Theodorus van den Hoevel

In een crimineel gedingregister van de Heerlijkheid Borgharen 1688-1795 fol.1., kunnen we lezen dat Willem van Isendoorn à Blois (Blisia), de heer van Borgharen en Ingenhoeff enz., die uit een Gelders oud adellijk geslacht stamde dat in 1865 uitstierf, op 18 augustus 1684 Theodorus van den Hoevel die Commissaris Instructeur van de Hoog Mogenden te Maastricht was, tot drossaard van de heerlijkheid Borgharen benoemde. Willem was een zoon van Philibert van Isendoorn á Blois , die luitenant-kolonel in het Staatse leger was, en in 1648 werd benoemd tot commandant van de vesting Maastricht en toen kasteel Borgharen kocht van de militair Albert van Merode. Philibert overleed in 1667 en ligt met zijn echtgenote Aleijde en kind begraven in de grafkelder van het kasteel. Vanwege zijn protestantse geloof was bijzetting in de katholieke dorpskerk onmogelijk.

Maastricht kende vier commissarissen-instructeurs, twee van Luikse en twee van Brabantse zijde. Zij werden voor het leven benoemd en gekozen uit de meest vooraanstaande burgers uit der stad. Zij vertegenwoordigden de commissarissen-deciseurs, zij die beslisten, en bereidden hun komst voor.

Van den Hoevel was dus al een belangrijk persoon, die het stadsbestuur nauwlettend volgde door zijn aanwezigheid bij de raadsvergaderingen en door zijn bevoegdheid om de raadsverdragen in te zien. Een commissaris-deciseur meldde zich elke maandagmorgen om acht uur op het stadhuis om de appel-zaken gereed te maken en nam in belangrijkheid een plek in die onmiddellijk na de oud-burgemeesters kwam. Van Isendoorn gaf van den Hoevel de opdracht om “het voormelt drossardtambt te bedienen en alle crimineele saacken in ach te nemen”! Theodorus legde op de eerste september 1684 de drossaards eed af in handen van de fiscaal van Brabant “in conformite van het vyfde artykel vant Reglement van de Politycque reformatie” van 1 april 1660.

Op vijf oktober 1694 benoemde de toenmalige heer van Borgharen ‘Jean Guillaume van der Heyden de Haaren et á Kersbourg” een zekere Nicolaes Rotshouck die in Maastricht als schepen werkzaam was tot meier van Borgharen. Een meier was tot aan het einde van het Ancien Régime een beambte in dienst van de lands- of dorpsheer. In deze functie inde hij de pachten en de heerlijke belastingen en hield in het algemeen toezicht op zaken de heer aangaande.

Het volgende gebeuren komen we op de 18e september 1724 tegen. Op deze dag benoemde de heer van Borgharen Edmond Coenrard baron van der Heyden de Blisia bij akte Herman van Leeuw tot “officier crimineel ende schout” van zijn heerlijkheid.

Marie Louise van der Heyden

Het laatste item bevindt zich in het Gedingregister van Borgharen 1718-1739 RHCL Mstr. We lezen daar dat baron van der Heyden op 6 augustus 1729 overleed. De baron had het kasteel in 1680 van de toenmalige heer van Isendoorn gekocht. Voor zijn dood had hij bij testament een aantal hoge edellieden tot voogd van zijn op dat ogenblik nog 14 jarige dochter jonkvrouwe Marie Louise van der Heyden à Blisia. Het meisje was op 5 september 1714 in de St.Servaaskerk gedoopt.

Als voogd werden benoemd Jan Ferdinand baron van der Heyden à Blisia, die naast zijn ambt als kanunnik aan de kathedraal van Luik ook nog proost van de O.L.Vrouwe kerk te Keulen was, en heer van Loye, Ryckhoven ( nu Belgisch Limburg)  en nog meer. Het kasteel van Loye waar hij vaak verbleef, bevindt zich in het Belgische Lummen. De volgende zorgverlener was Lambert van den Steen, baron van Jehay, heer van Selves (Saive)*, geheim raadsheer van de Prins-Bisschop van Luik en tevens schepen van het hooggerechtshof in die stad. De in 1664 geboren Lambert kocht in 1720 de heerlijkheid en het kasteel van Jahay van graaf Jean-Charles de Merode. In principe zou hij nog heel wat jaren voor Marie Louise kunnen “zorgen”, want hij stierf pas op 93 jarige leeftijd in 1757.

De eerstgenoemde voogd Jan Ferdinand, overleed onverwacht op 3 juni 1730, en werd vervangen door een zoon van Lambert van den Steen. Het bleef dus “all in the family”! Deze zoon, Walterus Lambertus van den Steen, had het ook dik voor elkaar. Hij was kanunnik van de kapittelkerk van St.Maarten in Luik en abt van Amay.

Beide mannen zouden nog een daad stellen die gevolgen had voor Borgharen. Bij akte van 22 februari 1731 benoemden zij als voogden van de nu 16 jarige Marie Louise, barones van der Heyden de Blisia vrouwe van Borgharen, Joan George Willem Frents  tot schepen van het dorp. Marie Louise zou op 14 juli 1732 met Michel Henri de Rosen trouwen. Zij kregen in 1746 een zoon, Charles Servais de  Rosen.

* Saive is een dorp in de provincie Luik en deelgemeente van Blegny. De wortels van de in misdienaars kringen te Meerssen “beruchte” kapelaan de Saive (later pastoor in Itteren), lagen in dit dorpje!

Ph_van_Gulpen,_Borgharen,_kasteel

Kasteel Borgharen rond 1840 door Philippus van Gulpen

Bron: Gedingregisters Borgharen RHCL Maastricht

 

Advertenties