Onderwijs in Limburg in de 18e eeuw

Opvallend zijn de steeds wijzigende  leerlingenaantallen in de jaren 1730 tot 1750 in Limburg.Vaak zien we plotseling een toename van het aantal pupillen, maar een tijdje later zien we de aantallen dalen! Verklaringen zijn soms moeilijk te geven. Mogelijk was de beter presterende schoolmeester de oorzaak, maar het kan ook zijn dat de steeds wisselende aantallen soldaten die in deze streek als huursoldaten dienden daarvoor verantwoordelijk waren. Gereformeerde gemeentes probeerden steevast uit deze soldaten leden voor hun parochies te rekruteren. Als ze de mannen konden binden zou de invloed van het protestantse segment van de bevolking immers steeds groter worden. Hun kinderen gingen vervolgens naar een gereformeerde school en garandeerden op deze wijze de groei van de enig ware religie. Een algemeen dekkende reden voor de wisselende aantallen leerlingen is niet exact te geven. Vaker waren plaatselijke omstandigheden de oorzaak van schommelingen. Predikanten en protestantse meesters klaagden regelmatig over de paapse bijscholen in en buiten het Staatse rechtsgebied. Zo gingen meisjes en jongens uit Meerssen in Ulestraten naar school, en de kinderen van Beek naar Gen Hout, om maar een paar voorbeelden te noemen.

De vraag was overigens ook of ouders  hun kinderen wel de lange voettocht naar een ander rechtsgebied in weer en wind wilden laten maken om daar les te krijgen bij een roomse meester. Tijdens de zomermaanden hielden vele ouders (landarbeiders) trouwens hun kinderen thuis om ze bij de oogst in te zetten. Het kwam zelfs voor dat een schoolmeester in deze tijd geen kind meer op school zag verschijnen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat schoolmeesters naast hun eigenlijke beroep nog moesten bijklussen om rond te komen.Hoe minder kinderen er kwamen, hoe minder inkomsten hij kreeg in de vorm van een paar stuivers schoolgeld. Soms waren deze mensen schepen in een gemeenteraad, lid van de rechtspraak, of verhuurden ze zich als schrijver. Sommige ondernemende figuren dreven zelfs een herberg of een winkel. Dit leidde al gauw tot fikse protesten van mensen die vonden dat meesters hun beroep op deze wijze niet goed konden verrichten. Een heel ander verhaal betrof de behuizing van de schoolgebouwen en de onderkomens van de meesters zelf. Het was armoe troef.

Schoolgebouwen en schoolmeesterswoningen in de 18e eeuw in Limburg

Het was in die dagen voor een meester niet gemakkelijk een gebouw te vinden waarin hij zijn leerlingen kon onderbrengen en ook nog zelf kon wonen. In het begin van de 18e eeuw werd in het dorp Wolder door de plaatselijke overheid een gereformeerde schoolmeester benoemd. De dorpelingen kregen de man echter niet te zien. Hij bleef mooi in Den Haag wonen en zorgde voor een vervanger die zijn werk in Wolder zou verrichten. Noch het origineel, Barend van Braampt, noch zijn substituut, kondenechter  in Wolder vaste voet aan de grond krijgen. Er kwam gewoon geen woning of gebouw beschikbaar voor de mannen. De kinderen uit Wolder gingen voor hun onderwijs ondertussen naar de roomse schoolmeester in het aangrenzende dorp Montenaken. Het lukte de overheid pas in het jaar 1718 een schoolgebouw te regelen voor hun eigen jeugd. In dat jaar werd Eupenaar Hendrick van Auw benoemd tot meester in Margraten. Hij arriveerde  hoopvol gestemd met zijn vrouw en kroost in het dorp. Zijn teleurstelling was echter al gauw  immens groot. De hem toegezegde woning bleek bewoond te worden door de roomse koster die daarvoor alle steun kreeg van de lokale pastoor. Hendrick en zijn familie werden vanaf het allereerste ogenblik op alle terreinen tegen gewerkt. Zelfs het lesgeven aan gereformeerde leerlingen werd hem niet toegestaan. De Margratenaren hadden niets op met de “verplichte religie”en deden hun best om dat de laten zien. Pas nadat de Raad van State in januari 1719 ingreep, kon deze toestand enigszins genormaliseerd worden.

De roomse koster moest vanaf dat ogenblik zijn huis verlaten en Hendrick kon er eindelijk zijn pupillen ontvangen. Toen in het jaar 1717 het schoolhuis in Valkenburg door brand vernield werd, moest de overheid vijfhonderd gulden Hollands zien te vinden om het pand te restaureren. Het was een groot probleem, waardoor onderwijs een tijdlang niet mogelijk was. In de Heerlijkheid Geulle was de situatie rond deze tijd nog dramatisch veel slechter. Het schoolhuis moest elke dag opnieuw schoolbanken lenen van de kerk. Het gebouw was ook nog eens veel te klein. Als het slecht weer was, liep het water langs de muren naar beneden. De muren leken wel half in elkaar gezakt.Voor de reeds zieke schoolmeester Herman Kuyper ( meester bleef je toen totdat je omviel), was het allemaal te veel. Hij kon slechts een ruimte in het gebouw gebruiken. Die ruimte diende niet alleen als zijn woning, maar had ook de bestemming van schoolhuis. De gereformeerde visitatiecommissie kon in het jaar 1737 met eigen ogen zien hoe ellendig de situatie was! Ze kwam dan ook ook met een advies. Er zou een kamer bijgebouwd moeten worden. Dat gebeurde echter nooit. Ook de predikant had het er niet makkelijk. Zijn behuizing was verschrikkelijk en zou zo nog lange tijd blijven. Pas in het jaar 1782 (!!!) werd er een begin gemaakt met de aanbesteding van een nieuwe pastorie.

J.Vromen

onderwijs 18e eeuw

Onderwijs in 18e eeuwse dorpsschool

Advertenties