Joannes Daemen geboren te Stein in 1736, trouwde in 1763 in zijn geboortedorp met zijn dorpsliefde Maria Anna Wilkins. Het stel kreeg vier kinderen, waaronder Anna Maria uit 1765 en Rein uit 1770. Joannes zou de leeftijd van dertig jaar niet halen. Beschuldigd door een aantal reeds gearresteerde mannen, werd hij op een december 1773 in de kraag gevat door justitie en geconfronteerd met de hem bekende Elslonaren Mulckens en Wanten. Daemen zakte al snel door het ijs en biechtte op dat hij in de woning van Pieter Penders uit Catsop de eed op de duivel had gezworen. Dit was naast de al bestaande accusaties meer dan voldoende om justitie “ na gedaan onderzoek en het raadpleging van een rechtsgeleerde” te verleiden tot het uitspreken van doodstraf. Berichten in couranten uit die tijd verwoorden doeltreffend hoe er huis gehouden werd onder de Limburgse bevolking door een op hol geslagen overheid, maar ook hoe men dacht over de arme burger!!

MASTRIGT, den 12, February. Op Dingsdag den 8 dezer zyn er te Beek wederom 6 Misdadigers, behorende tot het complot Dieven en Huisbrekers, en voorleden Woensdag te Elslo 7 andere met de Koord gestraft geworden.

Middelburgsche courant 22-02-1774

MAASTRICHT den 25 Januari. De Rooveryen der Gaauwdieven houden hier omstreeks gestaadig aan; over de twee honderd van dat Gespuys zyn reeds opgehangen, Agt anderen staan nu wederom dat lot te ontfangen; op de rondom liggende Dorpen ziet het ‘er zoo slegt uit, dat de Inwoonderen die verlaaten.

Groninger courant 04-02-1774

Daemens houdbaarheid liep dus al op de eerste december af, en weer zal justitie met genoegen geconstateerd hebben dat de bende een fikse slag was toegebracht. Dat het vaak om kruimeldiefstallen ging, deerde hun niet! Hij moest geplaagd door doodsangsten echter nog meer dan twee maanden in een Maastrichtse kerker doorbrengen, alvorens hij op 9 februari in zijn eigen omgeving gedwongen ging hemelen!!

Dank aan John van Eekelen en RHCL Maastricht

Advertenties