De rol van de Keurkeulse Mankamer

Het aartsbisdom Keulen was gedurende zeer lange tijd, vanaf het midden van de dertiende eeuw tot aan het begin van de Franse tijd in 1794, in het bezit van lenen in de Heerlense regio. Het bisdom omschreef deze lenen als leenroerig (een leen bleef in het bezit van de leenheer, maar de rechten op het leen van de leenman konden vaak overgedragen worden bij vererving door het leen te verheffen), als Valkenburgse lenen. Om alle mogelijke bijzonderheden omtrent de lenen en de daartoe behorende goederen en gronden te kunnen overzien werd op een centrale plek een gerechtshof opgericht. Het was een soort kantoor, waar men uit naam van de leenheer, in dit geval het bisdom Keulen, de administratie van de lenen en de betrokken personen in al zijn facetten opschreef en behartigde. De mankamer had ook leden, in de vorm van diegenen die tegen betaling een stuk land en/of een hoeve in leen hadden. De mankamer werd geleid door een stadhouder die met een griffier de administratie verzorgde. Vanaf 16 april 1246 zou er sprake zijn geweest van Keulse lenen in de regio Heerlen. Dr.Frans Gerards documenteert dit omstandig aan de hand van uitgebreid historisch bronnenonderzoek. Van de Venne en Rosenkrantz ( Maasgouw 1893) trachtten dit ook aan te tonen. Zo haalt de laatstgenoemde een copieboek van Siegfried van Westerburg aan, die van 1275 tot 1297 aartsbisschop van Keulen was. Op bladzijde 31 worden de leenmannen genoemd, waaronder ook Godefridus de Esgen (ten Esschen). Volgens Gerards is het niet onwaarschijnlijk dat er dan ook leengoederen bij betrokken waren.  Van de Venne geeft aan dat de Keurkeulse Mankamer eigenlijk haar oorsprong te danken heeft aan de bezittingen van de graven van (Are)Hochstaden, die in het derde kwart van de 13e eeuw ook hun in de regio Heerlen gelegen goederen aan het aartsbisdom geschonken zouden hebben. Gerards concludeert dat er vanaf 1246, na de schenking door de van Hochstadens sprake is van Keulse lenen in het Heerlense gebied. De eerste leenheer was aartsbisschop Koenraad van Hochstaden.

Vanaf dat ogenblik werd al hetgeen met de lenen te maken had door de bisschop zelf afgehandeld. Pas toen Frederik de Derde van Saarwerden (1372-1414) aartsbisschop werd, ontstond er een degelijke administratie en kwamen de eerste ambtmannen (plaatsvervangers) in beeld. Dat betekende in feite de start van een proces om een Keurkeulse mankamer in dit gebied te laten ontstaan. Daarbij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld dat het makkelijker was om in de regio zelf de lenen effectief te besturen. Op 16 september 1393 werd ridder Gielis van den Wyer benoemd tot ambtman. Van daaruit vond gedurende acht jaren een geleidelijke evolutie plaats, die uitmondde in de oprichting van een zelfstandig functionerende leenhof in 1401. Of de plaats van de leenhof al onmiddellijk in Heerlen was, is niet duidelijk. Gerards geeft een tweetal aanwijzingen dat het mogelijk is dat de mankamer er al vanaf 1401 was. Een eerste is het leenboek dat de verheffingen van 1401 tot 1429 beschrijft. Het gaat hierbij echter wel om een zeventiende eeuws afschrift. Op de eerste pagina staat: “Mankammer Herlo oder Falckenberg”. Een tweede aanwijzing wordt gevonden in het feit dat op 28 juni 1402 in Heerlen door twee leenmannen twee huizen worden verheven. “Dat ein geheyten Heyenhaus und das ander herrn Deutschen in ober Heyen”. Volgens Lindelauf is daarmee vermoedelijk het manhuis bedoeld. Of dat een logische zaak was, is niet direct aannemelijk. Tot dan toe hadden de meeste beleningen in Aken plaats gevonden. Volgens Gerards is de benoeming van Gielis van den Wyer de reden. Hij was een man uit de regio, met bezittingen in en om Hoensbroek. Wellicht heeft hij het laatste woord gehad in de bepaling van de juiste plek voor de mankamer. Dat werd een plek in de huidige Emmastraat. De mankamer is overigens in 1870 afgebrand, en niet meer herbouwd. De rol en functie van de Keurkeulse Mankamer is uitgebreid gedocumenteerd in het artikel van dr. Frans Gerards in het Land van Herle  nr.4, 2003.

De Franse tijd

 Toen de Fransen hier in 1794 de baas werden, werden er snel allerlei plannen beraamd om een einde te maken aan de bestaande regels en privileges. Zo wilden ze een einde maken aan de voorrechten van heerlijkheden, kerken enz. om de pacht in natura te ontvangen. Het doel van de Fransen was natuurlijk om snel aan geld te komen. Daarvoor was een belasting op onroerend goed uitermate geschikt. De bezetter moest daartoe inzage hebben in het kadaster der Lenen. Eind oktober 1795 eiste de centrale administratie te Maastricht dit kadaster van de Mankamer op, en wel via de Heerlense Municipaliteit. Dit stuitte alom op weerstand en er werden allerlei uitwegen gezocht. Op vier januari 1797 antwoordde men dat het niet mogelijk was op een dergelijke korte termijn de waardeschatting van alle eigendommen ten behoeve van de grondbelasting in kaart te brengen. Die brief werd ondertekend door de Heerlense commissarissen repartiteurs en dhr.Hennen, agent municipale. Op 22 februari 1797 gaf de maire-adjoint van Heerlen, L.Pluymakers, de heren de opdracht om met grote haast de instructies van de Fransen uit te voeren.  Op 16 mei 1797 nam het departement Nedermaas het besluit dat in elk kanton een commissaris zou worden benoemd, die de taak kreeg om de benodigde” leggerboeken” samen te stellen. In Heerlen viel die eer ten deel aan burger Sternbach, oftewel kolonel baron de Sternbach, uit Vaals. Onder zijn leiding werd er al binnen acht dagen gestart. Heerlen werd verdeeld in vier stukken, en de dorpen Voerendaal en Nieuwenhagen werden toegevoegd. Geheel in stijl met de revolutionaire idealen werden de betrokken secties de namen “Liberté, Fraternité, Égalité en Republique” gegeven. Ten Esschen had samen met Voerendaal het voorrecht om tot de sectie Égalité te behoren. De afhandeling van een en ander had heel wat voeten in de aarde, en naar het schijnt was het kadaster in 1807 nog niet gereed. Ook de revolutionaire politiek had het klaarblijkelijk zwaar om hun zaken voor elkaar te krijgen. Het was wel een verbetering, daar alle eigendommen nu eindelijk met vermelding van eigenaar(en), en grootte opgenomen waren.

 

Hrl_TenEsschen_4173

Huize ten Esschen toen alles anders was!!

 

Advertenties