Overspel was een gevaarlijk spel

Het sluiten van een huwelijk was toen aan allerlei voorwaarden verbonden. Er was immers in maart 1656 een streng en gereformeerd Echtreglement ingevoerd. Dat was goedgekeurd door de Staten-Generaal van de Zeven Verenigde Provincieën. In 1661 ging het reglement ook gelden voor de Generaliteitslanden, d.w.z. voor Zeeuws-Vlaanderen, Staats-Brabant en de Landen van Overmaas. Deze regelgeving gold niet voor de stad Maastricht. De stad was geen onderdeel van de Generaliteitslanden, en viel dus ook niet onder deze regeling. Het reglement beoogde in eerste instantie elke afwijking van het normale huwelijk tussen man en vrouw af te straffen.

Er werd duidelijk in gesteld met wie een vrouw mocht trouwen. Een oom kon niet trouwen met zijn nicht, en een moeder niet met haar neef, of de zoon van haar broer of zus! Broers konden in geen geval met hun zus in het huwelijk treden, ook niet als het meisje een halfzus was. Dat noemde men toen “van halven bedde”. De straffen die op overspel stonden kregen eveneens ruim aandacht.  Beging een getrouwde man overspel met een ongetrouwde vrouw, dan stond hij te boek als eerloos en meinedig. Als hij in zo’n geval een baan had als ambtenaar binnen de Landen van Overmaas, dan raakte hij die zeker kwijt. Bij een eerste overtreding lag er een boete van honderd gulden klaar. Bleek de persoon in kwestie onverbeterlijk, dan werd de tweede overtreding beloond met een “poene” van drie honderd gulden. Een zeer strenge rechter kon iemand zelfs verbannen verbannen of op een andere wijze straffen.

Vroedvrouw als spion voor gereformeerde overheid

Het toezicht van de overheid was erg streng. Zelfs vroedvrouwen kregen de opdracht om eventuele onregelmatigheden te melden. Om ontucht te ontdekken en te straffen, moesten alle vroedvrouwen binnen vierentwintig uur na de geboorte van een bastaardkind ( d.w.z. als ze constateerde dat er geen vader was) alle gegevens omtrent de moeder en de verblijfplaats persoonlijk aanmelden bij de woning van de magistraat ter plaatse. Het bestuur had de vroedvrouw immers onder ede verplicht zo te handelen. Zij moest dus altijd naar de naam van de vader vragen met wie de net bevallen vrouw, “vleselijk geconverseerd had”. Soms verzonnen vrouwen uit veiligheid een naam van een niet bestaande man. De ongehuwde vrouw koos daarvoor omdat ze zelf ook voor haar losbandig gedrag bestraft kon worden. Een favoriete straf van de overheid was om een vrouw een maand lang op te sluiten op water en brood met een kind dat nog gezoogd moest worden. Viel de vrouw in herhaling, dan kon ze zelfs voor zeer lange tijd verbannen worden uit haar woonplaats en streek. Soms was het zelfs  verstandiger voor vrouwen in een dergelijke positie om te vluchten naar een regio die niet viel onder het Staats bestuur. Dat was zeker niet makkelijk en lag ook niet binnen de mogelijkheden van elk meisje of elke vrouw. Veel meisjes die als dienstbode bij een boer of een voorname heer  werkten werden vaker slachtoffer van een opdringerige huisbaas. In de praktijk was het voor een arme ongeletterde meid nauwelijks mogelijk om daar weerstand tegen  te bieden. Daarbij werden de arme wichten door de rauwe protestantse overheid ook nog eens neergezet als “ongebonden, ontugtig en hoeragtig”. De voorname heer ontliep elk probleem! Het waren vreselijke tijden voor eenvoudige burgers!

 

echtreglement 1661

Informatie: Land van Herle

 

Advertenties