Op 23 februari mengde het Algemeen Handelsblad zich in de strijd om de aandacht voor de ramptoestanden in Borgharen. De krant had zowaar een speciale afgezant naar het natte zuiden gestuurd. Dat gebeurde echter op een tijdstip dat de ramp van begin januari al zeven weken terug lag. Hij verscheen in het dorp toen het er opnieuw om spande of er hoogwater zou komen. Zijn relaas verscheen onder de kop “Watersnoodramp Borgharen… gevaar geweken”. (Van een buitengewonen berichtgever), Maastricht, 22 Febr. Nadat ik me vanmorgen van de stand der Maas had vergewist, de rivier is sedert gisterochtend 8 uur 39 cm gevallen, ben ik naar Limmel, Borgharen en Itteren gegaan, omdat uit die dorpen tamelijk verontrustende berichten tot hier waren doorgedrongen. Ten onrechte. Zowel Limmel als Borgharen hadden van de hoge waterstand van de laatste dagen niets geleden. Evenmin Itteren, dat nog aanzienlijk lager ligt. Wel de vorige keer. Toen had het er geweldig gespannen. Meer dan tien dagen hebben toen deze drie dorpen diep onder water gestaan. De hoogst gelegen huizen nog ongeveer 75 cm. Allerlei aanslibsel van hooi en stro tegen heggen en palen wijzen nu nog precies de stand aan. Even voorbij Limmel vertoonden de landerijen een treurig beeld van verwoesting. In deze vorm n.l. dat een laag Maaszand en grote kiezelbonken alles voor geruimen tijd tot onvruchtbaarheid doemt. Ook allerlei veldvruchten, zoals aardappelen, mangelwortelen, appelen en uien liggen overal in grote hoeveelheden gezaaid. Inmiddels is de landbouwende bevolking bereids aan het werk gegaan met ploegen en zaaien.Men stelle zich voor, dat de vloed der laatste dagen dit werk opnieuw, had vruchteloos gemaakt! Halfweg LimmelBorgharen is men bezig de weg, die over een lengte van verscheidene honderden meters was weggeslagen, aan te leggen en te herstellen. Nog enkele dagen en bet werk is gereed.

Vele honderden guldens zijn er aan ten koste gelegd, maar als de Maas wassende gebleven was, dit gaven de wegwerkers me als hun vaste meening te kennen, was alles in letterlijke en figuurlijke zin, in het water verdwenen. Een oud moedertje van 75 jaar uit Borgharen, die ook de ramp van 1880 had beleefd, vertelde dat het toen op geen stukken na zo erg was geweest. Ditmaal was de vloed minstens 75 cm hoger gestegen. Van de bewoners was er geen gevlucht. Wie uit zijn woning werd verdreven, kon op het kasteel van barones de Selys, een imposant oud bouwwerk, terecht. Ook al het vee vond daar een gastvrij onthaal. Aan de zware slotpoort hing een bekendmaking van de Gezondheidscommissie, d.d. 24 jan. j.l., waarin gewaarschuwd werd tegen het bederf van het water door vermenging met faecaliën of mestafval. Oh, mijnheer, verzekerde het oud moedertje mij , dat is volkomen overbodig, de beesten dronken het niet eens. En in de huizen heerste nog lang nadien zo een ondragelijke stank, dat het niet uit te houden was. Nu nog zetten we dagelijks ramen en deuren open, om de boel een beetje droog te krijgen, en de nog steeds hangende onaangename lucht te zuiveren. Dezer dagen is de schade opgenomen die door de kracht van het water toegebracht is aan huizen, landerijen, weiden enz. Voor Borgharen alleen bedraagt zij ruim f. 85.000. Van enige uitbetaling was tot op heden echter nog niets gekomen en nu maken de mensen zich ongerust dat er niets van komen zal. In Itteren was de toestand niet minder slecht geweest. Het vee stalde men er zelfs in de kerk. En wel staat de Maas nog minstens 1.50 m boven normaal peil, op de dag van heden, maar van enige nieuwe verwoesting is thans toch geen sprake geweest. Evenmin is dit het geval in het aan de overzijde gelegen Oud-Vroenhoven. En thans is, naar het oordeel van mensen, die enige kijk hebben op de toestand, vrijwel alle gevaar geweken.

PS: De journalist moet een enigszins slechte NAVI gehad hebben om Oud-Vroenhoven aan de overkant te zien liggen.

 

1926 Maaswater in GroteLooiersstr.jpg

1926, ook hoogwater in de Grote Looiersstraat