Een boze bisschop

Zoals de schrijver Bachiene noteert, ligt de St.Pietersberg een vierde uur zuidwaarts van de stad. Vanaf die plek kan men de hele stad overzien. Onder het krijgsvolk werd wel gezegd dat de berg de hele stad “commandeert”!  Het was niet alleen een mooie plek maar ook eentje vanwaar vijandig soldaten in tijden van belegering grote schade aan diezelfde stad konden toebrengen. De Maastrichtse  overheid besloot daarom om in het jaar 1701 op de uiterste hoek van de berg een “schans” aan te leggen, in de volksmond het fort genoemd. Deze stap viel niet bij iedereen in goede aarde. Feit was dat de berg in zijn geheel op Luikse bodem lag, vandaar dat de Luikse prins-bisschop Joseph-Klemens uit het Huis van Beieren met dit Maastrichtse initiatief weinig op had, om het zachtjes uit te drukken. Hij was ronduit boos en gaf zijn vertegenwoordiger in Den Haag opdracht hier  met klem tegen  te protesteren. De Staten reageerden vrij nuchter, en stelden dat al hetgeen onder het geschut van de stad lag, min of meer tot de stad zelf gerekend kon worden. Maastricht mocht van de Staatse overheid dus alles in het werk stellen om de veiligheid van de stad te garanderen, hetgeen inhield dat ze ondanks de tegenwerpingen van de man uit Luik met de bouw mochten doorgaan.

Er speelde nog een andere zaak. Toen men met de bouw begonnen was,  was de Spaanse Successie oorlog al aan de gang, een conflict waarin de bisschop volgens de Hollanders te zeer tegen de Fransen aanschurkte. Pas in 1717, vier jaar na afloop van deze oorlog, zouden de bisschop en de Staten tot een vergelijk komen, hetgeen inhield dat het fort mocht blijven. Het fort is eigenlijk niet meer dan een groot bastion of bolwerk. Onder de walgang van het fort bevindt zich een gemetselde “gallerie” die onder de hele versterking doorloopt en uitgerust is met schietgaten ( zie foto) voor kanon en geweer. Het voornaamste doel was natuurlijk de bescherming van de stad, maar vanaf het fort kon men ook het tussen deze versterking en de stad liggende terrein bestrijken voor het geval vandaar uit een vijandelijke aanval zou worden gedaan.

Fort_Sint_Pieter_1904

Een diepe put

Aan de buitenkant van het fort treft men een zeer diepe put aan die van een stenen afdekking voorzien is om hem tegen bommen te beschermen. De put is aangelegd om de soldaten van het fort van water te voorzien. Daarnaast is er nog een andere put met het zelfde doel binnen de muren van het fort aangelegd. De bezetting van het fort heeft de mogelijkheid om langs trappen af te dalen naar de grotten ( holen) in de berg, vanwaar men desnoods in geval van terugtrekking zich via gangen naar de stad kan begeven. Eens lag er tussen de stad en de berg een grote vlakte die in geval van gevaar door het sluiten van de sluizen van de Jeker onder water gezet kon worden. De stad heeft daar in 1764 veranderingen in aan gebracht en het gebied verdeeld in drie kommen die door dijken van elkaar gescheiden worden. Deze kommen dienen nu vaker als exercitieplek voor het krijgsvolk, aldus de schrijver Bachiene! De daarbij uitgegraven grond werd gebruikt om een nieuwe beschermingslinie aan te leggen van de rivier de Jeker tot aan de Maas.  Bij de overheid lag volgens Bachiene rond deze tijd (1778) een ontwerp klaar om op “den Dousen-Berg” een soortgelijk fort te bouwen als op de St.Pietersberg, aangezien men de ervaring had dat vijandig volk vanaf deze hoogte de stad eveneens geweldig kon “benadelen”!

Bron: W.A.Bachiene 1778

 

Advertenties