Lens van den Esschen, leenman van het goed ten Esschen in 1519. (***)

 De voorheen genoemde Reyner II, de zoon van de in 1466 gestorven Lens van den Esschen, trouwde evenals zijn vader met een ons onbekende vrouw. Zij kregen in 1490 een kind dat de naam Lens kreeg (Laurentius). Wanneer zoon Lens overleed is niet duidelijk. De eerder in 1372 genoemde Reynart van den Esschen, is mogelijk de (over)grootvader van de hier vermelde Reyner #2. Zoon Lens van Esschen wordt in 1519 als leenman van het goed ten Esschen genoemd. Lens trouwde in 1515 met Mettel (Mechtildis) van Rodenbroeck. Ze werd in 1495 geboren als dochter van Gillis van Rodenbroeck (1460-ca.1518). In 1518, het waarschijnlijke jaar van overlijden van de vader van Mettel, verheft Lens als momboir (voogd) van zijn echtgenote het leen Rodenbroeck, na ‘’sterffenisse op Rodenbroich’’. Haar broer Gilles was op dat ogenblik nog minderjarig. Vrouwen konden in deze tijd nog niet zelfstandig rechtshandelingen verrichten. Als een vrouw niet gehuwd was, koos ze meestal een familielid om voor haar op te treden bij juridische aangelegenheden. De momboir trad meestal alleen op voor de rechtshandeling in kwestie. Hij was dus geen voogd in de algemene zin des woords. In de periode 1519-1537 is Lens van den Neschen schepen bij de schepenbank van Heerlen ( Lijst van schepenen Heerlen (*Rijckheit). Lens en Mettel krijgen een kind in 1530, Joannes geheten. Joannes trouwt de in 1535 geboren Catharina Putters. In 1569 krijgen zij ook een jongetje, Gisbertus. Zijn vader Joannes van Esschen overlijdt te Heerlen in 1603. Gisbertus trouwt met de eveneens in 1569 te Heerlen geboren Gertrudis Slypen. Uit hun huwelijk wordt in 1596 een dochter Catharina genaamd geboren, die op een onbekend tijdstip te Hoensbroek overlijdt. De stamboom van Felder-Hamers geeft aan dat er ca. 1570 uit hun huwelijk nog een zoon genaamd Matthias geboren zou zijn. In de stamboom Hoensbroeck-ten Esschen-van Eijs, wordt echter alleen Catharina genoemd. Deze Catharina huwt Theodorus Aelmans, zoon van de in 1556 (Kreijns) geboren Jacobus Aelmans. Daarmee houdt de mannelijke afstamming van deze familie ten Esschen op.

Heinrich (Hendrik) van ten Esschen (***)

 Op drie oktober 1550 wordt Hynrich van den Nesschen aangeduid als “lehenman”. (LvO, 6405-6408, pag.12, fol.7 r). In zijn kielzog wordt ook Lynssen van den Nesschen genoemd op 29 juli 1551, reyg.pag.36, fol. 21 re.

Lynss Haegens en Johan Haegens, 18 februari 1551

 Op deze dag worden Lynss en Johan, “broeder v.Lynss, lehenmann”, beleend met “lehen geleyen zen Nesschen”. Het is niet duidelijk of het hier om de hoeve gaat of om landerijen of weiden. De naam Haegens was er eerder al, en zal hierna nog vaker opduiken. Op 29 juli 1551 en op n.s Math. 1551 wordt Johan weer genoemd met “lehengoydt geleyen zen Nesschen en met lehen zen Nesschen”. Hierbij wordt ook zijn vrouw Anne vermeld. Anne Jongen staat te boek als “huesfr. V.Hagens Johan”. Op zestien april 1554 en drie december 1556 vinden er weer vermeldingen plaats van Johan Hagens. *Lehen zen Nesschen*. Ook Anne Jongen, zijn echtgenote, wordt hier weer genoemd. Op 11 juni 1561 vinden we een zekere Enken Hagens, die met leengoederen te ten Esschen vermeld wordt. Hij wordt samen met zijn moeder, Johenne Slyffer, in de akte vermeld. In mei 1562 en januari 1563 duikt Johan Haegens weer op als leenman. Op een februari 1563 lezen we dat Enken Haeghens “splyss ( splitst bezittingen op) then Esschen, Aelffers son upt Steyn ere zwager”. Een paar weken later, op 18 februari, doet Johan Haegens hetzelfde.

Thysken Schyltz, 20 augustus 1553

 Op 20 augustus 1553 en op twee september 1553 wordt Thysken Schyltz genoemd, met “lehen zen Nesschen”. Zijn vrouw heet Drurge, en hij wordt vermeld als een “swager van Beelken (van den Nesschen s.dort)”.

  • wordt vervolgd
Advertenties