De  Maasbode kwam op een februari 1938 met een lang artikel over de noden van de kasteelheren. waarbij bijzondere aandacht uitging naar de rol die mevrouw de barones speelde als het om liefdadigheid ging. Bij deze deel een in de originele spelling.

“Kastelen in Zuid-Limburg”.

“Kasteelheeren betrekken koetsierswoningen. Moordende maatregelen van den fiscus. Over het geheele land van ZuidLimburg, tegen de zacht glooiende heuvels aan en in het midden van de vriendelijke dalen liggen de kasteelen, de prachtige ornamenten van deze streek. Wie met de auto dit land doorkruist en zijn P.K.’s wat weet in te tomen tot een matige snelheid, die komt er zeker een paar tegen, die ziet ze ineens opdoemen tusschen de groote zware boomen, die ziet van boven neer op de glimmende leien daken van een complex gebouwen, waartusschen statig en waardig het hoofdgebouw, ’t eigenlijke slot ligt. En wie het waagt eens even naderbij te komen, die staat steeds opnieuw met bewondering te kijken naar die schoon gebouwde muren en die vele groote vensters, naar de breede gazons, waartusschen de paden als sierlijke cirkels en bogen en krullen getrokken zijn en die staart met ietwat peinzende weemoedigheid in het donkere water van een vijver of een gracht, waarin het groen der grasvelden zachtjes afglooit. Deze kasteelen, zooals ze in dit land liggen tegen een achtergrond van zwaar beboschte heuvels of aan den oever van de onrustig voortjagende Maas, zijn natuurlijk prachtige dingen om bij te fantaseeren over de tijden, dat het niet alleen ornamenten, maar bovendien nog ten volle economische en sociale steunpunten van dit land waren, toen het nog centrale punten waren voor het leven zelf.

Gezien over het stuurrad heen van een auto zijn deze kasteelen ongetwijfeld bijzondere touristische merkwaardigheden, maar wanneer men de kans krijgt onder het massieve poortgebouw door te komen en aldus een meer gedetailleerden indruk krijgt, bijvoorbeeld van zoo’n waardig bordes, dan is er niet zoo veel voor noodig om je voor te stellen, dat de hooge glazen deuren straks zullen opengaan en dat de baron met een zwierige courtoisie naar buiten zal komen om u welkom te heeten. En wanneer u aan de vriendelijke uitnoodiging om binnen te treden gevolg zoudt hebben gegeven en als u de hand zou hebben gekust van de mevrouw de barones, dan zou het u ook niet meer moeilijk vallen, een vriendelijk gesprek te beginnen over den stand van het veldgewas, over de moeilijkheden van sommige pachters en mevrouw de barones zou u ongetwijfeld met beminnelijke bescheidenheid iets te vertellen weten over een paar arme gezinnen in het dorp, al zou zij waarschijnlijk zwijgen over haar dagelijkschen gang naar hun woningen, zoowel als over het vleesch en de visch en de vruchten, die zij er regelmatig pleegt achter te laten.

 

Brigode-equipage

De Brigodes de Kemlandt, eens betrokken bij kasteel Borgharen, voor aanvang van de jacht in het in het noorden van Frankrijk gelegen woud van Coucy. De meest geliefde “sport” van de adel, nog steeds, ook in ons land. Helaas en schande.