Cornelis Bours ( 1720-1774)

Toen de in Geulle geboren Bours in 1749 met Maria Anna Wijnen trouwde was de lokroep van zijn vrouw zo groot dat hij naar de Heerlijkheid Elsloo verkastte. Hij zal niet vermoed hebben dat hij daar 25 jaar later aan de galg zou eindigen. Cornelis die in Geulle al het beroep van wever had uitgevoerd, zette dit ook voort in Elsloo. Hij vestigde zich in het ten zuidoosten van het dorp Elsloo gelegen gehucht Catsop, waar hij Paulus Janssen als buurman zou krijgen. Janssen die ook uit Geulle kwam, zou zich ontpoppen toe een van de plaatselijke aanvoerders van de bende nachtdieven. Bours presteerde het om zeven kinderen te verwekken, hetgeen in de omstandigheden van die tijd een tortuur moet zijn geweest voor zijn vrouw. Bours, bijgenaamd “Boerejan Nelis”,  had de pech dat een zekere Marten Mulckens uit zijn dorp hem tijdens een van zijn verhoren noemde als lid van de bende. Mulckens was op zijn beurt als lid aangeduid door Paulus Janssen, die op 13 september 1773 “de eer had”om als eerste bendelid uit Elsloo in handen van justitie te geraken. De loslippige Dirk Hersseler uit Neerbeek, die ellenlange lijsten van bendeleden oprispte had hem de das omgedaan. “Boerejan” werd einde november 1773 gearresteerd. Het zou zijn einde verhaal worden. Hij werd op 9 februari 1774 op de galgenplek van Elsloo.

Zie hier de beschrijving hiervan uit de site Elsloo.Info:” Het gericht van Elsloo
Op de Hoogte op de grens met Geulle heeft ook de gerechtsplaats van Elsloo gelegen. Deze stond op een plaats wat in de archieven het Gericht wordt genoemd. Op deze plaats werden de doodvonnissen uitgevoerd, o.a. door middel van een galg, radbraken, onthoofding of anders. Exact kunnen we deze cruciale plek niet plaatsen. Daarvoor zou men bodemonderzoek moeten doen. De archieven en de overlevering geven ons wel aanwijzingen waar het gericht ongeveer heeft gelegen. Uit een grensbeschrijving uit 1462 kunnen we afleiden dat het gericht van Elsloo stond boven aan de Biesenkuil (dat is wat we nu de strontkuil noemen, de diepe trog in het Hoge Bos waarin de Materbergbeek ontspringt). Andere vermeldingen spreken van percelen die liggen  “op de Heugde aant gericht boven den Wingerd (nu in Hoge Bos) op de rein van Elsloo”  etc. Alle vermeldingen komen op hetzelfde punt neer. Volgens deze gegevens kan het gericht nergens anders gelegen hebben dan op de Hoogte in de omgeving (in de richting van de Eykskenweg)  van het punt waar het Hoogtevoetpad een aftakking kent naar de bron van de Materbergbeek. Dit voetpad is namelijk de grens met Geulle. Ook de overlevering vertelt dat in het bos, bij de beschreven aftakking, “d’r vreuger luu in ein ströp gebengeld höbbe”. Dit vertelde men de kinderen als men daar langs kwam om hun bang te maken, het zou hier spoken. Ook de Bokkenrijders uit Elsloo moeten hier zijn opgehangen. In hun processtukken staat echter niet de exacte plaats alleen “daar waar men gewoon is criminele justitie te doen” en dat was dus, zoals we zagen,  op de Hoogte. Ook dat de plaats van het gericht op de Hoogte in de overlevering bewaard is gebleven, versterkt het vermoeden dat we hier de gerechtsplaats moeten zoeken.

Bours was niet de enige die op die dag aan zijn einde kwam: Een krant berichtte het volgende:

MASTRIGT, den 12, February. Op Dingsdag den 8 dezer zyn er te Beek wederom 6 Misdadigers, behorende tot het complot Dieven en Huisbrekers, en voorleden Woensdag te Elslo 7 andere met de Koord gestraft geworden.

Met dank aan de site van Elsloo.Info en RHCL Maastricht

galg elsloo op de heugde aan het gericht boven den Wingerd (bos) op de rein van Elsoo

Galg Elsloo op de heugde aan het gericht boven den Wingerd

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties