Vrijheid van schot en last

“Het graafschap wiens grondgebied reeds binnen de stadsmuren begint, strekt zich een smalle strook richting westen uit en wordt aan bijna alle kanten omgeven door Luiks territorium, behalve aan de noordzijde waar het grenst aan de Vrije Rijksheerlijkheid Petersheim,”aldus Bachiene. De oorsprong van de naam lag volgens de kroniekschrijver bij het woord “vroen of vroon”, dat in het Oud-Duitsch vrij betekende, dus zou het zo kunnen zijn dat we aan een hof of hoeve kunnen denken die of “vrijheid van schot en last heeft” of een hoeve die iemand vrijheid voor gevangenneming garandeerde zodra hij of zij er een onderkomen zou vinden. Het graafschap was altijd eigendom geweest van de hertogen van Brabant zodat het uit hoofde daarvan uitgesloten was van deelname aan het Maastrichtse bestuur en alleen onder de Staten van Holland c.q. de hertog van Brabant ressorteerde.

Vroenhove was vroeger een leen van het Duitse Rijk geweest, hetgeen nog af te leiden was uit een akte uit 1528 waaruit bleek dat men toen na een uitspraak van het gerecht in Vroenhove beroep kon aantekenen bij het Hof in Aken. In 1778 behoorde het terrein voor het Statenhuis in Maastricht nog steeds bij Vroenhove en deed het dienst als executieplek. Het graafschap was op het gebied van burgerlijk en crimineel recht onderworpen aan de Raad van Brabant in Den Haag, die op hun beurt weer de Hoge Heren naar de ogen moesten kijken. Toch bezat het graafschap weliswaar onder de paraplu van deze Hoge Heren, een eigen bestuur dat bestond uit een schout, zeven schepenen en een griffier of secretaris. De schout en de griffier bekleedden hetzelfde ambt in de Maastrichtse schepenbank en wel aan Brabantse zijde.

Een job voor het leven

Beide mannen hadden in hun ambt in Vroenhove een job voor het leven, terwijl het baantje in de stad maar voor de beperkte duur van twee jaar was, maar wel kon worden verlengd. De functionarissen uit Vroenhove vervulden ook een ambtelijke rol in het gebied van Vroenhove dat zich binnen de stadsmuren van Maastricht bevond Zaken die inwoners van het Vroenhofs grondgebied in de stad aangingen, zowel op civiel als crimineel terrein, vielen echter onder de Magistraat van Maastricht zelf. Het totale grondgebied van het graafschap buiten de stad besloeg ongeveer 2000 bunders en bestond hoofdzakelijk uit vruchtbaar akkerland.

Binnen dit gebied lagen o.a. het dorp Wilderen (Wilre) dat niet meer dan 3 à 4 huisgezinnen kende, maar wel een door de classis uit Maastricht aangestelde predikant had. De roomse pastoor die aangesteld wordt door de Landcommandeur van Alden Biesen moest zorg dragen voor de kerk, hetgeen vaker reden was voor wrijving tussen hem en het kapittel van St.Servaas dat nog een aantal tienden in dit dorp bezat. Meer naar het westen lagen de twee andere dorpen van het graafschap, Montenaken en Heukelom. De inwoners van Heukelom bleken volgens Bachiene allen rooms te zijn en behoorden tot de parochie van Riemst.

Het graafschap bezat ook nog een paar huizen op Kaberg en de buitenplaats Belvédère vanwaar men een wondermooi uitzicht had over de vlakten aan weerszijden van de Maas. Vroenhove was ook nog eigenaar van alle huizen op de weg van Maastricht naar Smeermaes, die allemaal herbergen zijnde, druk gefrequenteerd werden door inwoners en soldaten uit Maastricht. Ten slotte moest het St.Anthonis eiland in de Maas nog gerekend worden tot Vroenhofs grondgebied.

Bron: W.A.Bachiene 1778

Prent: Vroenhove op de Franse Tranchotkaart rond 1800

vroenhove ttranchotkaart

Advertenties