Aangezien de Spaanse successieoorlog nog steeds aan de gang was, kreeg een militair gezien belangrijke stad als Maastricht daar voortdurend mee te maken. Militaire opperbevelhebbers en adellijk figuren die ertoe deden, waren er kind aan huis. Gewone dingen gebeurden echter ook nog. Zo ging op 27 maart 1710 het zich buiten de Bospoort bevindende hooimagazijn in de fik. Het kon echter deels gered worden door aldus de kroniekschrijver, “de goed orde”. Soldaten uit de Palts, Hessen en Pruisen die allen tot het geallieerde kamp behoorden waren kind aan huis in Maastricht, en gebruikten de stad als doorgangshuis.

Op de een of andere wijze had de overheid ontdekt wie er betrokken was geweest bij het in brand steken van het eerder vermelde hooimagazijn. Het bleek te gaan om een ruiter uit het regiment van Saksen Heilbourg. De op 14 juni 1710 gevangen genomen man moest het ergste vrezen. Eerst werd zijn rechterhand afgekapt, het werktuig waarmee hij de daad had begaan, en daarna stonden radbraken en verbranding op het strafmenu van de overheid. Het gebeurde regelmatig dat er grote kudden schapen buiten de stadspoorten graasden, die voor wol, melk en vlees zorgden t.b.v van de stadsbewoners. Dat was ook het geval op 5 juli. Buiten de Wijckerpoort liep een troep schapen rustig te grazen, toen ze belaagd werden door een bende Franse soldaten. Deze namen wel 70 exemplaren van deze edele diersoort mee voor eigen gebruik

Het stadsbestuur kwam onmiddellijk in actie en zond een sterk commando achter de partizanen aan. De mannen werden bij het dorp Voeren, op 2 en een half uur afstand van de stad, achterhaald. Tien Fransen lieten bij de daarop volgende gevechten het leven en het commando slaagde er nog in om tien andere rovers als gevangenen mee terug te nemen naar de stad. Het hele heuvelland werd geteisterd door Franse marodeurs, want op een november slaagden boze boeren uit Vaals er in om 13 Franse gauwdieven in de kraag te vatten en over te leveren aan de Maastrichtenaren. Bij deze mannen bevonden zich twee kerels die uit het stadsregiment van Jacob naar de Fransen overgelopen waren.

Op 3 december hield men een dankdag in de stad, omdat steeds meer Franse troepen bleken te capituleren. Dat danken ging gepaard met de nodige herrie van de kanonnen. Midden december kwam de nieuwe stadscommandant generaal Vilates aan, die de in september overleden generaal-luitenant  van Zouteland zou opvolgen.

Bron: Maasgouw nr.57, jan.1880

Advertenties