Joannes Speessen

Johan Speessen was een in Houthem wonende boer, in 1741 geboren en in 1768 getrouwd met de even oude Agnes Weusten. Waarschijnlijk was hun huwelijk een “ versnelde affaire”  geweest, want al spoedig na hun trouwdag kregen ze een zoon, eveneens Johan geheten. Twee jaar later zouden ze zoon Dionysius krijgen en in 1772 zag dochter Anna Catharina Speessen het levenslicht. Speessen was op 12 oktober 1773 gearresteerd na door de ook uit Houthem afkomstige Christiaen Vlecken en nog twee andere mannen beschuldigd te zijn van lidmaatschap van de bende. Zeer waarschijnlijk heeft Vlecken zijn naam onder grote druk, en onder invloed van de door martelingen veroorzaakte hevige pijnen, aan het gerecht verteld. De mannen kenden elkaar uit het dagelijkse leven en Vlecken had hem zelfs gewaarschuwd en geadviseerd om naar veiliger oorden te vertrekken. Speessen was echter zeer eigenwijs en bleef waar hij was. Eens te meer bleek dat vele binnen het Landshuis te Valkenburg genomen beslissingen naar buiten werden gebracht. De dorpsbewoner die hem had ingelicht, had enigszins geruststellend verteld dat Speessen pas gevaar zou lopen als welgeteld zeven gedetineerden hem zouden aanklagen. Dat was natuurlijk een verzinsel van een sukkel.

Vlecken trekt zijn accusatie in

Speessen werd een maand na zijn arrestatie door de rechtbank geconfronteerd met Vlecken, maar de laatstgenoemde trok tijdens deze confrontatie zijn eerder uitgebrachte beschuldigingen tegen hem in. Nu kwam echter de echtgenote van Speessen in het geweer. De dappere vrouw liet in mei 1774 een verzoekschrift opstellen om haar man vrij te krijgen. Ze beweerde dat twee bekenden van haar echtgenoot hem hadden beschuldigd uit pure wraakgevoelens. De vrouw ging zeer zorgvuldig te werk en liet alle verklaringen van getuigen die van deze valse aanklacht afwisten,  in een document vastleggen. De Valkenburgse rechtbank was niet erg gecharmeerd van deze “ praktijken”. Dit soort initiatieven waarbij men getuigen en alibi’s opvoerde, werkten immers in tegen de door de overheid gevoerde harde beleidslijn inzake het strafrecht tegen deze onverlaten.

Het onverwachte wonder gebeurde echter toch nog. Speessen kon al op de 16e mei zijn cel op borgtocht verlaten. Dit voorbehoud werd door de rechtbank gemaakt in verband met de nog te betalen kosten aan het gerecht. Ook al was gebleken dat je onschuldig was, betalen moest je altijd aan de Hollanders. Nadat er 41 gulden en 10 stuivers naar het Landshuis waren gebracht, werd Johan Speessen definitief een vrij man. En nu maar hopen dat de rechtbank niet op haar beslissing terug zou komen!!

Bron: Akten RHCL Maastricht

 

 

 

Advertenties