Normaal gesproken stond het woord opwinding niet in de vocabulaire van de nonnetjes in het Wittevrouwenklooster in Maastricht. Maar in februari van het jaar 1727 was er sprake van grote opwinding in het klooster. De nonnen waren niet verontrust over een mogelijke inkwartiering van soldaten, maar over iets anders. Een of andere boosdoener had een brandbrief onder de poort van het klooster geschoven. Hun klooster dat aan de noordkant van het Vrijthof gelegen was, zou volgens de onverlaat in brand gestoken worden als de zusters niet gauw vijftig gouden munten of pistolen, uit hun “bankkluis” wilden halen. Alsof dat niet erg genoeg was, dreigde hij er ook mee om de Wittevrouwenhof in het buiten de stadspoorten gelegen Scharn aan te steken. Hij eiste dat het geld in een greppel aan de buiten de Boschpoort gelegen weg naar Smeermaas en Caberg gelegd zou worden. Het stadsbestuur nam de zaak niet al te zwaar op en permitteerde zich ondanks de drie geschreven brandbrieven een afwachtende houding. Er gebeurde verder niets, maar dat zou niet zo blijven. In januari 1728 werden de twee dochters van herberguitbater Schrak door een onbekend persoon plotseling ernstig bedreigd. De kerel eiste van deze twee Maastrichtse schonen eveneens vijftig pistolen, die ze op dezelfde plaats buiten de Boschpoort moesten deponeren. Deze meiden woonden in de naast het Wittevrouwenklooster gelegen herberg “In de Helm”, later Du Casque geheten. Het stadsbestuur werd nu wel wakker. Er waren immers twee lokale schonen in het geding. De overheid  loofde een premie van honderd rijksdaalders uit voor degene die meer over deze onverkwikkelijke affaire kon vertellen! Daar bleef het bij. Er volgde geen onderzoek en men liet eveneens geen schutters surveilleren in de buurt. De zusters echter, volgden de eis van de boef voor een deel op.

Ze legden een klein bedrag van vijftig oortjes (kwart stuivers) in de bedoelde greppel.Wellicht hoopten ze dat de boosdoener op deze goedkope wijze betrapte zou kunnen worden. Door gebrek aan mankracht bij justitie kwam hier niets van terecht. Even later gooide de brutale crimineel zelfs het door hem uit de greppel opgeviste geld over de muur van het klooster terug. Dank je wel, ik wil alleen de door mij gevraagde som, betekende dat! Justitie was wel zo slim om nu een plakkaat in de stad op te hangen waarop een groot geldbedrag beloofd werd aan diegene die voor meer informatie zou kunnen zorgen. Waarschijnlijk had de afperser dit ook gezien, want het bleef acht jaar lang muisstil. Tot in januari 1736. In deze maand werden opnieuw twee afpersingsbrieven onder de poort van het klooster doorgeschoven. Misschien had de afperser geldnood of kon hij geen weerstand bieden aan zijn criminele neigingen. Opvallend was dat hij deze keer minder geld vroeg. De magistraat kwam nu wel in beweging en men maakte gelden vrij om de afperser op te sporen. Het resultaat was echter nihil, totdat er in oktober 1736 een brandbrief met een gezwavelde lont als extra dreiging  onder de poort van het klooster door geschoven werd. De schutters gingen nu dag en nacht surveilleren. Niet alleen in de stad, maar ook in het Bosscherveld. De schout van de Vroenhof, in wiens rechtsgebied het Bosscherveld lag, liet een soort nepbom maken die in de reeds lang bekende greppel werd gelegd. Men had  prijs! Een ogenschijnlijk onschuldige wandelaar die plotseling met zijn stok op de in de greppel begon te steken bleek de veelschrijver van de brandbrieven te zijn. Zijn identiteit kon al gauw worden vastgesteld. Het ging om Johan Jakob Finsel, een voormalig dragonder in dienst van de Republiek der Nederlanden. De kerel schrok zich een hoedje toen het rotding ontplofte, en werd direct door een paar schutten opgepakt en meegevoerd. Hij was aan het einde van zijn aardse rit gekomen. Er was niemand die het voor hem opnam. Het hooggerecht van het graafschap Vroenhof veroordeelde hem tot ophanging. Het vonnis van de zesendertig jarige man die afkomstig was uit het Duitse Hanau, werd op vier en twintig december 1737 voltrokken. Officier van justitie Leveriksvelt moest lang wachten op zijn beloning. Hij kreeg het geld pas nadat de man terechtgesteld was. Overigens had de ongeduldige overheidsfunctionaris  al een paar keer om uitbetaling verzocht. Ook hij moest zijn rekeningen betalen!!

BRON: Gemeentearchief Maastricht, nu RHCL.

749px-Foto_van_tekening_kerk_-_Maastricht_-_20147414_-_RCE

Situatie: Vrijthof Maastricht in 1670, met Wittevrouwen kerk naar een tekening van N.Klotz.

Advertenties