Maastricht was de door de boeren uit Vaals in november 1710 aan de stad uitgeleverde gauwdieven niet vergeten! De maand januari zou hun finale maand worden in dit aardse rijk. Alle mannen werden op de 12e, 17e en 20ste januari terechtgesteld. Dat zal zeer zeker een tragisch “spektakel”  zijn geweest. Het jaar 1711 was ook het jaar waarin de stadslantaarns het beeld van de stad zouden gaan verfraaien en hopelijk ook “verlichten”. Op de 9e juni arriveerde de prins van Mecklenburg in de stad onder het lossen van drie kanonschoten uit 17 “stuk kanon”. De prins had zijn vrouw meegenomen op dit plezierreisje, dat wellicht ook de oorlogssituatie diende, en vertrok een dag later onder hetzelfde lawaai weer naar Gelderland. De Fransen leden ondertussen steeds meer nederlagen, doch men bleef alert, want toen men vernam dat Franse troepen Gelderland en het Land van Kleef wilden binnen dringen stuurde Maastricht onmiddellijk een commando van 370 man naar het “bedreigde gebied”.

Eindelijk leek er vrede in de lucht te hangen, want op de 26ste januari 1712 zakten vier schepen met Franse gezagsdragers en onderhandelaars in naam van de Koning van Frankrijk de Maas af, om na een tussenstop in Maastricht in Utrecht te gaan onderhandelen over een mogelijke vrede tussen hun land en de geallieerde troepen. Een dag later vertrok een commando bestaande uit 300 man naar uit de stad omdat men berichten ontvangen had dat Fransen uit een detachement in Namen richting de Kempen zouden gaan om daar de Pruisische troepen aan te vallen. Precies een maand later gingen 66 soldaten uit het Maastrichtse garnizoen naar Luik om daar te voorkomen dat de Fransen de in Luik liggende trekschuiten zouden plunderen. Op 6 maart trokken een aantal regimenten van de Duitse keizer door de stad om naar hun bestemming Borgloon te gaan. Volop actie dus!

De 18e maart zou een dag vol dramatiek en afgrijzen worden. De terechtstellingen van een joodse man en “zijn liefste een jodinne” vonden plaats. Ze hadden zich schuldig gemaakt aan de moord op een zekere mevrouw van Pausy die ze in haar huis op de Grote Gracht hadden omgebracht. In de maand juli begon men weer met de jacht op de “Taters of Heidens”, zigeuners die ook wel Egyptenaren genoemd werden. Ze kampeerden vooral in de zomermaanden op hoogtes buiten de stad zoals de St.Pietersberg en de Gulpenerberg en maakten vandaar uit anderen het leven zuur met berovingen en overvallen. De Maastrichtse soldaten trokken nu naar Kan en Emael, “om de Taters of Heidens te verjagen die zich daar in de bergen ophouden”. Op 16 september begonnen 200 garnizoenssoldaten aan een bijzondere opdracht. Ze moesten zich naar de stad Limbourg gelegen aan de Vesdre in de provincie Luik begeven om er het garnizoen te ondersteunen. Men had berichten gekregen dat de Fransen zich in een wanhoopspoging in Luxemburg groepeerden om die stad aan te vallen.

Op 11 oktober arriveerden acht escadrons onder bevel van generaal-majoor Regteren in Maastricht. Ze begaven zich direct naar de woning van gouverneur Tilly aan de Grote Gracht. Regteren kreeg van Tilly opdracht om met zijn troepen in de stad te blijven, maar gaf daar wellicht vanwege uiteenlopende redenen geen gevolg aan. Hij wilde het liefst buiten de Wijckerpoort kamperen, maar dat werd hem door generaal Villates verboden. De eigenzinnige aanvoerder ging toen maar naar Kanne om daar met zijn soldaten het bivak op te slaan. Op 19 december kwam de Engelse generaal Marlborough onder de rook van vele knallende kanonnen in Maastricht aan. De “hotshot” werd met heel veel eer ontvangen en alle “alle huizen met lanternen waren geïllumineert”. Toen hij een dag later weer vertrok konden de inwoners weer de poetslappen in hun oren duwen en de hand voor hun mond houden vanwege de vele rokende vuurmonden.

Bron Maasgouw 1880

Beneden: De Wijckerpoort of ook wel Duitse Poort genoemd (Alexander Schaepkens ca.!860)

Maastricht,_Duitse_Poort_(A_Schaepkens,_ca_1860-70)

 

 

Advertenties