JandeBeijer-TerDonk-1738 sevenum

Jan de Beyer, de 18e eeuwse “fotograaf” die talloze kastelen etc. voor het nageslacht vereeuwigde, dook in 1738 ook in het Noord-Limburgse gebied op waar hij ten noordwesten van het dorp Swolgen “’t Riddermatig Huijs ter Donk “op de plaat vastlegde”. Het woord “Donk”, geeft aan dat er sprake was van een hoogte gelegen in laag gebied.In het geval van Ter Donk of de Donk was dit een beekdal.

Niet bekend is wanneer dit huis of deze hof voor het eerst genoemd werd. Wel is bekend dat het huis op het laatst van de 16e eeuw in handen was van de familie Von Haften, die dit bezit continueerde gedurende de eerste helft van de 17e eeuw. In het jaar 1662 zie we dat de landscholtis van Kessel, Andries Schenck van Nydeggen die gehuwd was met Elisabeth Romer een dochter uit een vermogende Venlose familie, het goed in bezit had.Ze kregen twee zonen die de Donck zouden erven en al snel overgingen tot verpachting van dit goed.

Over het riddermatige huis de Donck is vrijwel niets bekend. Als we goed kijken zien we in het midden de pachtboerderij die later versterkt door hoektorens het geheel een riddermatig aanzien moet hebben gegeven. Waarschijnlijk was Isabella Anna Maria van Dorth van Varick , sinds 1725 eigenares, nog steeds als zodanig aanwezig toen Jan haar plekje met een bezoek vereerde. Wat ook opvalt is de “karre” die bespannen met een paard getuigde van aanzien en van een mobiliteit die andere minder bedeelde aardbewoners nog lang moesten ontberen. Geen reden tot klagen overigens, het was een milieuvriendelijk vervoermiddel. Alleen hele erge zuurpruimen zouden er aanstoot aan kunnen nemen!

Met dank aan het boek Kastelen in Limburg van Wim Hupperetz e.a. uit 2005.