Matthijs Schröders ( 1736-1774)

Schröders die ook wel “Thijsken Muijters” genoemd werd, woonde in Houthem en was in 1768 gehuwd met de een jaar oudere Joanna ( Jenne) Boosten. Schröders werd gearresteerd op 29 juli 1773, drie dagen nadat de op het Landshuis in Valkenburg gevangen zittende Dirk Herseler het gerecht het een en ander verteld had over mensen die lid zouden zijn van de bende: “Als wanneer verders heeft bekend dat de meede complicen sijn en aen verscheyde Diefstallen en Huysbraken schuldig staen de volgende personen:

Dirk lepelde welgeteld 36 personen op. Op het overzicht van de rechtbank staat op nr.15, “Muitken Thijs wonende te Neerbeek, de neus wat opgetrokken”. Herseler vergiste zich, want de man die hij beschuldigde kwam uit Houthem. Leden van de bende kenden elkaar vaak alleen maar vanuit allerlei vluchtige situaties en waren zeer zeker niet altijd op de hoogte van iemands ware naam, toenaam en woonplaats. De meesten was er alles aan gelegen dat anderen zo weinig mogelijk over hun aan de weet kwamen.  “Thijsken” wordt op de 13e augustus aan een zeer pijnlijk verhoor onderworpen. De beul martelde hem met permissie van de rechtbank met behulp van de vele werktuigen die hij tot zijn beschikking had.

Letterlijk dood gemarteld

De bij het “verhoor”opgelopen verwondingen waren zo ernstig dat Schröders er op de 11e september aan overleed. Op 13 september sprak de rechtbank te Valkenburg onder  voorzitterschap van schout Farjon het vonnis uit tegen het “lijk van de overleden man”!!  De rechtbank beriep zich er op dat ze na gedegen onderzoek en na de bekentenis van Matthijs zelf tot de conclusie waren gekomen dat de man tot de bende van de beruchte gauwdieven behoorde. Zo was duidelijk geworden dat hij medeplichtig was aan diefstallen aan de Maasband en in de buurt van Heerlen. Dat vele gevangen zittende aangeklaagden in het wilde weg van alles en nog wat riepen om van de pijnen van de tortuur verlost te worden, deerde deze “wijze Hollandse elite” niet.

Schröders zou ook nog bekend hebben een varken gestolen te hebben bij Pieter Gelders in het naburige gehucht de Heek. Dat alles konden de schepenen van Valkenburg in naam van de Hoge Heren in Den Haag onmogelijk tolereren, zodat ze de inmiddels overleden Schröders alsnog vonnisten. De beul of zijn assistenten kregen opdracht zijn stoffelijk overschot op een kar te laden en naar Houthem te vervoeren, en wel naar de plek waar de galg stond. Hij zou daar voor “anderen ten Exempel en afschrick aen een Galge met een ijseren ketten gehangen te worden en aldaar te blijven hangen.”

Zijn bezittingen werden in beslag genomen om er de kosten van de rechtszaak uit te kunnen betalen, dit alles “tot taxatie en moderatie van justitie”! De walgelijke vertoning werd  een dag later met heel veel poespas voltrokken. De elite was tevreden, weer was er een lid van deze bende opgeruimd.

Advertenties