Gort ( Goert, Godfried) Ubachs, geboren rond 1490, en overleden tussen 29-08-1557 en 01-08-1559 (***)

Volgens het Nederlands Patriciaat wordt Heyntgen Ubachs, de vader van Gort, in 1550 genoemd in het cijnsregister van Voerendaal als bezitter van goederen te Ubachsberg. Op de “Gantzaligenhoff zo Vroenhaijven op die Ubachsberg”, rustten renten, pachten en cijnzen te behoeve van het St.Mathias altaar in de parochiekerk. In het Gedenkboek van Voerendaal uit 1949 wordt gesteld dat Catrijn, de echtgenote van Jan Ubachs, en de kinderen van Heyntgen, Goert, Lemmen “op den bergh”, ( Ubachsberg), en Lijsken daarvan vijf mud rogge aan cijnzen moesten betalen . Heyntgen was een zoon van Johann von Uebachsberg, geboren ca.1420 te Ubachsberg, en  Catharina Retersbeck, geboren te Aken omstreeks 1425.

Heyntgen had ook nog een zus Anna, die bekend stond als “Juffrouw van Ubachsberg”. In haar eerste huwelijk trouwde ze met jonker Grijn, zoals vermeld in de Publications van 1932 op blz.167. Hij bezat ook land te Welten, gelegen naast dat van Marten in de Lirp. De daar gelegen hoeve de Lirp, was een Keurkeuls leengoed. In de 17e en 18e eeuw zijn er veel processen gevoerd over het eigendomsrecht van deze hoeve. Na Heyntgen kreeg zijn zoon Goert Ubachs het goed “zen Nessche”. Heyntgen trouwde rond 1485 met Elisabeth (Lysken)

In dit verband worden ook nog Johan van den Nesschen en zijn vrouw Fycken genoemd, alsmede Wylhelm van den Nesschen en zijn tweede vrouw N.Kyne. Hij gebruikt op drie januari 1554 zijn aankoop als onderpand bij een volgende transactie. De hoeve “Puthoefken” wordt hierbij vermeld als aankoop waarvoor het onderpand diende. Korte tijd van tevoren hadden Gort en Lysken een erfenis van vijf sijllen akkerland en een leengoed ontvangen. In de indexen van LvO, wordt dit op vijf januari 1554 omschreven als, “Gorth splyss uys den Lehen zen Nesschen”. Waarschijnlijk begint hier de opsplitsing van het leengoed. Dat verklaart waarom in een zelfde tijdsbestek meerdere personen met “lehen zen Nesschen” betiteld worden. In de oogstmaand van 1558, op 15 augustus, verkoopt Gort ten overstaan van de leenmannen, aan zijn broer Johan en zijn vrouw Metthen een stuk akkerland “lehen kleyn kaldenborn, lehen op Ubachsberch”. Het woord leenman stamt overigens af van het Latijnse woord “laetus”, hetgeen horige betekent. Op 29 augustus van het jaar 1557 wordt Gort in het archief van LvO 6405-6408, ook nog genoemd als “lehen, zen Nesschen”. Na de dood van Gort erven zijn kinderen in de oogstmaand van 1559 het leen ten Esschen met de daartoe behorende akkers en weiden. De vrouw van Gort, Lysken van den Esschen (geboren ca.1501), overleed rond 1558 in Voerendaal. Hun kinderen waren: Heyntgen Ubachs, geboren ca. 1535 te Voerendaal. Barbara Ubachs, geboren ca.1537, Godefridus, geboren ca.1539, en Laurentius, geboren ca. 1541. In de stamboom Ubachs wordt vermeld dat Laurent(ius) in Nuth geboren zou zijn.

**Item van deysen untfanghen lande haet thysken vurscreven overdraegen geerft und gegoyt overmytz vurscreven understathalder un lehen Mannen hoeven geschreven gorthen Ubachs sijnre huessfrouwe lijssken und honner beyderrechte arfgenaemen vonff sijllenacker lanss in zweij stucken drije sijllen gelijegen benijffen wijlhelm van den Esschen driye ander sijnde reijnt gorthen selffs swijssen up Wijlhelms koe weijdde dat ander hoefft reijnt den wech und dije ander zweij sijllen sijnt geleijgen beneijffen merten vandenesschen und mijt der anderersijden beneijffen palm hagens erff stoijssen up dat oijlijks hentgen dat ander hoefft reijnt op gorthen vurscreven umdat van rechten erffhouff deder zijll verkocht foer vouffontzwenzijckjochem daeller wijlche pennongen thijsken vurscreven in unsseren bije weijssen untfangen haet sonder argelijs beheltelijcken doch alles hogedachte unsserem hezem ubbemelt sijner churfurstlichen hogen hocheijtthen deme stock sijner gerechtijckeijt und fort ederman sijns ghodem rechts. (L.V.O. 6410)*

J.Vromen

 

Advertenties