Hazardspel in vizier overheid

Net zoals in deze tijd, alhoewel dat in ons land natuurlijk niet zo is, hadden overheden bij tijd en wijl zorgen over de alsmaar oprukkende hazardspelen. Online gokken was er nog niet en ook door overheden of particulieren geleide casino’s bestonden niet. Hazardspelen zoals dobbelen en gokken, werden hoofdzakelijk in herbergen of andere “huijsen” gespeeld buiten het zicht van de degenen die verantwoordelijk waren voor de openbare orde. De overheid kwam dan ook regelmatig met ordonnanties en edicten om dit tegen te gaan. Ondanks de in de wettelijke bepalingen aangekondigde strenge straffen slaagde men er niet in om dit maatschappelijk kwaad in de greep te krijgen. Dat het adagio “l’histoire se répète” nog steeds opgang vindt, is overduidelijk.

De Maastrichtse overheid was de overlast op dit gebied beu. In een raadsverslag van 6 januari 1747 geven ze aan dat het ondanks allerllei inspanningen, lees de ordonnanties van gemeentezijde uit december 1728 en februari 1739, en daar bovenop de inspanningen van de commissarissen-deciseurs van zowel de Luikse als de Brabantse overheid uit september 1742 niet is gelukt om de in deze regelingen verboden hazardspelen zoals bazetten, pharaon, passedix ( kansspel met dobbelstenen), cinq et neuff, en allerhande andere spelen in de greep te krijgen.

Volgens de Maastrichtse overheid worden deze spelen nog steeds in zowel particuliere als publieke huizen gespeeld, tot “nadeel en ruïne van de militaire, vreemde en de goede ingesetene deser stadt”. Het was overduidelijk,de raad wilde de reeds bestaande regels aanscherpen en gelukkig ook gaan toepassen. Men had daarbij de zowel de particuliere als de neringdoende gelegenheidsgevers op het oog. Vooral zij die in hun onderhoud voorzagen met het houden van koffiehuizen, wijnhuizen, herbergen of andere “hanteeringe”, die de hazardspelen in hun huizen in het openbaar of in het geniep lieten bedrijven door soldaten, ingezetenen of vreemden zouden de strengere regels in hun portemonnee gaan voelen. Er stonden fikse straffen op overtredingen.

Heuse straffen

Wie de eerste keer in de fout ging, kon zijn zaak sluiten  voor een periode van een jaar en zes weken, en bovendien een boete krijgen van 300 honderd gulden. Particulieren die betrapt werden, kregen nog sneller te maken met een lege beurs. Zij ontvingen direct een boete van 600 gulden, die gelijkelijk verdeeld werd over zowel het Luikse als het Brabantse gerecht, de gemeentekas, en degene die de persoon erbij gelapt had. Voor een burger was dit legale cadeautje van 200 gulden dan ook veel geld. De raad beloofde dat de naam van de brave burger die “geklapt” had geheim gehouden zou worden.

De touwtjes werden nog strakker aangetrokken, want ook de spelers zelf. “van wat conditie of qualiteijt hij sal mogen wesen”, dreigden dezelfde boetes te krijgen die conform bovenstaande regeling weer verdeeld zouden worden. Bij de overheid had men door dat verhuurders van kamers of uitbaters van “publijcke neeringe” vaak deden alsof ze niet op de hoogte waren van wat er achter de deuren van de door hun verhuurde kamers gebeurde. Het veelal gebruikelijke excuus dat ze het ook niet konden weten omdat de gebruikers de deuren op slot gedaan hadden, zou niet meer mogen gelden. Burgers en neringdoenden hadden vanaf nu de plicht om na te gaan wat er bij hun thuis gebeurde, en konden niet meer wegkomen met het smoesje dat hun de toegang tot hun eigen eigendom geweigerd was. Gebruikers die eigenaren toegang zouden weigeren golden vanaf nu als spelers en kregen de zelfde straffen als de op heterdaad betrapte of door anderen verraden spelers.

Burgers waren voortaan eveneens verplicht om de namen van mensen die in hun huis speelden aan de Hoogschout of Burgemeesters door te geven. Deden ze dat niet, dan ging de overheid ervan uit dat men permissie gegeven had, en kregen ze ook de al eerder vermelde boete, die “promptelijck” moest worden voldaan. Er was echter een ontsnappingsclausule. Kon een burger aantonen dat hij of zij het uiterste gedaan had om het hazard- of dobbelspel te voorkomen, maar ook dat ze door de spelers misleid waren, dan zou de overheid over het hart kunnen strijken, maar in dat geval moesten de illegale spelers de betrokken burgers schadeloos stellen.

De Maastrichtse overheid zou er alles aan doen om de nieuwe regeling via publicatie onder de aandacht van alle burgers en anderen te brengen, zodat “niemant hier aff eenige ignorantie kon pretendeeren”! Dat schreef de secretaris van de  “Eed.Achtb.Raad” G.J. Lenaerts,  tenminste in zijn ordonnantie van 6 januari 1747!!

Bron: Maasgouw nr.56, 22-01-1880

Getuige onderstaand fresco, gebeurde dobbelen al in het oude Pompeï

dobbelen in pompeï

Advertenties