toningsformulier_heiligdomsvaarten_Maastricht,_Aken_&_Kornelimünster_(Midden-Rijn,_1468)

Bovenstaand: Het toningsformulier van de heiligdomsvaarten Maastricht-Aken-Kornelimünster uit 1468.

In het jaar 1468 had er weer een Heiligdomsvaert plaats te Maastricht, zoals dat elke zeven jaar gebruikelijk was. De plechtigheid die in eerste instantie een religieus karakter had, kende ook net zoals nu haar problematiek. Gemeten naar de grootte van de stad was de toevoer van duizenden pelgrims uit alle maar ook verre windstreken een zaak die veel aandacht vereiste. De vreemdelingen waren er allen op uit om de relieken van St.Servaas te aanschouwen, en er was het stadsbestuur alles aan gelegen om wanorde en onregelmatigheden te voorkomen.Toch zal er van alles gebeurd zijn, waartegen hard werd opgetreden als je gepakt werd. Pardon was er zelden.

Dat was ook het geval in de zaak van de nog erg jonge Henneken van Rethoven die er op uit was om zijn slag te slaan in de toenmalige massaliteit der bezoekers.De jongeman, slechts 16 à 17 jaar oud, maakte zich schuldig aan diefstal tot nadeel van een paar pelgrims.Nu zou het een kruimeldief geweest zijn , die drie dagen moest afwassen in een bejaardentehuis en daar weer de bewoners zou beroven. Toen liep het anders. Henneken werd gearresteerd en in handen van de rechter gegeven. Omdat hij van de Luikse nativiteit was, kreeg hij te maken met schout Voerse en de schepenen van de Luikse schepenbank, de rechtbank van Luikse zijde zou men nu zeggen, Maastricht was immers tweeherig. Henneken werd in de stadspoort opgesloten omdat hij pelgrims van hun reiszakken, zilveren ringen, en zilveren denarii (geldstukken) beroofd had. Het vonnis hield in dat hij “met roeden uyten stat geslaegen ende genegelt met eynre oeren werd” omdat hij nog jong van jaren was. Hij kon nog wat leren, zo oordeelde de magistraat na het pijnlijke oordeel.

De jongen werd uit Maastricht verbannen tot aan de eerstvolgende Heiligdomsvaart, zeven lange jaren dus. Hoe hij zich moest redden, daar beslisten de hoge heren niet over.

Bron Archief Limburg, Rolregister, 1458-1472, p.205