Een gerechtsbode op het slechte pad

Janssen was geboortig van Geulle en in 1761 gehuwd met Elisabeth Brouwers. Hij was de jongste van vier zonen. Zijn ouders woonden in Geulle met hun vier zonen en zes dochters. Als peetoom van Paulus fungeerde Peter van Aubel uit Geulle. Zijn echtgenote was vermoedelijk een zus van de broers Willem en Frans Brouwers, waarvan de laatste de bijnaam “Panhuys”droeg. Ze kregen twee kinderen waarvan het eerste, Maria Gertrudis, op 27 maart 1761 geboren werd, enkele weken  alvorens ze de huwelijkse staat hadden verworven. Niets nieuws heden ten dage, maar toen een schandaal of zelfs als misdadig betiteld. Zijn vrouw kwam waarschijnlijk uit het naburige dorp Stein. Paulus zou ondanks alles toch een aanstelling als gerechtsbode in Elsloo verkrijgen, hetgeen leidde tot een verhuizing naar Catsop op den Dries te Elsloo. Janssen woonde daar in “goed gezelschap”, omgeven door mannen die niet terugdeinsden voor een inbraak hier en een overval daar. De later aan de orde komende Michiel Menten woonde b.v. twee huizen van hem vandaan. In het jaar 1765 werd Paulus ook nog benoemd tot veldbode, een baan die hem in staat stelde om alles in de omgeving te overzien en veel aan de weet te komen. Janssen was overigens ook jarenlang stalknecht en bode op kasteel Geulle en kan zonder meer aangemerkt worden als iemand die aan de touwtjes trok in het lokale bendewezen. Janssen werd als eerste inwoner van Elsloo op 13 september 1773 opgepakt. Dit nadat hij door o.a. de “befaamde” Dirk Hersseler die in Valkenburg vastzat, was genoemd als medeplichtig aan bendeactiviteiten.

Gevangen in Maastricht

Een dag na zijn arrestatie werd Janssen al in de gevangenis van het Oude Stadhuis in Maastricht verhoord, maar hij bekende niet, en bleef volgens de heren schepenen van Elsloo volharden in “puris negativis”! Men besloot op 14 september om hem te confronteren met degenen die hem in Valkenburg beschuldigd hadden. Een dag later werd hij ook nog eens beticht van deelname aan misdaden door de in het Landshuis van Valkenburg gevangen zittende Andries Steijnen. Ondertussen was  zijn vrouw aan het begin het jaar 1773 bevallen van een zoon, Martinus, waarvoor de ook Martinus geheten broer van Paulus als peetvader optrad. In de gerechtelijke stukken wordt overigens vermeld dat dit kind op schrijnende wijze verwaarloosd werd, en slechts door de hulp van mensen uit de buurt in leven kon blijven. Janssen werd op acht november 1773 te Elsloo aan de galg gehangen, hetgeen door de Middelburgsche Courant van 18 november als volgt werd verwoord: “MAASTRICHT den 11 November. Buiten de Huisbrakers en Dieven, welke te  Valkenburg, Heerlen en Hertogenrade, reeds zyn ter Executie gebragt, wierden ‘er gepasseerde Maandag, te Elslo, 6 van dat Gespuis met de koord gestraft: nadat de Regtspleging geschied was wierden ‘er  dienzelven Dag van Elslo voornoemd ’s Avonds ten 9 Uuren, wederom 5 van die Bende op ons oud Stadhuis in de Gevangenis gebragt”.

We moeten Janssen bekijken als een niet onbelangrijke pion, die figuren ronselde en betalingen verrichtte voor bewezen diensten. Het gerecht zal hem zeker kwalijk genomen hebben dat hij zijn vertrouwensfunctie als gerechtsbode misbruikt had. Janssen maakte de moeilijke tocht naar de galg niet alleen. Op deze dag verloor Elsloo nog meer inwoners.

J.Vromen Bronnen: John van Eekelen, Anton Blok en Mart Pfeifer en Eddy Erkens.

Advertenties