur”! De totale kosten bedroegen 27 gulden en 30 stuivers, een bedrag dat uitgegeven werd aan linnen dat als verband diende, balsem en reukmiddelen ( foment aroma) om een door de beul mishandeld persoon weer uit zijn toestand van bewusteloosheid terug te halen.

Aan de galg

Gosewijn bezat vrijwel niets. Hoe kon het ook anders. Gewone burgers bezaten in de regel vrijwel niets. Alleen zijn voorraad graan leverde iets op. De verkoop ervan genereerde iets meer dan 16 gulden voor justitie. Gosewijn werd op 5 oktober 1775 opgehangen.

 

Advertenties