Een oude oorkonde uit de tijd dat Margaretha de heerlijkheid Borgharen bestierde

“Op de 31ste maart 1474 komen we in een oude op Borgharen betrekking hebbende oorkonde de volgende tekst tegen: “1474 den 31 maart.Dirck Vaerssen, scholtis ende schepenen der heerlijkheid Borgharen, bekennen dat Willem van den Bossche, burger der stad Maastricht, gekocht heeft van Jacob Hardevues te Borgharen, anderhalf bunder land gelegen te Borgharen tusschen den hof van den tempel en Wijngaartshof. Zegel van Borgharen”.

Een gewone vermelding in een register uit die tijd, een tijd waarin ook al alles vastgelegd werd. Maar hoe was nu de politieke en bestuurlijke situatie in deze periode buiten de kleine heerlijkheid Borgharen? In de 14e eeuw waren de hertogen van Brabant de baas in het hertogdom Limburg en de landen van Overmaas. Aan het einde van deze eeuw ontwikkelden de Bourgondiërs hier een machtsbasis die er toe leidde dat Filips de Goede in het jaar 1430 als hertog van Brabant werd benoemd, hetgeen inhield dat hij dus ook regeerde over Limburg en Overmaas. Mede debet aan deze ontwikkeling was de door hun gevoerde “slimme” huwelijkspolitiek die zorgde voor een zeer gestage machtsuitbreiding. De Habsburgse prins Maximiliaan I die gehuwd was met Maria van Bourgondië, de enige dochter en erfgename van Karel de Stoute, maakte een einde aan de expansie van de Bourgondiërs die in feite leenheren van de Franse koning waren, maar zich in de praktijk gedroegen als ware vorsten.

De 15e eeuw zou een belangrijk jaar worden in de historie van het kasteel en de heerlijkheid. Het oude geslacht der van Haerens zou plaats gaan maken voor nieuwe adellijke heren. Hoe een en ander plaats gevonden heeft, blijft op vele punten met raadsels omgeven. We weten dat de omstreeks 1380 (1385?) geboren Arnold van Hamal in het begin van de 15e eeuw na zijn huwelijk met de jongedame N.van Haeren, de erfdochter van de heerlijkheid Borgharen, het goed in handen kreeg. Arnold was in zijn jonge jaren in dienst geweest als schildknaap en tafelschenker bij zijn Bourgondische heer Filips de Stoute.

Een huwelijk met de erfdochter van Borgharen

Door het huwelijk met de Erfdochter van Haeren ging het gehele goed over naar het geslacht Hamal van Elderen. Helaas zou de erfdochter al vlug overlijden( datum ?), waarna Arnold, heer van Genouls-Elderen, Warfuse, Borgharen etc. op 20 juli van het jaar 1414 in het huwelijksbootje zou treden, de Maas was immers vlakbij, met de eveneens rond 1380 geboren Anna van Trazegnies, Barones van Trazegnies en Silly, Vrouwe van Heppenies etc. Daar het huwelijk met erfdochter N. geen nakomelingen had voort gebracht, kwam het geslacht van Haeren per saldo buiten spel kwam te staan. Arnolds samenwerking met de lieftallige Anna zou zes spruiten voortbrengen, vier jongens en twee meiden. De jongens zouden allen goed terecht komen binnen de toenmalige maatschappelijke ( lees adellijke) verhoudingen. Zij werden resp. Heer van Genouls-Elderen, Heer van Trazegnies, geestelijke  en baron van Vierves. Kijk je de genealogie sites er op na, dan kan ik me moeilijk voorstellen dat het jongste kind, Walter van Hamal, (Vierves) in 1430 geboren zou zijn. Moeder Anna zou dan al de leeftijd van de bijbelse Sarah bereikt hebben, en dat moet in die tijd al echt oud geweest zijn.

Hun vijfde kind, Margaretha, zou als erfdochter een belangrijke rol gaan spelen binnen deze adellijke familie.

In een document uit 1402 lezen we het volgende: “Il est seigneur de Haren (Borcharen) fief*  du Brabant, au nord de Maestricht (Akte waarbij Philips, hertog van Bourgondië, op verzoek van Arnold van Elderen aan zijn seneschalken* en ontvangers-generaal van de Landen van Overmaas beveelt, genoemde van Elderen niet te dwingen de heerlijkheid Borgharen op het kasteel van Valkenburg te verheffen, aangezien het een Brabants leen was”. (Datering: 1402, met notarieel afschrift)

Er bestaat ook een z.g “Kasteel Borgharen Akte”, waarbij Jan, hertog van Brabant, een transumpt* geeft van een eerdere overeenkomst tussen Jan III, hertog van Brabant en Adam van Haren. Deze dateerde uit het jaar 1330 en op verzoek van Arnold van Hamel, heer van Elderen, bekrachtigt Jan deze nogmaals. (1424 ” Regionaal Historisch Centrum Limburg”)

( 4380. Akte waarbij Jan III, hertog van Brabant, verklaart, dat hij en Adam van Haren “tegader” twee gerechten hadden te Borg (haren) en te Itteren, waaromtrent zij zijn overeengekomen, dat hertog Jan voortaan de hoge- middelbare- en lage jurisdictie van Itteren zal hebben en Adam van Haren die over Borgharen, dit laatste als Brabants leen en waarbij hij de grenzen vaststelt tussen deze twee jurisdicties, (1330 1 charter).

Jo Vromen, ( evt. reacties of aanvullingen zijn welkom)

Borgharen_kaartRAL114

borgharen landmeterskaart omstreeks 1500 rhcl

Borgharen op een oude landmeterskaart van omstreeks 1500, die verondersteld wordt de situatie van toen weer te geven.

Advertenties