Joannes Pirongs ( 1725-1775)

Geboren in Houthem, huwde hij in 1750 aldaar Maria Catharina Lenaerts, die helaas al in 1766 zou overlijden. Ze kregen een zoon, de in 1752 geboren Matthijs, die in 1784 de uit Leeuwarden afkomstige Geyske Folkerts zou trouwen. Joannes trouwde al heel snel na het overlijden van zijn eerste vrouw met Anna Catharina Weusten, een huwelijk waaruit in 1767 het meisje Wilhelmina geboren zou worden. Pirongs was de zoon van bakker Pirongs en droeg daarom de bijnaam “Bekkers Hans”! Historicus Anton Blok vermeldt overigens dat hij in 1764 voor de tweede maal gehuwd zou zijn, en dat uit die verbintenis twee kinderen zouden zijn geboren. Om aan de kost te komen werkte Joannes als strodekker en op afroep als dagloner. Hij was zoals de meesten ongeletterd. Pirongs werd op 9 maart 1775 opgepakt, nadat reeds vastzittende verdachten hem beschuldigd hadden. Pas meer dan twee maanden later zal de rechtbank in Valkenburg besluiten om hem aan een “scherp verhoor”( lees-marteling) te onderwerpen. Dat gebeurde op de 19e mei. Op vrijdag 21 juli 1775 zal Geertruid Bosch hem in de namiddagzitting van de rechtbank beschuldigen van lidmaatschap van de bende van de nachtdieven. Het maakte niet meer uit. Joannes Pirongs was al op de 22ste juni opgehangen. Zijn bezittingen werden door het gerecht verkocht. Zijn meubelen brachten iets meer dan 17 gulden op en zijn vaste goederen deden 40 gulden.

Hendrik Ruijters ( 1744-1775)

Hendrik droeg de merkwaardige bijnaam “de Konijnen Dirk”! Of dat kwam omdat hij misschien in konijnen handelde of dat hij er jacht op maakte, is niet duidelijk. Hendrik was oorspronkelijk geboortig uit Heerlen, maar werkte sinds 1774 op de Ravenhof in Ambij, een plaats die deel uitmaakte van de Bank Meerssen. Hij had het Heerlense gebied vaarwel gezegd, omdat de grond hem daar te heet onder de voeten aan het worden was. Er werden links en rechts personen gearresteerd. Hendrik wist hoe laat het was, want zijn blazoen was zeker niet zuiver. Zo had hij in april 1772 meegedaan aan een overval  op het Panhuys in Wijnandsraede.  Als verzamelpunt hadden de mannen toen de Prikkenisserheggen tussen ten Esschen en Voerendaal uitgekozen. Toen ze in Wijnandsraede aangkomen waren, hadden ze als eerste houtjes in de sleutelgaten van de kerkdeuren gestopt, zodat dat niemand de kerk binnen kon gaan om de klokken als teken van alarm te luiden. De deelname aan deze overval zou hem de kop gaan kosten.

De Ravenhof, ook wel de Scheversteinhof genoemd, lag in Ambij-Zuid. Het was een “riddermatig” goed, op grond waarvan Jan Rave van Ambij in het jaar 1570 tot de ridderschap van het Land van Valkenburg werd toegelaten. Je bezit en titel moesten aan bepaalde voorwaarden voldoen, anders kwam je niet door te toenmalige ballotagecommissie. Vanaf het jaar 1703 kwam de Hof in het bezit van de familie Mewen, die later ook nog kasteel de Vliek in Ulestraten in hun bezit gehad hebben.

Hendrik was sinds de feestdag van de H.Remigius (Remijs) in 1774, een heilige van Gallo-Romeinse afkomst uit de 6e eeuw, in dienst op de Ravenhof. Hij was ongehuwd. Op 14 augustus 1775 haalde zijn verleden hem in, en werd hij gearresteerd. De ons bekende gerechtsarts Corriaux had heel wat zalfjes en aroma’s nodig om Hendrik na de martelverhoren door de beul terug te brengen in het rijk der levenden. De jongeman werd op 5 oktober 1775 opgehangen. Uit de overzichten van de bezittingen van bendeleden blijkt dat hij niets bezat. De rechtbank leunde echter niet achterover en besloot daarom maar om “Als uijtdienende voor knegt sijn te goed hebbende Loon”.

Men legde gewoon beslag op zijn loon dat hij nog te goed had van de heer van de Ravenhof. Niets was de Hollandse aasgierenoverheid vreemd. Zelf maakten ze er toen al vaak een potje van, maar de arme burger moest zoals steeds het gelag betalen.

ravenhof amby circa 1840

De Ravenhof in Ambij circa 1840

Advertenties